AchtergrondNieuws

School voor Journalistiek, vijftig jaar

Wie gelooft nog in de journalistiek? Onder die titel organiseert de School voor Journalistiek op 18 november een congres om een halve eeuw journalistiekonderwijs in Utrecht te vieren. Wat is de rol nog van de journalist in het journalistieke debat na de komst van social media? Ondertussen tonen ladingen oud-studenten al vijftig jaar het nut van de opleiding aan.

 Door Janny Ruardy

Op 3 oktober precies 50 jaar geleden opent onderwijsminister Diepenhorst de eerste School voor (de) Journalistiek in de Palmstraat in Utrecht. Doel is de verheffing van de beroepsgroep. De veranderende maatschappij vraagt om extra scholing. En dat leer je niet op de universiteit of als scholier op een redactie, is de gedachte.

Dagbladdirecteuren en de journalistenvereniging hebben de jaren ervoor het initiatief genomen voor de driejarige opleiding. Er melden zich driehonderd studenten aan, waarvan tachtig worden toegelaten. De eerste lichting is van een brave soort, met stropdas en colbert.

Studenten van de eerste lichtingen worden overladen met vakken, zelfs gymnastiek staat op het programma. ‘Het was verschrikkelijk schools’, zegt oud-NOS-Journaal presentatrice Noortje van Oostveen in een interview in het jubileumboek School maken, tien jaar Hogeschool Utrecht in 2010. Ook over het gebouw is ze slecht te spreken: ‘een ongezellige, afgebladderde, afgetrapte boel.’

Gedemocratiseerd
Maar er heerst ook gevoel van vrijheid, politieke bewustwording en kritisch leren zijn. Dat past in de tijdgeest van 1968 met het studentenverzet en de roep om democratisering. Van praktijkman Jan de Vos, oud-journalist van het Vrije Volk leren de studenten de kneepjes van het vak.

De SvJ aan de Palmstraat transformeert in deze jaren tot de meest gedemocratiseerde onderwijsinstelling in West-Europa. Het onderwijs wordt gegeven op basis van concrete maatschappelijke vraagstukken. Studenten bemoeien zich met alles en dwingen onderwijsvernieuwingen af. Projectonderwijs wordt leidend. Student Bert Determeijer, later docent aan de opleiding voelt zich er ‘als een vis in het water’.

determeijer
Bert Determeijer voert actie.

Het politieke debat voert de boventoon, journalistieke vaardigheden aanleren staat gelijk aan burgerlijkheid. Studenten blijken daar dan ook nauwelijks over te beschikken. En dat merken ze in hun stages. Zo zijn de linkse studenten van de SvJ tot 1978 niet welkom op de redactie van De Telegraaf.

Als in 1975 een derde van de kandidaten zakt, blijkt er met het onderwijs iets grondig mis te zijn. Er iets moet veranderen. Er komt een leerplan met een theoretische basiskennis aangevuld met praktijkgericht onderwijs. Alleen is er geen voedingsbodem voor. De meerderheid van de studenten en docenten vindt dat studenten zelf verantwoordelijk zijn voor hun studie. Het leidt tot tweespalt. Een richtingenstrijd die tot na 1980 duurt.

svj

Hogeschool Midden Nederland
In deze jaren bezuinigt onderwijsminister Deetman enorm en voert hij voor het hbo een schaalvergrotingsoperatie door. Kleine scholen moeten opgaan in de hogescholen met een college van bestuur zoals we ze nu kennen. Veel opleidingen zijn bang voor verlies van hun identiteit en proberen er onderuit te komen. Dat geldt ook voor de SvJ. Als er dan samengegaan moet worden, dan liever met de Hogeschool voor de Kunsten. Maar daar is het onderwijs heel anders.

Binnen de SvJ is er inmiddels wel consensus voor een nieuw leerplan. Een waarin journalistieke vaardigheden belangrijk worden. Ook haalt men de banden met de beroepspraktijk weer aan. Het aantal studenten groeit en de eisen die aan goed onderwijs worden gesteld, worden strenger. In 1982 verhuist de school naar een nieuw en ruim pand op de Ravellaan.

De SvJ weet tot 1986 de dans te ontspringen, maar gaat dan op in de Hogeschool Midden Nederland. Directeur Huub Elzerman wordt gelijk geconfronteerd met een enorme bezuinigingsronde. Om ontslagen te vermijden haalt hij op eigen houtje de studierichting voorlichting binnen. Een gotspe voor journalisten. Er zijn docenten die weigeren om aan die ‘betaalde leugenaars’ les te geven.

