Achtergrond

Deadline voor docenten: geen BKE? Geen toetsen nakijken

Foto: iStock

Aan de HU moeten docenten vanaf 1 januari de Basiskwalificatie Examinering (BKE) hebben behaald. Zonder dergelijk ‘diploma’ kunnen docenten niet aangewezen worden als examinator. Daardoor mogen zij geen toetsen afnemen en beoordelen. Lukt het in 2023 nog om alles nagekeken te krijgen?

Hubert Schuit is sinds 2008 docent bij de opleiding Electrical Engineering en gaat de BKE-deadline niet halen. Zijn assessment staat gepland op 31 januari. ‘Ter voorbereiding daarop moet ik in de kerstvakantie een rapport schrijven’, vertelt hij vanuit een éénpersoons-flexplek op Padualaan 99. Eerder kwam het er niet van.

Schuit onderschrijft het belang van de BKE. ‘Het goede ervan is dat examinatoren allemaal dezelfde toetscyclus leren gebruiken met dezelfde terminologie. Hierdoor wordt ook de communicatie over toetsen tussen de docenten beter. Het is even werk om aan te tonen dat ik de kennis en vaardigheden bezit zodat ik aan de leeruitkomsten van de BKE voldoe. Maar dat gaat zeker lukken’, zegt hij zelfverzekerd.

Foto: iStock

Annette Wind, voorzitter van de Hogeschoolraad (HSR), krijgt signalen dat er na 1 januari problemen ontstaan als een deel van de docenten geen toetsen meer mag afnemen. De HSR trok maanden geleden al aan de bel tijdens een vergadering en heeft deze week aan het college gevraagd hoe de situatie bij de verschillende instituten is. Wind vermoedt dat de onderlinge verschillen groot zijn. ‘Dus wij willen weten hoe het er voorstaat.’

‘Toetsbekwaam’ was tot op heden genoeg

Afgelopen jaren moesten examinatoren ‘toetsbekwaam’ zijn: zij moesten beschikken over onderwijskundige kennis en relevante toetservaring. ‘De examencommissie moet zich ervan overtuigen dat iemand geschikt is als examinator’, staat in een document uit 2021 van de Vereniging Hogescholen (VH). Binnen de HU worden ‘bij voorkeur’ minimaal twee examinatoren aangewezen per cursus. Dat zijn vaak docenten die de cursus zelf geven, staat in het Reglement Examencommissies van de hogeschool.

Bovenstaande omschrijving laat nogal wat ruimte om docenten tot examinator aan te wijzen. Met het stellen van de BKE-eis moeten de examencommissies vanaf januari dus in een kleinere vijver gaan vissen. Alleen docenten met een BKE kunnen straks aangewezen worden. Om een certificaat te bemachtigen moeten zij een BKE-cursus doen bij het Teaching & Learning Netwerk (TLN) van de HU. Ze kunnen ook alleen een portfolio indienen en een assessment doen. Of vrijstelling vragen door het indienen van eerder verkregen diploma’s.

De deadline van 1 januari leidde de afgelopen periode tot verhoogde activiteiten bij TLN. Meer en meer docenten kwamen een BKE-traject volgen of vroegen vrijstellingen aan, vertelt TLN-netwerkregisseur Aart van Bruggen. ‘Dat merkten we het afgelopen jaar en vooral de laatste vier maanden.’
De Kerst-actie was een succes: wie vóór 14 november een portfolio indiende, werd snel beoordeeld en kreeg nog voor het nieuwe jaar een certificaat. Zo’n 200 docenten meldden zich daarvoor aan. Ook van januari tot de zomer staan nog veel BKE-trajecten en assessments gepland.

De deadline van 1 januari problematisch?

Als docenten zonder BKE vanaf 1 januari officieel geen toetsen mogen afnemen, komt dit werk mogelijk te liggen bij collega’s die wel gecertificeerd zijn. Maar of bij elk instituut zo streng wordt gehandhaafd weet Van Bruggen niet. ‘Examencommissies hebben een onafhankelijke positie en kunnen docenten als examinator aanwijzen als zij deze docenten voldoende toetsbekwaam achten. Daarvoor hebben die commissies wettelijk een heel brede bevoegdheid.’

De dienst Onderwijs, Onderzoek & Studentzaken (OO&S) verzamelt de gegevens voor het college van bestuur over het aantal BKE-gecertificeerde docenten. Maar het wil de gegevens niet bekend maken. ‘Zij geven momenteel geen betrouwbaar beeld’, zegt OO&S-directeur Wichert Duyvendak daarover. ‘Sommige docenten zijn bezig met het afronden van het traject, nieuwe docenten moeten nog beginnen en weer anderen stoppen bij de hogeschool. Begin volgend kalenderjaar hebben we een beter beeld.’

