Waarom Open-ICT aan de HU kans maakt op een grote prijs (en andere opleidingen naar dit voorbeeld kijken)

De opleiding is genomineerd voor de Hogeronderwijspremie, een onderwijsinnovatieprijs van het Ministerie van Onderwijs.

Studenten van Open-ICT aan het werk

Geen colleges en nooit tentamens. En permanent werken aan praktijkopdrachten. Het lijkt een moeilijk te geloven slogan uit een glossy folder, maar het is de praktijk bij de bachelor Open-ICT van de HU. De opleiding is genomineerd voor de Hogeronderwijspremie, een onderwijsinnovatieprijs van het Ministerie van Onderwijs. ‘Ik denk dat deze vorm van onderwijs de studenten veel beter voorbereidt op de arbeidsmarkt.’

Het lijkt een onderwijskundige utopie: bij deze opleiding bepalen studenten zelf wat ze willen leren. Doorlopend werken ze aan echte projecten voor bedrijven of instellingen. Geen colleges en nooit tentamens. Maar op de vierde verdieping van HU-locatie Heidelberglaan 15 ervaren ze het als dagelijkse realiteit. Daar huist HBO-ICT, die naast de bestaande opleiding sinds enkele jaren de leerroute Open-ICT aanbiedt.

Open-ICT is een vierjarige bachelor die studenten opleidt tot it-professional, zoals app- en websitebouwers. Maar deze variant is niet geconstrueerd rondom een curriculum en toetsen die moeten aantonen of de studenten over de kennis en vaardigheden beschikken. Open-ICT is opgebouwd volgens de principes van projectgestuurd onderwijs: studenten werken in groepen aan realistische projecten van reëel bestaande opdrachtgevers. En dat volgens de principes van ‘agile werken’: elke twee weken leveren zij onderdelen van die opdrachten af.

Het idee van deze onderwijsinnovatie komt uit de koker van Gert van Hardeveld, teamleider en mentor/coach bij Open-ICT. Hij startte een jaar of vijf geleden met het opzetten van een specialisatie over ondernemerschap in het derde jaar. Op een symposium ontmoette hij Eric Slaats van Fontys Hogescholen. Slaats is verantwoordelijk voor een ict-opleiding die al jarenlang werkt volgens een dergelijk didactisch concept. Van Hardeveld nam de principes van het onderwijssysteem voor de specialisatie over.

Een experiment naast de reguliere opleiding

Niet lang daarna ontstond in gesprek met mentor/coach Arno Kamphuis het idee om het model van Fontys in te zetten in de bachelor HBO-ICT. Niet door rigoureus het hele curriculum om te vormen, want dat zou leiden tot weerstand en zou niet goedgekeurd worden. Kamphuis en Hardeveld zetten een experiment op dat naast de reguliere opleiding kwam te staan. In 2017/2018 begon deze variant in het derde jaar, waarna een jaar later het vierde werd toegevoegd. Studenten kunnen kiezen tussen de gangbare opleiding en Open-ICT.

Zo’n dertig studenten kozen destijds voor het derdejaars programma Open-ICT. Van Hardeveld: ‘Ik denk dat deze vorm van onderwijs de studenten veel beter voorbereidt op de arbeidsmarkt. Die is veel dynamischer geworden, kennis veroudert in een snel tempo. Daar sluit deze opleiding veel beter op aan. Ik zou mijn kinderen altijd een dergelijke studie aanbevelen.’ 

Deel van het docententeam Open-ICT

Omdat studenten dagelijks met groepen in de praktijk werken is individueel stagelopen niet nodig. Het mag wel, benadrukt Van Hardeveld, bijvoorbeeld als een student graag een flink zakcentje bijverdient. Daarnaast biedt het model de mogelijkheid om in het derde jaar een eigen bedrijf te beginnen, dit in het vierde jaar voort te zetten en hierop af te studeren. De opleiding telt inmiddels zo’n drie start-ups.