Vervlakking
Om voor rijkssubsidie in aanmerking te komen moet de opleiding van drie naar vier jaar, er moet een nieuw leerplan en stagebeleid worden ontwikkeld. De studenten zijn weer welkom bij De Telegraaf.

Als Piet Hagen in 1990 het stokje overneemt van Huub Elzerman wil hij de opleiding verbreden en verdiepen. Docenten moeten publiceren. In 1991 verschijnt het Basisboek Journalistiek, het standaardwerk voor de journalistiekstudent, geschreven door docent Nico Kussendrager. Geschiedenisstudenten van de Universiteit Utrecht en journalistiekstudenten werken een half jaar samen aan artikelen om die diepgang te bevorderen.

In de filosofie van Hagen is die verbreding een wapen tegen de vervlakking vanuit het beroepenveld: de commerciële zenders als RTL4 en amusement. Het roept de vraag op welke stageplaats nog ‘journalistiek’ is?

Internationalisering
Ook zwermen begin jaren negentig studenten tijdens hun studie naar het buitenland uit. Groepen studenten gaan met docenten op studiereis, Via het lesprogramma Europe in the World ontstaan nauwe banden met Wales en Denemarken, met universiteiten in onder andere Zuid-Afrika en de VS wordt uitgewisseld.

Maar het is ook de tijd van enorme studentengroei en toenemende bureaucratisering. Er moet veel meer verantwoord worden om de kwaliteit van het onderwijs te garanderen. Het computertijdperk breekt aan. ‘Typex hoefde ineens niet meer’, zegt Elvira Westervaarder, eerstejaars in 1989.

Vooral docent Peter Verweij begrijpt wat er allemaal mogelijk gaat worden. Hij ontwikkelt lesmodules over databases, zoekprogramma’s en verspreidt zijn kennis naar redacties in binnen- en buitenland.

In 1997 verhuist de SvJ naar de Padualaan 99 en deelt het gebouw met de opleiding Communicatie binnen de Faculteit Communicatie en Journalistiek (FCJ). Studenten krijgen de mogelijkheid zich te specialiseren: redactionele vormgeving, tijdschrift, dagblad, radio/tv.  Dagelijkse radio-uitzendingen via Studentenradio, Campustalk geven mogelijkheden om het vak in de praktijk te brengen.

suri
Foto: Janny Ruardy. Groep vierdejaars in 2012 op reportage in Suriname. Robbie Kammeijer (met pet) werd na z’n studie presentator bij het Jeugdjournaal en werkt nu bij EditieNL.

Rood
Ondanks de toenemende bureaucratisering en verantwoording staat de FCJ in 2003 tonnen in het rood. Er ontstaat onrust, jonge docenten dreigen boventallig te worden verklaard. Studenten bezetten korte tijd het gebouw.

Om de tekorten het hoofd te bieden, gaat het aantal eerstejaars van 300 naar 360 en oudere docenten kunnen met een vutregeling vertrekken. Maar het gemopper vermindert niet, zeker niet door de toenemende centralisering.

Als binnen het hbo lectoren worden binnengehaald, weet de FCJ een paar bigshots aan zich te binden. Programmamaker Ad van Liempt, oud-Volkskranthoofdredacteur Pieter Broertjes en oud-burgemeester van Groningen Jacques Wallage. Laatstgenoemde is binnen twee maanden weer vertrokken. Zij moeten docenten begeleiden bij onderzoek en een boost geven aan het praktijkgerichte onderzoek binnen de opleiding.

Geloof
Bij het uitbreken van de crisis in 2008 wordt ook de journalistiek getroffen. Bij Sanoma wordt keihard gesaneerd, de digitalisering van de maatschappij maakt veel functies overbodig. Daarnaast neemt de invloed van social media toe. Niet voor niets heeft het jubileumcongres de titel: wie gelooft er nog in de journalistiek. En wat betekent deze ontwikkeling voor de opleiding journalistiek?

Goede studenten met passie en talent komen ook nu nog goed terecht. Bij de afstudeerpraatjes tijdens de diploma-uitreiking heeft de helft een goede baan en kunnen ze bijvoorbeeld na hun stage blijven, zoals Daphne Lammers, huidige presentatrice van RTL Nieuws. Radiofanaten Frank van der Lende en Igmar Felicia hebben binnen no time een eigen show bij 3FM en Slam FM. Of neem Marten Blankesteijn, een van de oprichters van Blendle en daarmee vernieuwer binnen de journalistiek. Genoeg oud-leerlingen die bewijzen dat er toekomst is met een journalistiekopleiding. Net als vijftig jaar geleden.

Bron: School maken. Een jubileumuitgave ter gelegenheid van 10 jaar Hogeschool Utrecht