Columns

Niet alleen mijn ouders lezen mijn columns, blijkbaar…

Foto: Kees Rutten

Büsra Kondakçi (23) studeert Journalistiek aan de HU en schrijft columns voor Trajectum.

‘Je bent een bekende Utrechter’, riep iemand tegen me op het Onderwijs en Onderzoek Festival. What a joke. Ik was daar namens Trajectum om weer eens een diepgaand journalistiek item te maken. En ik werd wel tien keer herkend, zonder te overdrijven. ‘Ik ben fan van je columns’ riep een vrouw die langs me liep. 

Het moet niet gekker worden. Ik ben hier een te ongemakkelijk persoon voor. 

What the fuck, dacht ik. ‘Haha lief!’ zei ik. Hoe reageer je als iemand zoiets zegt. Ik dacht tot vorige week dat alleen mijn ouders en die twee vrienden op Insta mijn columns lazen. Je kunt ze niet op een maar op twee handen tellen, bizar. 

Rachèl (hoi eindredacteur) van Trajectum vroeg me wat ik ervan vind. ‘Raar en ongemakkelijk’ zei ik. Maar stiekem ook wel leuk, denk ik nu. Herkend worden en dan ook nog een compliment krijgen over wat je maakt. 

Ik begrijp dat het niet alleen mijn ‘vrolijke’ uitstraling is, want helaas ben ik de enige met een ‘doekje’ op die dit doet bij Trajectum. Dus opvallen en herkend worden is niet zo moeilijk op de HU en omgeving. Ik zat van de week op de fiets en toen wees een kind me aan en riep: ‘Hé, een piraat!’. Een collega van mijn vader (psychiaters zijn raar) maakte een opmerking in de trant van dat ik geen Tupac was en dat mijn hoofddoekstijl een soort van verzet is. Verzet tegen de norm en om mensen te ontregelen. En in Hongarije trok iemand, als grap, aan mijn muts en hoofddoek. Handig dat ding tegen de kou, merkte ze op. Ik word dus niet altijd in één keer gelabeld. Maar wel herkend.