Studentendecanen van hogescholen over hun studenten en corona: ‘Niet alleen maar kommer en kwel’

Studenten met problemen in hun opleiding komen bij decanen terecht. Wat voor verhalen krijgen ze te horen?

Foto: Kees Rutten

Het is moeilijk in te schatten hoe het momenteel met hbo-studenten gaat: er zijn geen grote landelijke onderzoeken naar gedaan. Om toch een beeld te krijgen, vroeg het HOP (Hoger Onderwijs Persbureau) vier studentendecanen van verschillende hogescholen naar hun indruk. Wat voor verhalen krijgen ze te horen? Plus: hoe gaat het ook alweer aan de HU?

Hermien Moning, NHL Stenden Hogeschool

‘In het voorjaar kwam een Zuid-Koreaanse studente bij mij thuis eten. Ze zei: jij bent de eerste bij wie ik op bezoek kom in drie maanden tijd. Ze kon eindelijk weer eens lachen.

Wij hebben hier veel internationale studenten en vooral op hen heeft de coronacrisis een enorme impact. Ik sprak laatst een Duitse studente die in deze tijd weinig nieuwe vrienden maakt en het allemaal heel zwaar vindt. Ze is bang dat het coronavirus haar of haar familie zal treffen en dan woont ze ook nog eens ver weg.

Maar Nederlandse studenten hebben het ook niet allemaal makkelijk. Mijn eigen zoon was net op kamers in Groningen. Hij had zich enorm op zijn studententijd verheugd, maar toen ging in het voorjaar alles dicht: hij kreeg geen fysiek onderwijs meer. Hij verloor zijn motivatie, is gestopt met zijn studie en is weer thuis komen wonen. Nu studeert hij aan NHL Stenden. Dat gaat beter, Dat gaat beter, want hij is weer eerstejaars student en krijgt fysieke lessen. Maar het blijft lastig: ik zag hem laatst in zijn slaapzak een les volgen.

Tijdens de eerste golf vonden sommige studenten het wel prettig. Ze hadden geen reistijd, ze konden lekker thuisblijven… Maar het moet niet te lang duren, natuurlijk. De opleidingen doen hun best, maar je kunt niet alles oplossen. Voor docenten valt het ook niet mee: je krijgt zo weinig terug van studenten. Soms zeggen studenten dat hun camera het niet doet en zie je ze ook niet op het scherm. Dan praat je tegen een icoontje.

Er zijn wel studenten voor wie online onderwijs eigenlijk beter geschikt is: studenten met een fysieke of psychische beperking. Als je niet goed tegen prikkels kunt, is het wel fijn als je je lessen in je eigen kamer kunt volgen. Ik hoop dat we die ervaring meenemen als het onderwijs weer normaal wordt.

De nasleep van de crisis zal ook wel even duren. Ik kan niet zeggen of er veel studenten voortijdig stoppen, maar er zijn wel studenten die in het eerste jaar weinig punten hebben behaald en vanwege de coronacrisis tóch geen bindend studieadvies kregen. Zij moeten die achterstand uiteindelijk inhalen.’

Rianne Bieleman, Windesheim

‘Je kunt hbo-studenten niet op één hoop gooien. Ik zie veel studenten die het moeilijk hebben met online onderwijs en het gebrek aan sociale contacten, maar er is ook een groep die het prima doet. Ik hoor echt regelmatig van studenten dat ze het wel fijn vinden om vanuit huis te studeren. Maar ik ben studentendecaan van de technische opleidingen. Misschien scheelt het dat zulke opleidingen goed online kunnen. Het is natuurlijk heel anders als je een opleiding tot gymleraar volgt.

De sociale contacten worden wel gemist. Dat hoor je vooral van eerstejaars: als ze op de hogeschool komen, studeren ze in kleine groepjes, en daarna houdt het contact al snel op. Je leert niet de hele opleiding kennen, of alle studenten die dezelfde studie doen.

Toch is er geen stormloop op de studentendecanen. We hebben genoeg te doen, maar dat is elk jaar zo. De problemen zijn misschien anders dan in andere jaren, maar ze zijn niet groter. De samenleving onderschat de veerkracht van studenten. Ze kunnen veel aan.