Het waarom van de BKE

Om de oorsprong te achterhalen van de Basiskwalificatie Examinering moeten we terug in de tijd. In 2010 publiceerde de Volkskrant een geruchtmakend artikel over een opleiding van Hogeschool Inholland. Langstudeerders werden daar aan een diploma geholpen zonder dat ze er veel voor hoefden te doen. De ‘affaire Inholland’ was geboren. Uit onderzoek bleek dat dergelijke frauduleuze praktijken ook aan enkele andere hogescholen voorkwamen. Bij de HU kwamen geen grote zaken aan het licht.

Het hbo kwam in een slecht daglicht te staan. Het gevaar dreigde dat de politiek zou ingrijpen en bijvoorbeeld landelijke examens zou gaan instellen. Hogescholen wilden dat voorkomen. In december 2011 spraken de HBO-raad (nu Vereniging Hogescholen) en het Ministerie van OCW daarom af dat ze een Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheden (BDB) voor docenten zouden invoeren. Daartoe moesten hogescholen elkaars certificaten wel erkennen.

‘Dat betekent dat na 1 januari een aantal studenten geen cijfer zal krijgen of dat massa’s docenten met een BKE-certificaat een burn-out oplopen’

De Vereniging Hogescholen richtte zich vervolgens op de toetsen. Een commissie ging de kwaliteit van de examinering onder de loep nemen. Die commissie-Bruijn stelde in 2012 voor om te komen tot een verplichte bij- en nascholing, die docenten één tot anderhalve dag tijd zou kosten. Docenten met een zogeheten BKE-certificaat werden dan officieel als examinator bevoegd tot het afnemen van toetsen. Daar bovenop kon een Seniorkwalificatie Examineren (SKE) komen voor de leden van de Examencommissies, stelde de commissie voor.

De drie cursussen van BDB

Illustratie: iStock

Het BKE-traject werd onderdeel van het bredere programma Basisvaardigheden Didactische Bekwaamheid. In 2013 spraken de hogescholen af dat alle docenten die moesten gaan halen. In een strategienota uit 2014 staat dat in 2020 alle docenten een BDB-certificaat hebben. Aan de HU bestaat dit tegenwoordig uit drie cursussen: behalve de BKE zijn dat basiskwalificaties Onderwijs Ontwerpen (BOO) en Onderwijs Uitvoeren (BOU).   

De BDB-cursussen zijn nuttig voor nieuwe maar ook voor zittende docenten, betoogt Kitty Meijer. Zij is toetsexpert bij het Instituut voor Bewegingsstudies en doet onderzoek naar toetsbekwaamheid van hbo-docenten bij het lectoraat Beroepsonderwijs. ‘Startende docenten doen immers vaak voor het eerst hun intrede in het hoger beroepsonderwijs en zijn niet opgeleid als docent.’

Als fysiotherapeut, journalist of ict’er voor de klas

Meijer: ‘Zij komen uit de praktijk en zijn bijvoorbeeld fysiotherapeut, journalist of ict’er. Dan is een introductiecursus over het onderwijs een voorwaarde om het beroep van docent uit te kunnen oefenen. Toetsen is daar een wezenlijk onderdeel van, net als lesgeven en lessen voorbereiden. Ook voor docenten met een jarenlange ervaring voor de klas is het louterend. Zij krijgen de gelegenheid zich op te frissen en bij te scholen. Onderwijs is ontwikkeling dus het kan in vijf jaar fors veranderen.’

Ook Liesbeth Baartman, eveneens toetsexpert bij het TLN en bijzonder lector Toetsing en Beoordeling in het Beroepsonderwijs, wijst op de permanente ontwikkeling van docenten. ‘De BDB begon als serie cursussen en werd in de loop der jaren een manier om docenten duurzaam bij te scholen. De losse onderdelen BOO, BOU en BKE worden steeds meer geïntegreerd. Want in de praktijk lopen onderwijs ontwerpen, doceren en examineren steeds meer door elkaar heen.’

In 2020 rinkelen de alarmbellen

Hogescholen zetten volop in op de BKE. Het toenmalige Expertisecentrum Docent HBO (de voorloper van het huidige TLN) krijgt de taak om de docenten te scholen en certificeren als examinatoren. Zo’n 1920 docenten moeten klaargestoomd worden tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2021. ‘Dit betekent gemiddeld 320 docenten per jaar’, becijfert een notitie uit 2014. Ze kunnen de bijscholing volgen tijdens de vastgestelde uren voor deskundigheidsbevordering of voor een deel vrijstelling krijgen.

