Rianne Letschert, de komende minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, maakte pijlsnel carrière in de academische wereld en werd universiteitsbestuurder. Ze krijgt veel lof voor haar stijl.
In december 2025 staat Rianne Letschert opeens in de schijnwerpers van de landelijke politiek. Ze gaat als informateur de coalitieonderhandelingen tussen D66, CDA en VVD leiden.
Ze kreeg dit verzoek toen ze in de auto zat, vertelt ze in de persconferentie waarin ze zich voorstelt aan de journalisten. ‘Ik reed net niet tegen de vangrail aan.’ Ze vond de opdracht eervol, maar ook spannend.
Een van de Haagse journalisten vraagt naar haar stijl: hoe zou ze haar werkwijze zelf omschrijven? Letschert antwoordt: ‘Scherp op de inhoud, niet op de persoon. En warm op de relatie.’ Het klinkt misschien afgezaagd, maar anderen zeggen dat het klopt.
Van Stiphout tot collegevoorzitter
Rianne Letschert (1976) groeide op in het Brabantse Stiphout. Ze studeerde internationaal recht en ging daarna de wetenschap in. In 2005 promoveerde ze in Tilburg op de positie van minderheden in het internationaal recht. Daar werd ze in 2012 hoogleraar victimologie. Ze deed onder meer onderzoek naar slachtoffers van oorlogsgeweld.
In 2013 werd ze lid van De Jonge Akademie, een genootschap van relatief jonge topwetenschappers die de academische wereld willen verbeteren. Twee jaar later werd ze de voorzitter.
Eigenlijk zou ze in 2016 decaan van de Tilburgse rechtenfaculteit worden, als volgende stap in haar carrière, maar toen kwam het aanbod om rector magnificus te worden van de Universiteit Maastricht. Die kans liet ze niet lopen. Op haar 39ste werd ze de jongste vrouwelijke rector magnificus ooit. In 2021 schoof ze een stoeltje op en werd ze collegevoorzitter.
Vrije pers en charme
Letschert is vriendelijk en attent, vertelt hoofdredacteur Wendy Degens van de Maastrichtse universiteitskrant Observant. ‘Een medewerker van de universiteit had haar moeder verloren. Letschert wist dat en op de eerstvolgende Moederdag stuurde ze een appje om haar sterkte te wensen.’
Bovendien heeft Letschert de vrije pers hoog in het vaandel. ‘We schrijven weleens kritische verhalen die ze niet prettig vindt’, zegt Degens. ‘Daar reageert ze soms op, maar het heeft nooit consequenties gehad. We kunnen gewoon de “waakhond” zijn en ze blijft altijd bereid met ons te praten.’
Observant wilde graag een wekelijkse nieuwsbrief aan alle studenten en medewerkers versturen, maar kreeg dat bij eerdere voorzitters niet voor elkaar. Letschert vond het meteen goed, vertelt Degens.
Als bestuurder schuwde ze de lobby niet. Degens: ‘Ze ging veel naar Den Haag om over internationalisering te praten. Daarvoor kreeg ze steun van de hele regio: burgemeesters, de provincie en andere onderwijsinstellingen. Ze heeft charme, maar ze is ook gewoon heel slim. Ze ziet dingen die ze wil aanpakken en koerst daarop.’
Betere academie
Bij De Jonge Akademie en later als bestuurder hield ze zich veel bezig met ‘erkennen en waarderen’, oftewel het ideaal dat de academische wereld meer moet zijn dan een wedstrijd wie de meeste artikelen in gezaghebbende tijdschriften weet te publiceren. Wetenschappers kunnen ook andere talenten hebben, bijvoorbeeld leidinggeven, lesgeven of kennis delen met de samenleving. Je zou verschillende carrièrepaden moeten kunnen kiezen.
Letschert zag in haar eigen vakgebied welke gevolgen het rigide tellen van wetenschappelijke publicaties had. Het schrijven van annotaties bij jurisprudentie werd nauwelijks nog op waarde geschat en was veranderd in een hobby, zei ze in 2015 op een bijeenkomst over evaluatiesystemen en carrières in de academische wereld.
Het probleem is dat discussies over het systeem vaak worden gevoerd door de winnaars van het systeem, stelde Letschert vast. Als wij eenmaal aan de knoppen zitten, zei ze tegen haar jonge collegawetenschappers, dan moeten we er iets aan doen.
