Nieuws

Universiteit voor doctor Mulisch

De zaterdag overleden Harry Mulisch was niet alleen schrijver, maar ook doctor in de filosofie. Speciaal voor hem werd een universiteit op één avond opgericht en weer opgeheven. Grap en ernst vielen samen, zoals tegengestelden in Mulisch’ werk altijd samenvallen.

Togamisbruik, vonden critici. Anderen zagen er de lol wel van in dat Harry Mulisch, met goedkeuring van de Nederlandse regering, in het bijzijn van tien hoogleraren zou promoveren op zijn boek ‘De compositie van de wereld’.

“Het begon inderdaad als een grap, maar het werd steeds serieuzer”, vertelt Erno Eskens, nu verbonden aan de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW). Hij organiseerde destijds elke maand het filosofische café Felix & Sofie in het Amsterdamse Felix Meritis. ‘Mulisch had een geweldige eenmansfilosofie ontwikkeld in De compositie van de Wereld, waarin tegengestelden konden samenvallen. Een hoge C en een lage C zijn immers in zekere zin dezelfde toon, hoewel ze van elkaar verschillen. Wij vonden het allemaal een origineel boek. Zou het niet leuk zijn, dachten wij, om hem daarop te laten promoveren?’

In een mum van tijd hadden de bedenkers van het plan tien hoogleraren bereid gevonden om eraan mee te doen. De meesten wilden zelfs in toga komen, hoewel ze hun toga eigenlijk alleen bij academische gelegenheden mochten dragen. Sommige hoogleraren aarzelden daarover. Overigens moest Mulisch ook nog over de streep getrokken worden: hij wist niet of hij aan een grap wilde meewerken.

Dus stuurde Felix & Sofie een verzoek aan het ministerie van OCW: of minister Loek Hermans misschien een universiteit wilde oprichten, speciaal voor deze promotie. Eskens: ‘Het ministerie had zijn bedenkingen: stel dat we aanspraak zouden gaan maken op allerlei subsidies. Daarom hebben we in de oprichtingsacte laten vastleggen dat de universiteit maar twee uur zou bestaan en geen enkele subsidie kon krijgen. Toen wilde Hermans wel meedoen.’

Op 11 juni 2002 was het zover. De minister zelf – destijds demissionair – zette zijn handtekening en er waren tien serieuze hoogleraren bij betrokken (drie in het college van bestuur en zeven als opponenten bij de promotie). Mulisch is ‘non sine cum laude’ gepromoveerd, oftewel ‘niet zonder lof’. Eskens: ‘Dat was een mulischiaanse tegenspraak die de hoogleraren hadden bedacht.’

Mulisch vroeg zich af of hij nadien daadwerkelijk de doctorstitel mocht voeren. Eskens denkt van wel: ‘De universiteit heeft echt bestaan, ook al duurde het maar twee uur. En de hooglerarehebben de doctorstitel echt verleend.’