Jaren later gaan de alarmbellen rinkelen. In maart 2020 schrijft het college van bestuur aan de Hogeschoolraad dat is besloten tot twee jaar uitstel van de BKE-eis. Of het aan de dreigende corona-uitbraak ligt is niet duidelijk, maar het College van de Examencommissies (CvE) had bij het college aan de bel getrokken. De examencommissies hebben immers de taak om bij instituten de docenten aan te wijzen die als examinator fungeren en dus een BKE-certificaat moeten hebben.

In maart 2020 heeft 56 procent van de docenten de BKE-kwalificatie op zak (of zijn vrijgesteld), staat in de brief van het college. In de rest van dat jaar zal hooguit vijftien procent het certificaat ontvangen. ‘Dit betekent dat zo’n dertig procent van de docenten niet aangewezen kan worden als examinator, met alle gevolgen voor het onderwijs van dien’, zo schrijft het college. Duidelijk is ook dat het college het voornemen heeft losgelaten om alle docenten het complete BDB-traject te laten volgen.  

Deadline BKE-eis verschoof naar 1-1-2023

Het college noemt uitstel van de BKE-eis tot 31 december 2022, ‘een realistisch doel’. Tussen de instituten zijn er grote verschillen wat betreft de aantallen gecertificeerden, constateert het college. Met de instituten die de laagste scores tonen, zullen afspraken gemaakt worden voor het tijdig voldoen aan de BKE-eis. Overigens stelt het college als verzachtende omstandigheid dat ook andere grote hogescholen de ingangsdatum voor het halen van de BKE hebben uitgesteld.

Als verzachtende omstandigheid telt ook de corona-uitbraak. Daardoor lag de focus de afgelopen twee jaar meer op online onderwijs en dito toetsen. De deadline van 1 januari 2023 blijft wel staan. Sterker nog, het College van de Examencommissies heeft vorige week laten weten dat de commissies streng moeten zijn: er komt geen generaal pardon voor groepen docenten. ‘Dat betekent dat na 1 januari een aantal studenten geen cijfer zullen krijgen of dat massa’s docenten met een BKE-certificaat een burn-out krijgen’, voorspelt een ingewijde. 

‘Het kan niet zo zijn dat docenten die nog geen BKE hebben, worden onttrokken aan het toetsproces’

Wim Borghuis, docent aan het Instituut Archimedes en sectorconsulent bij de hogeschool voor de Algemene Onderwijsbond (AOb), is voorstander van de verplichting om de BDB-certificaten te halen. Zelf is hij formeel vrijgesteld omdat hij beschikt over allerlei docentendiploma’s. Hij denkt dat veel docenten misschien wel bekwaam zijn maar dat dit ook geformaliseerd moet worden met certificaten, ook voor de toetsing. ‘Dat zorgt voor een minimale borging van onderwijskwaliteit’, zegt hij.

De opleidingen die onderdak vinden op Padualaan 97 – zoals Archimedes, Instituut Theo Thijssen en het Seminarium voor Orthopedagogiek – hebben de BDB en BKE wel op orde, meent hij. ‘Daar vallen per 1 januari geen grote gaten. Maar bij veel andere instituten komen docenten rechtstreeks uit de praktijk en daar hebben grote groepen er nu nog geen. Bij het Instituut Social Work zou dit gelden voor 35 procent van de docenten.’

Ronald Boer, instituutsdirecteur van Social Work, laat net na publicatie van dit artikel weten, dat het management ervan uitgaat dat zo’n 75 procent van de examinatoren voor 1 januari 2023 de BKE heeft behaald. Dit aantal groeit in de eerste maanden van 2023 naar 94 procent. ‘Hoewel dit mooie resultaten zijn, is het samen met een aantal teams nog zoeken naar een goede verdeling van werk’, voegt hij eraan toe.

Borghuis: ‘In november 2014 is door het college besloten dat de BDB verplicht is voor docenten. Hoe is het mogelijk dat het in acht jaar niet op orde is gekomen? Dat heeft te maken met personeelsbeleid. Als het prioriteit had gehad, dan was het nu geregeld.’

Illustratie: iStock

Volgens hem is het te weinig aan bod gekomen in functionerings- en beoordelingsgesprekken en was het ook geen serieus issue in vacatureteksten en sollicitatiegesprekken. Ook komt de BDB en BKE volgens hem nauwelijks voor in de beleidsdocumenten van de HU.

