Samenwerking binnen de HU moet beter

College moet ook zorgen voor verbetering bij instituten die slecht scoren in het Werkbelevingsonderzoek.

Foto: Femke van den Heuvel

Het college van bestuur moet ervoor zorgen dat de situatie verbetert bij instituten die slecht scoren in het Werkbelevingsonderzoek (WBO). Ook kan de samenwerking binnen de HU beter. Dat zijn twee belangrijke aanbevelingen die voortvloeien uit het  WBO 2017.

De tevredenheid van medewerkers vertoont een stijgende lijn. Van 6.6 in 2015 naar 7.0 in 2017. Medewerkers zijn goed te spreken over de samenwerking met collega’s en hebben veel plezier in het werk. Daar staat een aanhoudende hoge werkdruk en flinke dosis cynisme tegenover.

De gedetailleerde resultaten van het WBO 2017 zijn bij betrokkenen bekend, onder meer op instituuts- en dienstenniveau. Op basis hiervan maakten Hogeschoolraad, de dienst Human Resources (HR) en het bureau Flycatcher, dat het onderzoek uitvoerde, onafhankelijk van elkaar analyses. Tijdens een informele vergadering op 14 februari van de HSR met het college van bestuur presenteerden ze de analyses.

‘Zorgwekkend’
Volgens de analyse van de HSR komen vier instituten bovendrijven die een ‘zorgwekkend’ beeld laten zien: Archimedes, Media, Social Work en Gebaren, Taal en Dovenstudies. Deze instituten scoren op een aantal terreinen ondermaats. Het gaat hierbij vooral om communicatie, sociale veiligheid, werkdruk en professionele ruimte.

De instituten Bewegingsstudies, Arbeid & Organisatie en Ecologische Pedagogiek scoren goed tot bovengemiddeld goed. Life Sciences & Chemistry, ICT en Gebouwde Omgeving vertonen een stijgende lijn, signaleert de dienst HR in de analyse.

‘Bij verbetering van communicatie zal cynisch gedrag afnemen’

De partijen benadrukken dat er binnen de HU meer moet worden samengewerkt. Dat gebeurt nu te weinig. De instituten onderling, het onderwijs en onderzoek en onderwijs en ondersteuning kunnen veel meer samendoen. Juist om die samenwerking te bevorderen zijn de faculteiten opgeheven.

Hoewel medewerkers positiever zijn over de HU dan twee jaar geleden, is het cynisme toegenomen. Ook werkdruk en communicatie zijn aandachtspunten. ‘Bij verbetering van communicatie zal cynisch gedrag afnemen’, verwacht bureau Flycatcher. Medewerkers moeten de doelstellingen en koers helder uitgelegd krijgen. Nu blijft te veel informatie hangen op hogere niveaus.

Plezier
Medewerkers die korter dan vijf jaar in dienst zijn in de leeftijd van 35 jaar of ouder gaan met het meest plezier naar het werk. Het minst enthousiast is ondersteunend personeel dat korter dan vijf jaar bij de hogeschool werkt en jonger is dan 35 jaar. Meest betrokken bij de HU zijn de leidinggevenden, het minste de parttimers die hier langer dan zes jaar werken. De medewerkers met klachten over werkdruk en het meest cynisch zijn, bevinden zich vooral in de groep die een vast contract heeft en tussen de zes en tien jaar in dienst zijn.

De instituuts- en dienstendirecteuren bespreken de uitkomsten van het Werkbelevingsonderzoek met de medewerkers en de instituutsraad en stellen verbeterplannen op. De dienst HR monitort deze actieplannen, terwijl het college van bestuur met een eigen analyse komt en met de directeuren in gesprek gaat.

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...