Juist nu gaan sommige dingen heel goed. In een korte tijd is er ontzettend veel ontwikkeld, zoals nieuwe toetsvormen en goed online onderwijs. Het zou mooi zijn om dat te behouden. Het helpt sommige studenten echt. Daarom kun je ook niet zomaar zeggen dat de kwaliteit is gedaald. Studenten klagen bij mij niet over de kwaliteit, en ik hoor mijn collega’s daar ook niet over.

De rode draad is dat alles zijn voor- en nadelen heeft. Natuurlijk werkt de crisis door. Wij hebben nu ongeveer 150 eerstejaars die hun mbo-diploma nog moeten behalen: zij mochten in de coronacrisis alvast aan het hbo beginnen om studievertraging te voorkomen. We moeten nog afwachten hoe dat gaat. Dat geldt ook voor studenten die geen stage kunnen lopen of tentamens missen. Ze moeten hun achterstanden uiteindelijk weer inlopen.

Docenten werken nu keihard om ondanks alles goed onderwijs te verzorgen. Er wordt veel gedaan om ervoor te zorgen dat studenten zich verbonden voelen met de hogeschool. Ze komen bijvoorbeeld één dagdeel per week op Windesheim, werken in kleine groepjes, hebben online activiteiten, er zijn ouderejaars die eerstejaars coachen… ik heb het idee dat studenten waarderen wat de opleiding allemaal probeert te doen.’

Lies Leijs, Fontys Hogeschool

‘Studenten spreken meer dan anders over een gebrek aan motivatie. Dat is een verschil met andere jaren. Daar komt nog het schuldgevoel bovenop als het niet goed gaat met hun studie, want eigenlijk hebben studenten nog nooit zoveel tijd gehad als nu: ze gaan nergens meer heen, alles is afgelast, waarom zouden ze niet lekker studeren?

Op zich is hun studie het probleem niet. Studeren vinden ze meestal wel fijn. Waarvoor zou je anders nog je bed uit komen? Normaal keek je uit naar het weekend, want dan ging je leuke dingen doen. Er was altijd wel een feest of een festival. Nu hebben ze weinig om naartoe te leven. Alle dagen lijken op elkaar, dus ze kunnen dingen voor zich uit schuiven.

Soms denk ik weleens dat studenten wat creatiever mogen zijn. Kun je niet samen de kroeg in, doe dan andere leuke dingen: ga wandelen in het bos, ga met elkaar studeren in het park. Als het waait, neem je gewoon geen losse blaadjes mee. Maar zo werkt het kennelijk niet voor iedereen.

Online lessen hebben hun voor- en nadelen. Je ziet weleens studenten in bed zitten, laptop op schoot, telefoon in hun hand… Dan wil je zeggen: hallo, ben je er wel bij? Maar je moet niet te snel oordelen. Lang niet alle studenten hebben een goede werkplek thuis. Je ziet soms broertjes en zusjes achter hen langs door het beeld lopen als ze aan de keukentafel zitten. Dat is ook niet altijd fijn en daar moet je dan wel even het gesprek over voeren.

Een groot winstpunt is dat hybride onderwijs haalbaar blijkt: onderwijs dat gebruik maakt van online mogelijkheden. Daar was men vroeger heel allergisch voor, maar voor sommige studenten is het toch fijn: wie bijvoorbeeld de ziekte van Crohn of chronische vermoeidheid heeft, mist weleens een werkgroep en kan die dan digitaal toch bijwonen. Het is niet alleen maar kommer en kwel.

Om corona maken ze zich lang niet allemaal zorgen, maar sommigen zijn mantelzorgers of hebben kwetsbare ouders en dan letten ze wel op. Je merkt dat studenten er anders over gaan denken als ze het van nabij meemaken. We hebben hier een hartstikke fitte docent van 37 jaar, die ooit meedeed aan wedstrijden voor de sterkste man van Nederland. Hij kreeg corona en kon nauwelijks nog praten, zo weinig adem had hij. Dat verhaal heeft hij online gezet. Hij kreeg allerlei complotdenkers over zich heen die zeiden dat hij het allemaal verzon, maar hij wilde studenten toch duidelijk maken dat je met een goede conditie niet onkwetsbaar bent.

Ik bewonder studenten wel dat ze toch nog zoveel voor elkaar krijgen. Het zijn heel lastige tijden nu.’

