De Hogeschool Inholland had een student niet zomaar een negatief bindend studieadvies mogen geven, oordeelt de rechter. De opleiding hield onvoldoende rekening met haar persoonlijke omstandigheden.
De student begon in 2024 aan de bacheloropleiding tourism managament van de Hogeschool Inholland, maar haalde geen enkele studiepunt. Daarom kreeg ze van de instelling een negatief bindend studieadvies; ze moest stoppen met haar studie.
De student stapte vervolgens naar het college van beroep voor de examens (CBE) en legde uit dat ze te maken had gehad met ernstige persoonlijke omstandigheden. Haar vader was begin 2024 overleden en omdat haar moeder niet meer leefde kwam ze samen met haar zus bij een gastgezin terecht.
De situatie daar bleek echter onveilig en de student deed meldingen bij de politie, Veilig Thuis en de GGZ. Tegelijkertijd kreeg ze te maken met juridische procedures, onder meer over de erfenis, waardoor ze een deel van haar lessen niet kon bijwonen.
‘Nalatige houding’
Het CBE ging daar niet in mee. Volgens het college kon de student niet bewijzen dat de persoonlijke omstandigheden de oorzaak waren van de opgelopen studieachterstand. Die was eerder het gevolg van haar ‘nalatige houding’.
De rechter kijkt daar anders naar. Haar situatie was dusdanig ernstig, dat het logisch is dat haar studie eronder heeft geleden, oordeelt de rechter. Dat had de hogeschool niet zomaar mogen wegwuiven.
Bewijslast
De rechter benadrukt dat het niet de verantwoordelijkheid van de student is om het oorzakelijke verband aan te tonen tussen persoonlijke omstandigheden en studievertraging. Het is voldoende als een student kan aantonen dat ze met persoonlijke omstandigheden te maken heeft. De bewijslast ligt bij de hogeschool; die moet kunnen aantonen dat de persoonlijke omstandigheden géén rol hebben gespeeld.
Volgens onderwijspsycholoog en jurist Henk van Berkel vereist de bsa-regeling expliciet dat persoonlijke omstandigheden worden meegenomen. Dat heeft de instelling bij deze student niet gedaan. ‘Daarmee wordt de beschermende functie van de regeling uitgehold.’ Ook de Universiteit van Amsterdam schoot hierin tekort, bleek vorige maand bij de Raad van State.
Volgens Van Berkel onderstreept deze uitspraak dat examenorganen ‘contextgevoelig en zorgvuldig moeten oordelen bij studievertraging’. Het oordeel van de rechter betekent overigens niet dat de student nu automatisch verder mag met haar opleiding. Wel moet Inholland het studieadvies opnieuw beoordelen.
HOP, Naomi Bergshoeff


