Onderwijskundige UU: ‘Onderwijs omdraaien’ kan zorgen voor betere leerprestaties

En de studenten zelf? Die waren niet per se tevredener over deze vorm van onderwijs.

Fotografie UMC Utrecht

Het ‘omdraaien van het onderwijs’ – het zogenoemde flipping the classroom – kan leerprestaties van studenten verbeteren. Dat is de voorzichtige conclusie van David van Alten, onderwijskundige aan de Universiteit Utrecht. Hij deed een meta-onderzoek naar deze onderwijsvorm.

Flipping the classroom is een onderwijsvorm waarbij studenten eerst thuis een instructievideo bekijken en daarna met de docent de bijbehorende opdrachten maken.

‘In de klassieke onderwijsvorm legt de docent in de klas de stof uit en gaat de student thuis stoeien met die stof door opdrachten te maken. Als je die volgorde omdraait, heb je een geflipte klas: de docent biedt de instructie eerst online aan. De student bekijkt deze thuis, met alle voordelen van dien: hij kan de video stopzetten, terugspoelen, nog eens bekijken. Vervolgens maken de studenten, onder toeziend oog van de docent, de opdrachten in de klas’, licht Van Alten toe op de website van de Universiteit Utrecht.

Korte toetsen

Voor het onderzoek keek Van Alten naar 114 eerder gepubliceerde studies over deze vorm van onderwijs. Zij vonden een ‘klein positief effect’ voor de leerresultaten. ‘Opvallend was de sterke spreiding. Bij sommige studies was het resultaat heel positief, in andere heel negatief.’

Na verder onderzoek bleek dat het toevoegen van quizzen of korte toetsen positievere effecten had op de leerresultaten. Wat juist niet effectief bleek, was het verkorten van de lestijd in de klas.

‘Er zijn onderwijsinstellingen die flipten en dachten: mooi, door de online-instructie kan de tijd in de klas wel korter. Maar dat bleek een significant minder effect te hebben. Ga dus niet beknibbelen op de face-to-face-tijd. Daar, in de klas, gebeurt het. Daar moet de student onder toeziend oog van de docent de stof gaan toepassen’, aldus Van Alten.

Verrassend resultaat

En de studenten zelf? Die waren niet per se tevredener (of ontevredener) over deze vorm van onderwijs. ‘Een verrassend resultaat: vaak wordt verondersteld dat de huidige generatie studenten het liefst alles online doet.’

Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

2 reacties

  1. ‘Er zijn onderwijsinstellingen die flipten en dachten: mooi, door de online-instructie kan de tijd in de klas wel korter. Maar dat bleek een significant minder effect te hebben. Ga dus niet beknibbelen op de face-to-face-tijd. Daar, in de klas, gebeurt het. (…)’. Geen idee hoor, maar bij welke onderwijsinstelling ook alweer is het huisvestingsbeleid zo’n eclatant succes dat de hoeveelheid directe contacttijd naar beneden moet vanwege ruimtegebrek? En waar in hbo-land is er een Raad van Toezicht te vinden die dit huisvestingsbeleid met als gevolg minder face-to-face-contacttijd tussen docent en student als een hoogtepunt van het beleid beschouwt?

  2. Nog betere suggestie: flip meteen het hele systeem. Er zijn meerdere (universitaire) onderzoeken die zijn gedaan naar nieuwe vormen van leren. En, hou je vast: zonder ‘zendende’ docent. Stel je hierbij een leersysteem voor a la Youtube (niet met Youtube, want commercieel), waarbij studenten bepaalde vaardigheden van *elkaar* leren middels filmpjes en vlogs en blogs. Stel, je wilt iets leren, je stelt die en die vraag, je krijgt antwoord van een hogerejaars en/of je bekijkt instructiefilmpjes, al dan niet gemaakt door ervaren peers (uit de hele wereld). Docent kan dan meer en meer een coachende rol innemen. Is dan ook niet meer de ‘centrale figuur’ die ‘alles weet’/’zendt’ etc. Past meer bij jongere generaties ook. Hoe dan ook, dit systeem komt er vroeg of laat aan, of we het nu willen of niet. De jongere generatie van nu zijn de docenten van straks natuurlijk.