Nieuws

Gemengde reacties op Plasterks plan

Minister Plasterk zet het onderscheid tussen hbo en universiteit op de helling. Het huidige stelsel barst uit zijn voegen, meent hij. De universiteiten en hogescholen klinken opgetogen, maar de Tweede Kamer loopt nog niet warm.

Het binaire stelsel dreigt een keurslijf te worden, vindt minister Plasterk. De toestroom wordt te groot en studenten vallen te vaak uit. Er zou een flexibeler systeem moeten komen, zoals in de Verenigde Staten. Hij laat er onderzoek naar doen. Heeft dat zin?

Jasper van Dijk, Socialistische Partij: ‘Er is niks mis met een onderzoek, want je moet altijd goed kijken of studenten wel het juiste onderwijs krijgen. Maar Plasterk kan hiermee niet verhullen dat er te weinig geld is voor het hoger onderwijs. Het is teleurstellend dat hij de bekostiging hier helemaal niet bij betrekt. Verder vind ik het verschil tussen hbo en universiteit waardevol. Dat moet je niet opheffen, laat staan dat er allerlei fusies moeten komen. Instellingen als de universiteit en hogeschool van Amsterdam en Inholland zijn al enorm groot.’

PvdA’er Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de parlementaire commissie die de onderwijsvernieuwingen uit de jaren negentig fileerde: ‘Wij hebben geen taboe op stelselwijzigingen in het leven willen roepen. Het is de verantwoordelijkheid van de minister om ervoor te zorgen dat het hoger onderwijs compleet en toegankelijk is. Maar onze waarschuwingen voor ingrijpende onderwijsvernieuwingen gelden ook nu: onderbouw ze goed, experimenteer er eerst mee, zorg dat er genoeg geld beschikbaar is, enzovoorts.’

CDA-kamerlid Jan Jacob van Dijk: ‘Voor mij is het huidige stelsel niet heilig. Maar Plasterk heeft nog niet eens helder uitgelegd wat het knelpunt is, terwijl hij al wel een oplossing aandraagt: het Californische model. Dat gaat me te vlug. Het probleem is nog niet eens helder onderzocht. Plasterk denkt bijvoorbeeld dat scholieren nu te vroeg moeten kiezen en dat ze beter met twee jaar algemeen vormend hoger onderwijs kunnen beginnen. Er zijn genoeg mensen die je daar geen plezier mee doet. Die willen zich graag specialiseren.’

Gerard Oosterwijk, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond: ‘We vinden het een veeg teken dat hij zijn plan op dit moment brengt, nu hij onder druk staat vanwege de investeringen in onderwijs. Hopelijk is het geen verkapte bezuiniging. Als hij dit doet met het belang van studenten voor ogen, kan het goed zijn. Maar hoeveel zin heeft het als hij geen extra geld uittrekt? Uitdagend onderwijs komt uiteindelijk toch voort uit het werk van docenten.’

Doekle Terpstra van de HBO-raad: ‘Het is inderdaad niet reëel om maar twee smaken te blijven aanbieden als de student veel meer maatwerk vraagt. De hogescholen willen benadrukken dat het van belang is dat er geen nieuwe blauwdruk wordt gemaakt. Het stelsel moet flexibel zijn en inspelen op de diverse instroom en tegemoet komen aan de wensen van de studenten en het werkveld.’

Universiteitenvereniging VSNU: ‘We vinden het verstandig om rustig en kritisch te kijken naar de inrichting van het hoger onderwijs. We zoeken zelf naar differentiatie in de bachelorfase. Maar je kunt inderdaad onderzoeken of het systeem beter kan. Het aantal studenten is immers veel groter dan vroeger, toen het binaire stelsel werd bedacht. We kijken met belangstelling naar het Amerikaanse stelsel. Maar het is natuurlijk geen oplossing voor de financiële problemen. Die staan hier los van.’

Onderwijskeurmeester Karl Dittrich van accreditatieorganisatie NVAO: ‘Ik herken wel het probleem van de uitval en de grote aantallen studenten. Alle mogelijkheden om diversiteit te bieden juich ik toe, maar je moet verdomd goed weten waar je aan begint voor je een stelsel overhoop haalt. Het onderscheid tussen hbo en universiteit is zinvol; het zijn andersoortige kwalificaties. Het werkveld herkent het ook goed.’

Voorzitter Fons van Wieringen van de Onderwijsraad: ‘Net als het Californische systeem heeft het Europese kwalificatiekader vier niveaus van hoger onderwijs: het associate degree (niveau 5) en daarboven bachelor, master en doctoraat. De vraag is natuurlijk welke soort instellingen de bijbehorende onderwijsprogramma’s moeten uitvoeren. Misschien moeten in de toekomst ROC’s alleen het associate degree uitreiken en universiteiten alleen het masterdiploma en doctoraat. De externe commissie die Plasterk wil instellen zou overigens ook naar de bekostiging kunnen kijken. Het is immers de vraag hoe de toestroom van studenten in de toekomst gefinancierd moet worden.’

Halbe Zijlstra, VVD-kamerlid: ‘Ik word er niet blij van. De hogescholen waren net lekker bezig en de discussie over “universiteitje spelen” lag achter ons. Plasterk rakelt het allemaal weer op. Nu zullen de universiteiten gaan proberen de slagroom van het hbo te snoepen en wil het hbo opschuiven richting de universiteiten. Daar gaat te veel energie mee verloren. We moeten eerst investeren. Pas als er genoeg docenten zijn, kun je weer over de problemen praten.’