Nieuws

Onderwijsministers Dijkgraaf en Wiersma op bezoek bij de HU

Robbert Dijkgraaf (midden rechts) en Dennis Wiersma / foto Kees Rutten

Ze zijn net een maand in functie en brachten al een bezoek aan de HU. De onderwijsministers Robbert Dijkgraaf (D66) en Dennis Wiersma (VVD) luisterden maandagmiddag aan Heidelberglaan 15 naar het verhaal van twee studenten, docenten en bestuurders.

Voor de nieuwe onderwijsministers Dijkgraaf (hoger onderwijs en mbo) en Wiersma (primair en voortgezet onderwijs ) is Utrecht geen onbekend terrein. Dijkgraaf studeerde aan de Universiteit Utrecht ’toen De Uithof nog een woestenij’ was. Wiersma haalde een master aan de UU en woont in Utrecht, vertelde hij. Zij kwamen naar de HU om zich bij te laten praten over de stand van het onderwijs. Vorige week bezocht Dijkgraaf al Hogeschool Rotterdam.

Minister Dijkgraaf schrok van het relaas van een van de aanwezige docenten, zei hij. De docent Engels aan een middelbare school fietste na zijn eerste werkdag huilend naar huis. Het lesgeven moest hij nog onder de knie krijgen, terwijl hij er helemaal alleen voor stond. Hij kreeg geen enkele begeleiding, noch van de school waar hij was aangenomen, noch van de HU, waar hij kort geleden was afgestudeerd.

Lerarentekort

Dit voorbeeld haakte in op het onderwerp van deze maandagmiddag: op welke manieren kunnen we het voortwoekerende lerarentekort oplossen? Hoe krijgen we meer studenten die leraar willen worden en hoe kunnen we de uitval van studenten tegengaan? En hoe voorkomen we dat beginnende docenten al snel het krijtje aan Maarten geven? ‘Het klinkt niet aantrekkelijk als beginnende docenten op de eerste dag huilend op de fiets zitten’, concludeerde Dijkgraaf.

Als je eenmaal was afgestudeerd, werd je voor de leeuwen geworpen. De opleiding bekommerde zich dan niet meer om de jonge docent. Tegenwoordig is dat anders, zo wilde het gezelschap deze middag duidelijk maken. Het is vooral samenwerking wat de klok slaat. Voor afgestudeerden zijn er alumnibijeenkomsten, om maar wat te noemen. Ouderejaars coachen studenten uit het eerste jaar en ook beginnende docenten slaan de handen ineen. De samenwerking tussen basisscholen, voorgezet onderwijs, hogescholen en universiteiten komt steeds meer van de grond.

Stabiele koers

Onvermijdelijk kwam de pandemie tijdens de bijeenkomst om de hoek kijken. ‘Door een uitbraak in mijn klas kon ik tijdens mijn stage twee weken niks doen. Dat hakt er in’, vertelde Claudia Kempkens, deeltijdstudent aan de pabo. Theo Douma, directeur van het Instituut Archimedes, vreesde dat de opgelopen onderwijsschade in het voortgezet onderwijs straks bij studenten van de lerarenopleiding terecht komt. ‘De komende jaren moeten we dicht op de studenten gaan zitten en ze zeer intensieve begeleiding bieden.’

Hoe kunnen deze ministers het onderwijs helpen? ‘Minder regels, ‘de schotten binnen het onderwijs weghalen’ en een ‘stabiele koers vanuit Den Haag’, zijn enkele voorbeelden die genoemd werden. Daar konden de ministers wel iets mee. ‘Die rust creëren is ons gezamenlijk doel’, benadrukte Dijkgraaf over het laatste voorstel. ‘Succes met het overleg met de minister van financiën’, grapte moderator en lector Mieke Koeslag-Kreunen, tegen het einde. Dijkgraaf: ‘No pressure… haha.’