Lianne Keemink, Hogeschool Rotterdam

Foto: Fleur Beerthuis

‘Studenten zijn best weerbaar. Ik ken er maar weinig die zich door de coronacrisis slechter zijn gaan voelen. Ik hoor ook nauwelijks dat studenten erdoor uitvallen. Een paar verhalen ken ik, maar die zijn op één hand te tellen. De rest blijft doorbikkelen.

Maar ik ben studentendecaan bij de lerarenopleidingen en de sociale opleidingen. Misschien scheelt dat. Mijn studenten snappen zelf hoe ze in deze tijd contacten kunnen leggen. Ze gaan samen online gamen, ze hebben allemaal het spelletje ‘Among Us’ op hun telefoon staan, ze gaan met iemand wandelen in het bos. We hebben op de hogeschool ook een ochtend- en een middagritueel waarbij ze online kunnen aanhaken. De meeste studenten redden zich wel.

Over de kwaliteit van het onderwijs hoor ik gelukkig weinig klachten. Studenten zijn flexibel, ze snappen dat iedereen moet omschakelen, dus de opleiding ook. Soms raakt hun geduld weleens op, maar dat heeft waarschijnlijk iedereen in deze tijd.

Toch vraagt de omschakeling naar online onderwijs veel van ze. Als de spanningen hoog oplopen, weten ze niet altijd hoe ze die kunnen reguleren. Daarbij kan ik ze dan helpen. Soms is een aai over de bol genoeg – via Teams dan. Gisteren had ik een gesprek met een meisje dat in de stress schoot over online toetsen. Dan kan ik een kwartiertje met haar praten: hoe realistisch is het nou dat je echt een black-out krijgt?

Wat ik studenten in mijn gesprekken probeer te leren, is dat ze meer verantwoordelijkheid nemen. Soms zeggen ze: ik heb mijn docent een vraag gemaild, maar die reageert niet. Dan moeten ze inzien dat hun vraag daarmee niet verdwijnt. Je kunt die vraag wel bij de docent over de schutting gooien, maar die heeft ook veel te doen en moet ook wennen aan alle digitale onderwijsdingen: misschien zakt die mail weg. Dan moet zo’n student gewoon nog een keer mailen, maar dat vinden ze soms moeilijk.

De nasleep van de crisis gaat komen. Er zijn nu studenten naar het tweede jaar die normaal gesproken een bindend studieadvies hadden gekregen. Het is niet waarschijnlijk dat al deze studenten opeens prima gaan studeren. Dat vraagt behoorlijk wat extra van het onderwijs. Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan.

Of studenten zich aan de coronamaatregelen houden? Niet iedereen laat zich vertellen dat ze voorzichtig moeten doen, maar de meeste studenten doen hun best. Een ongeluk zit in een klein hoekje: dan sta je opeens toch met zes man ergens in een kamer. Ik snap wel dat dat zo loopt. Het is anders als je met 27 leden van je studentenvereniging ergens gaat staan bieren, maar voor zover ik weet gebeurt dat niet zo veel.’

Aan de HU: Er gaat veel goed, maar het kan nog beter

Aan de HU ging een speciale ‘Taskforce Studentenwelzijn’ aan de slag. Trajectum schreef er pas nog over. ‘Het gaat niet goed met het welzijn van de student en dus is het goed dat hiervoor aandacht is,’ vindt Marian de Groot, voorzitter van de Taskforce.

‘Het is een combinatie van alles,’ legt De Groot uit. Het leenstelsel geeft studenten het gevoel dat ze snel moeten studeren en dat ze meteen succesvol moeten zijn, want ze gaan een lening aan. In zijn algemeenheid voelen studenten meer druk in deze prestatiemaatschappij. Dat, gecombineerd met sociale media waarop je alleen een perfect beeld van de wereld ziet, zorgt ervoor dat studenten spanning voelen. Het gaat nu vooral wat minder met de internationale student. Docenten moeten daar aandacht voor hebben. Veel docenten hebben dat al, maar het is belangrijk je te realiseren dat je het verschil kunt maken.’

De Groot onderstreept het belang van een tevreden docenten. ‘Die docent mag ook voelen: de organisatie heeft zorg voor mij. Als er vanuit de HU een nieuwsbrief over corona de deur uit gaat, is het goed dat de leidinggevende daar meteen een mail overheen stuurt met een hart onder de riem. Als het goed gaat met de docent, is er meer aandacht voor de student.’

Ook interessant: Video: Hoe overleef je de Lockdown? Met deze video!

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *