Columns

Schaam je nooit voor je verdriet

Foto: Kees Rutten

Gisteren begroef ik mijn schoonvader. Hij is 89 jaar oud geworden. Dat is een gezegende leeftijd, ik weet het. En toch doet het pijn. Ik hield van mijn schoonvader, hij was altijd belangstellend, liefdevol, warm. Pakte mijn handen vast als ik het na een bezoekje tijd was om naar huis te gaan en zei: ‘Dag lieve kind’.

Ik heb deze week bergen nakijkwerk, maar na drie dossiers ben ik op, dan is het genoeg. Mijn concentratie houdt te wensen over. Maar wat vind ik dat lastig om te zeggen tegen collega’s. Want hé, nogmaals, 89 (net geworden) is een prachtige leeftijd. Hij zat achter zijn computer en viel dood neer, muis nog in zijn hand. ‘Wat een mooie dood’ zegt een vriendin. Dat is vast waar. Maar ik had nog zo graag afscheid genomen.

De neiging om verdriet te relativeren is mij niet onbekend. Een stem in mij zegt ‘Stel je niet zo aan’. En ook: ‘De dood hoort bij het leven.’ En: ‘Wees blij dat hij niet heeft hoeven te lijden.’

Onze maatschappij is erop gericht om de dood buitenspel te zetten. Ik moet leren dat ik mag voelen wat ik voel. En dat ik dat ook mag uitspreken. Dat doe ik dus deze week. Ik zeg tegen collega’s dat ik het nakijkwerk nog even uitstel, dat ik snel moe ben, dat de dood erin hakt en allerlei gevoelens en herinneringen triggert.

En zoals altijd weer, leert ook deze levensgebeurtenis me met andere ogen te kijken naar mijn studenten. Want ook deze week: een mail van een student wiens moeder ineens de diagnose kanker heeft gekregen, een student wiens oma is overleden, een student die nog altijd rouwt om een overleden klasgenoot.

Ik ben blij dat ze me mailen, dat ze zich uitspreken. Wat ik maar wil zeggen is dit: schaam je nooit voor je verdriet, voor je rouw. Het is er en mág er zijn. Wat ik deze week tegen mezelf zeg, zeg ik ook tegen jullie, mijn studenten. Dat er geen meetlat bestaat voor verdriet. En dat er altijd meer begrip is dan je denkt.

Ook interessant: Trajectum podcast over rouw: ‘We moeten af van het idee dat alles altijd maar leuk moet zijn.’