Borghuis: ‘Dit betekent dat een groot aantal docenten niet als examinator mag optreden. Deze docenten mogen geen toetsen maken of afnemen bij studenten, ze niet beoordelen en ook geen resultaten in Osiris invoeren. Alleen examinatoren zijn daartoe bevoegd. Dus collega Jansen is per 1 januari niet meer bevoegd. Dan mag collega Pietersen het oplossen. Behalve een verhoging van werkdruk leidt het ook tot onderwijskundig-pedagogische onwenselijke situaties omdat je het onderwijs en toetsing gaat scheiden. Docent Jansen geeft dan les en kan niets over toetsen zeggen want daar gaat Pietersen over.’

Een grijs gebied, waarbij de werkdruk niet automatisch stijgt

Luc van Dijk-Wijmenga, docent Communicatie, maakte zich hier enkele maanden geleden zorgen over. Hij is voorzitter van de instituutsraad bij het Instituut voor Communicatie en voorzitter van de sectorgroep hoger onderwijs CNV. Hij kaartte het aan bij instituutsdirecteur Frank Buskermolen. Zijn vrees was dat het volgen van de BKE-cursus de werkdruk bij nieuwe docenten zou verhogen. En als na 1 januari een deel van de medewerkers geen toetsen meer mag afnemen, zou dit op het bordje van docenten komen die wel een BKE-certificaat hebben. Waardoor de werkdruk bij deze groep ook stijgt. Maar zo zwart-wit gaat het er niet aan toe, is zijn overtuiging inmiddels.

‘De cursus moet aansluiten op wat iemand in de praktijk nodig heeft’

Van Dijk staat pal achter het beleid dat docenten de BDB moeten volgen. ‘Maar het kan niet zo zijn dat docenten die nog geen BKE hebben, worden onttrokken aan het toetsproces’, stelt hij. Het is een grijs gebied, vindt hij. Docenten die de certificaten voor de basiskwalificaties Onderwijs Ontwerpen en Onderwijs Uitvoeren nog niet hebben, kunnen ook gerust lessen ontwerpen en lesgeven. ‘Pas als je enige ervaring hebt in het onderwijs kun je de cursus goed plaatsen. Het heeft mij veel gebracht. Zo let ik nu meer op didactiek, uitvoerbaarheid van programma’s en helderheid qua toetsing.’

Door gesprekken met de instituutsdirecteur zijn hij en de instituutsraad gerustgesteld. ‘Ik merk in de dagelijkse praktijk dat de werkdruk niet omhoog lijkt te gaan. Er wordt gelet op een goede spreiding over de teams als het gaat om deskundigheid in examinering. En voor nog niet-gecertificeerde docenten bestaat een aparte werkwijze: zij krijgen gerichte ondersteuning door collega’s en kunnen al wel samen met iemand die de BKE heeft doorgaan met toetsen.’ De examencommissie is hier ook bij betrokken, stelt hij.

Aanpassen aan programmatisch toetsen

Bij de invoering van de BDB, een kleine tien jaar geleden, lag het accent van de BKE nog wel op de kennistoetsen, beamen toetsexperts Baartman en Meijer. Maar dat is al lang niet meer het geval. Baartman: ‘Het idee is dat de BDB aansluit bij de behoeften van de docenten. Als een opleiding veel gebruik maakt van kennistoetsen dan is het nuttig om die vorm van toetsen veel aan bod te laten komen. En als de opleiding veel werkt met beroepsproducten of met assessments dan richten we ons daar op.’

Zowel Baartman als Meijer zijn betrokken bij het landelijk project ‘Je ogen uitkijken’, uitgevoerd in opdracht van Vereniging Hogescholen, van begin 2019 tot oktober 2020. Het doel was om onder meer de BSK- en BKE-leeruitkomsten aan te passen aan de huidige praktijk van toetsing op hogescholen. Zoals het programmatisch toetsen, dat bij de HU en andere hogescholen in zwang raakt.

Meijer: ‘Bij de herijking hebben we ook oog gehad voor nieuwe vormen van toetsing. Programmatisch toetsen moet ook passen in zo’n BKE-traject. Dan gaat het niet zozeer om het geven van een cijfer maar wel over het geven van feedback. Daarbij speelt de toetsbekwaamheid van docenten ook een grote rol.’

Baartman: ‘De cursus moet in ieder geval aansluiten op wat iemand in de praktijk nodig heeft.’