Yara (22) studeert Journalistiek aan de HU. Ze ging op reportage voor Trajectum.

Onderweg naar TivoliVredenburg loop ik langs een man die tegen een muurtje leunt. Hij laat zijn blik op een vrouw rusten die voor mij loopt en staart opvallend lang naar haar lichaam. Dat merkt zij ook. Ongemakkelijk en gehaast trekt ze haar rok wat naar beneden. Toch blij dat ik ondanks de hitte voor een vormloze broek ben gegaan, denk ik bij mezelf.
Daar denken ze bij Actie Aletta anders over. Het initiatief brengt vrouwenrechten en gendergelijkheid onder de aandacht door in zestien Nederlandse steden gesprekken, bijeenkomsten en activiteiten te organiseren over de veiligheid van vrouwen. Van alles wordt besproken, behalve hoe vrouwen zich kunnen aanpassen aan de situatie. Dat vinden ze onzin. Tot eind 2027 trekken ze door het land, samen met overheden, onderwijs, maatschappelijke organisaties en publiek, om te werken aan een veiliger Nederland voor vrouwen. Vanavond is het thema straatintimidatie. Passend, denk ik bij mezelf.
Eenmaal aangekomen in de uitverkochte zaal kijk ik uit op een groot, blauw verlicht podium met vijf stoelen. De zaal druppelt vol. Vrolijke, kletsende mensen zoeken een plek, halen een drankje of praten nog snel met bekenden. ‘Veel vrouwen, hé!’, merkt iemand achter mij op tegen haar vriendin. Ze heeft gelijk. Van de ongeveer 140 aanwezigen tel ik zo’n dertig mannen. Passend, denk ik weer.
Naast mij zit zo’n zeldzame mannelijke bezoeker. De man, die Jelle blijkt te heten, kijkt me vriendelijk aan, neemt een slok bier en vertelt dat hij zijn vriend komt aanmoedigen, die vanavond spreekt. Ondanks zijn oprechte betrokkenheid geeft hij na een tijdje toe: ‘Ik denk eigenlijk niet dat ik was gekomen als mijn vriend niet had meegedaan.’

Mijn eigen route
De lichten dimmen en burgemeester Sharon Dijksma betreedt het podium, met een zware ambtsketen om haar hals. Ze vertelt: ‘Acht op de tien vrouwen krijgen te maken met straatintimidatie. Dat is heftig. Vrouwen moeten de straat op kunnen zonder strategie, zonder sleutels tussen hun vingers en zonder ‘ik-ben-weer-thuis’-appje. Als vrouwen hun route aanpassen, moet de stad haar koers aanpassen.’
De zaal knikt instemmend. Ik ook. Terwijl ze verder spreekt, denk ik aan mijn eigen route hierheen en de keuzes die ik onbewust maakte om ongemak of onveiligheid te vermijden. Ik trok een broek aan in plaats van een rok, schoof mijn tas voor mijn billen als ik langs mannen liep, vermeed een steeg en deed slechts één oortje in.

Het is verfrissend om in een zaal te zitten waar dit onderwerp de ernst krijgt die het verdient. Toch bagatelliseer ik het zelf vaak, alsof het er nu eenmaal bij hoort en ik me aanstel. Maar dat hoort het niet, zegt ook Merel Visser van De Seksualiteitschool. ‘Straatintimidatie kan niet en het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om ertegen op te staan.’
Volgens haar begint dat bij herkennen en inschatten wat er gebeurt. Wanneer ze vraagt naar herkenbare situaties, barst het los. Vingers schieten omhoog, mensen roepen door elkaar en de organisatie rent rond met microfoons. Een meisje vertelt dat ze situaties sneller herkent als ze alleen is, maar dan juist minder durft in te grijpen. Dat gevoel herken ik.

Blinde vlek bij mannen
Ik wil mezelf niet in gevaar brengen, de sfeer verpesten of ingrijpen terwijl het misschien niet nodig is. Maar ik herken me in veel voorbeelden van Visser over hoe je kan handelen, direct of indirect. Doen alsof je iemand kent op straat? Check. Achteraf vragen of iemand oké is? Check. Niet lachen wanneer iemand een slechte grap maakt? Triple check.
Andere suggesties zijn nieuw voor mij. Zoals een waterfles laten vallen om afleiding te creëren, of notities maken van wat er gebeurt, zodat iemand later aangifte kan doen met een getuige. Het zijn tactieken die vrouwen ook toepassen, maar de man naast me geeft toe een blinde vlek te hebben voor straatintimidatie, omdat hij het zelf nooit heeft meegemaakt.
Onderzoek uit Parijs
Na Dijksma komt onderzoeker Mischa Dekker het podium op, over een onderzoek dat hij deed in Frankrijk. In verschillende wijken in Parijs nam hij waar hoe mensen reageren als je het gesprek over straatinitimidatie opent. Zijn conclusie is duidelijk: wanneer je het gesprek opent over straatintimidatie, reageren mensen vaak ontwijkend. Ze schuiven het probleem af op andere wijken, redenen en nationaliteiten.

‘Heb je er rekening mee gehouden dat mensen anders reageren op een man die het vraagt dan een vrouw?,’ wil iemand uit het publiek weten. Dat had hij zeker. Het publiek schuwt niet om hem goed aan de tand te voelen. Hoewel hij zijn verdediging goed op orde heeft, trekt hij met elke vraag iets witter weg.
Precies daar ligt de sleutel tot vooruitgang, bespreekt het panel bestaande uit burgemeester Sharon Dijksma, content creator Annemarie Lekkerkerker, activist Hessel Schaaf en onderzoeker Laura Jak. Ze bespreken hoe de stad veiliger kan worden en al snel is de conclusie duidelijk: veiligheid voor vrouwen kan niet zonder mannen die actief meedoen.
Poetin in therapie

Schaaf stelt dat gendergerelateerd geweld voortkomt uit machtsstructuren en maatschappelijke gendernormen die schadelijk zijn voor iedereen. ‘Jongens krijgen hun hele leven te horen dat ze geen eigenschappen moeten hebben die “vrouwelijk” zijn. Daardoor stellen ze zich niet kwetsbaar op, begrijpen ze niet hoe ze zich voelen en vertonen ze gedrag dat weerspiegelt wat de samenleving van hen verwacht.’

Daarop grapt Lekkerkerker: ‘Ja eens, ik heb wel een gedachte: ‘Hoe zou het toch zijn gelopen als Poetin gewoon in therapie was gegaan?’ De zaal lacht. Schaaf reageert: ‘Zo werkt de opbouw van geweld. Straatintimidatie lijkt klein, maar is onderdeel van een groter patroon dat kan uitmonden in femicide.’ Dijksma concludeert uiteindelijk: ‘Daarom ligt er een verantwoordelijkheid bij het onderwijs, bij ouders, bij ruimtelijke ordening, bij defensie, bij iedereen eigenlijk om het aan te pakken.’
Aan het einde van de avond kunnen bezoekers via een link hun ideeën delen over een veiligere stad. Apps, straatverlichting, vrouwen mee laten kijken naar planologie – van alles komt voorbij.
Als ik de zaal uitloop, is het voor mij duidelijk: hier staan de hoofden de juiste kant op. Samen zitten we bovenop het probleem. Maar eenmaal buiten is het weer schemerig. Ik duw instinctief mijn tas voor mijn billen, vermijd Hoog Catharijne en denk: We zijn er nog niet.