Idealen
Hoogleraar filosofie Jeroen de Ridder (Vrije Universiteit Amsterdam) kent haar nog uit die tijd, al kwam hij iets later bij De Jonge Akademie. Hij werd twee jaar na haar voorzitter. De Ridder: ‘Wat ik me vooral herinner is dat ze ontzettend aardig is. Je denkt misschien: bestuurders zijn “belangrijke” mensen die met andere belangrijke mensen praten, maar zo was zij niet. Ze nam ruim de tijd om kennis te maken met nieuwe leden van De Jonge Akademie en de gesprekken waren altijd gezellig, onderhoudend en informatief.’
Ook toen ze weg was bij het genootschap en rector werd, wilde ze eens in de zoveel maanden een uurtje met hem bijpraten over de plannen en projecten van De Jonge Akademie. De Ridder: ‘Dat is toch bijzonder. Daar moet je als rector wel even je agenda voor vrijmaken.’
En Letschert liet haar idealen ook niet los. Eenmaal aan de ‘knoppen’ in Maastricht bleef ze vechten voor ‘erkennen en waarderen’. ‘Een vakgroep heeft gewoon verschillende typen mensen nodig, met talenten op het gebied van onderzoek, onderwijs, leiderschap en maatschappelijke impact’, legde ze in 2020 uit. ‘Een voetbalelftal heeft ook niet alleen maar spitsen of keepers.’
De hack, corona en protesten
Heftige gebeurtenissen waren er genoeg in de afgelopen tien jaar aan de Universiteit Maastricht. Neem alleen al de gijzeling van de systemen door hackers. De universiteit zwichtte voor de chantage en betaalde losgeld in bitcoins. De schade zou anders te groot zijn, was de afweging. De bitcoins kwamen jaren later, dankzij politiewerk, weer naar de universiteit terug en bleken toen meer waard te zijn geworden.
En vergeet de coronacrisis niet. Onder haar leiding besloot de Universiteit Maastricht, als eerste in Nederland, om de spaarpot stuk te slaan. Letschert: ‘We moeten nu investeren en reserves vrijmaken. Die reserves zijn juist bedoeld voor tijden van crisis.’
Ook waren er, net als aan andere universiteiten, de afgelopen tijd veel protesten en bezettingen in Maastricht. Een bijeenkomst van een pro-Israëlische spreker werd verstoord door demonstranten en de universiteit besloot daarna om een andere bijeenkomst te schrappen vanwege veiligheidsoverwegingen. Het kwam haar op felle kritiek te staan.
Tegelijkertijd liet Letschert ook een gebouw ontruimen dat pro-Palestijnse demonstranten hadden bezet. Verder was ze lid van de taskforce antisemitismebestrijding die het kabinet-Schoof in het leven riep, mede vanwege de heftige protesten in het hoger onderwijs, die ervoor zorgden dat Joodse studenten en medewerkers zich soms niet meer veilig voelden.
Niet bescheiden
In de loop der jaren werd ze politiek actief en verbond ze zich aan D66. In 2018 smeedde ze in Maastricht een college van burgemeester en wethouders in onderhandelingen tussen partijen met zeer uiteenlopende visies: CDA, D66, VVD, GroenLinks, SP en de Seniorenpartij.
Ze steekt haar hoofd boven het maaiveld uit. In 2019 bijvoorbeeld werd ze verkozen tot topvrouw van het jaar en dat kwam niet uit de lucht vallen: ze was al vaker benaderd en accepteerde nu de nominatie. ‘Kijk, het is niet mijn ambitie in het leven om in de schijnwerpers te staan, maar nu dacht ik: ik doe het, ik kan zo laten zien wat ik kan’, zei ze tegen Observant. ‘Dan ben ik maar af en toe de excuustruus, maar wel in de hoop dat het beeld echt gaat kantelen: meer vrouwen in hoge functies en een andere toon in het debat over werkende vrouwen.’
Binnen D66 groeide de waardering voor haar stijl – in elk geval bij partijleider Rob Jetten. Ze zou al eerder zijn benaderd voor een post in het kabinet Rutte-IV, maar toen kwam het te vroeg. Ze sloeg het af.
Op het bordes
Maar het was geen geheim dat ze best minister zou willen worden. ‘Het ministerschap is een hondenbaan, geen erebaan’, zei Letschert afgelopen augustus in dagblad De Limburger. Toch was ze ertoe bereid: ‘Als iedereen de ingewikkelde banen aan zich voorbij laat gaan, dan komen we niet verder.’
Dus toen ze eenmaal informateur werd, kon iedereen wel raden dat ze namens D66 minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wilde worden. Op 23 februari staat ze met haar collegaministers op het bordes en kan ze laten zien of haar veelgeroemde stijl ook iets uithaalt in de gepolariseerde Haagse politiek.


