Alternatief voor bureaucratiemeter

De vereniging Beter Onderwijs Nederland heeft een onderwijsmeter ontwikkeld. Een eerste onderzoek bij een hogeschool wees uit dat slechts een vijfde deel van het budget naar directe kennisoverdracht gaat. ‘Schokkend’, vindt BON. ‘Een karikatuur’, stelt de HBO-raad.

Wat geven hogescholen nu feitelijk uit aan onderwijs, hun kerntaak? En hoeveel van hun geld gaat op aan red tape, overtollige bureaucratie en overhead? Pogingen die hogescholen en universiteiten zelf ondernamen om dit in kaart te brengen konden tot nog toe niet overtuigen. Politici, opiniemakers en zelfs staatssecretaris Rutte klaagden de afgelopen verkiezingsmaanden in koor dat hogescholen een veel te grote overhead hebben. Daardoor zou er te weinig geld overblijven voor het onderwijs en de docenten. Of ze gelijk hebben is onduidelijk, aangezien er geen overeenstemming is over wat er binnen het hoger onderwijs nu wel en niet als overtollige bureaucratie moet worden beschouwd. Hogescholen, universiteiten en ministerie zijn al een jaar op zoek naar een onomstreden bureaucratiemeter, maar dat blijkt niet eenvoudig.
De Vereniging Beter Onderwijs Nederland wilde er niet op wachten en koos een radicaal andere invalshoek. De Tilburgse hoogleraar accounting Jan Bouwens heeft voor BON een instrument ontworpen dat niet de lastig definieerbare bureaucratie of overhead meet, maar slechts het deel van het budget dat een hogeschool rechtstreeks aan lesgeven besteedt. Met deze ‘onderwijsmeter’ is nu voor het eerst een hogeschool doorgelicht en de resultaten zijn ‘schokkend’, vindt BON-bestuurslid – en HES-docent – Anne Marie Oudemans.
Aan de hand van de lesroosters en de verslagen van medezeggenschapsraden is bij de (anonieme) hogeschool nagegaan hoeveel lesuren docenten samen verzorgen, maar ook hoeveel tijd ze krijgen voor onder meer voorbereiding, nakijkwerk, administratie en cursussen. Met de optelsom van al deze uren kan volgens Oudemans eenvoudig worden berekend hoeveel procent van het budget opgaat aan kennisoverdracht.
Ze erkent dat het ook belangrijk is om te weten wat voor gebouwen en voorzieningen een hogeschool heeft. ‘Maar daar begint het meteen ingewikkeld te worden. Zo is het heel moeilijk om te bepalen voor welk deel een bibliotheek of een ict-voorziening onder de primaire onderwijstaak valt. Wij houden onze meting liever zo ‘schoon’ mogelijk. Dat heeft als voordeel dat je instellingen en opleidingen op hun kernactiviteit kunt vergelijken. Voor studenten en studiekiezers is dat razend interessant.’
Het vermoeden van Beter Onderwijs Nederland dat er bij hogescholen veel onderwijsgeld weglekt wordt volgens Oudemans bevestigd door de meting. ‘De opleidingen van de onderzochte hogeschool gaven zeventien tot dertig procent van hun geld aan kennisoverdracht uit. Gemiddeld 21 procent. Schokkend toch?’
Woordvoerder Paul Helbing van de HBO-raad reageert afwijzend. ‘Natuurlijk is het goed om te kijken of je overtollige bureaucratie hebt. Maar maak er geen karikaturaal verhaal van door puur en alleen naar onderwijs te kijken. Het is hoogst eigenaardig om bij zo’n onderzoek niet meteen de gebouwen en voorzieningen te betrekken. Zo wek je toch de indruk dat hogescholen hun studenten les zouden kunnen geven in tenten? Daarmee help je de belangrijke discussie over bureaucratie geen stap verder.’ (HOP)

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...