Waardering van studenten steeg naar een 9

Al snel kwam het plan om in 2019 de variant van Open-ICT ook in het eerste studiejaar in te voeren, naast de reguliere studie. In 2020 is ook het tweede jaar toegevoegd. In alle jaren zijn de resultaten goed. De gangbare hoge uitval in het eerste jaar van 50 procent, is bij Open-ICT gedaald naar ongeveer 25 procent. De waardering van studenten steeg naar een dikke 9, stelt Van Hardeveld tevreden vast.

Om het onderwijsconcept in het eerste jaar in te voeren was het wel nodig een vaste structuur aan te bieden. Want propedeusestudenten die net van de middelbare school komen hebben nog niet zo veel kennis en vaardigheden in de ict en kunnen bovendien nog niet zo zelfstandig werken, is de veronderstelling.

‘Door de structuur in het eerste jaar wordt iedereen gemotiveerd. Iedereen zit om 9.00 uur achter de laptop’

Daarom begint de dag met een ‘check in’: de groep studenten komt met de coach samen (vanwege corona is de meeting online) en bespreken ze de lopende zaken. Verder houden de studenten de aantallen gewerkte uren bij en bespreken ze tijdens de reviews elkaars werk. En elke twee weken reflecteren ze op het werk: wat ze hebben geleerd maar ook hoe ze bijvoorbeeld met conflicten in de groep zijn omgegaan.

Leren projectmatig werken

‘In het eerste blok van het eerste jaar moeten studenten detoxen’, zegt docent Jan van Rouwendal. De jonge studenten moeten afkicken van de afwachtende leerhouding van de middelbare school en leren projectmatig te werken. Daarin bouwen ze ieder een eigen portfolio-website. Ze leren alle onderdelen van de ict kennen: van website-design tot programmeren en specialist in artificiële intelligentie. ‘Dan ontdekken ze wat ze het leukste onderdeel vinden van het vak’, stelt Rouwendal.

Voor eerstejaars student Merel van der Valk stond het vast dat ze een ict-studie wilde doen en ze koos voor Open-ICT. ‘Ik wilde zo snel mogelijk werken voor opdrachtgevers en zo ervaring opdoen in het bedrijfsleven.’ Ook de eigen verantwoordelijk trok haar aan. ‘Dat je zelf bepaalt wat je leert.’

Ze leerde al snel zich professioneel op te stellen, vertelt ze. En: het is geen typische nerd-studie, vindt ze. Ook al waren er tot voor kort alleen mannelijke docenten en waren vrouwelijke studenten ondervertegenwoordigd, inmiddels zijn een aantal vrouwelijke docenten aangenomen, dus daar ziet ze meer evenwicht ontstaan. En natuurlijk is leren programmeren belangrijk, maar ook de communicatie en de wijze van samenwerken komen aan bod. ‘Ongeveer fifty-fifty verdeeld in de opleiding.’

Reserveringssysteem voor kappers opzetten

De afgelopen periode heeft ze met drie anderen gewerkt aan een reserveringssysteem voor kappers. De opleiding heeft dat project zelf bedacht. Bij het volgende maakt ze met een groep een mindfullnessapp voor de stichting Bartiméus, een organisatie voor blinden en slechtzienden. Gebruikers kunnen in de app hun gevoel invoeren en krijgen dan bijvoorbeeld rustgevende oefeningen voorgeschoteld.

Zo’n opleiding is geschikt voor iedereen, vindt zij. ‘Je moet je eigen verantwoordelijkheid nemen, maar door de structuur in het eerste jaar wordt iedereen gemotiveerd. Iedereen zit bijvoorbeeld om 9.00 uur achter de laptop en gaat aan de slag. Dat motiveert elke student. Dat zie je niet gauw gebeuren bij andere studies.’

Tweedejaars student Open-ICT Twan van den Bor studeerde eerst een jaar Informatica aan de universiteit. Maar hij dacht dat hij veel moest leren waar hij later weinig mee zou doen, wat niet erg motiveerde. ‘Ik geloof heel erg in de kracht van leren door te doen’, vertelt hij. ‘Door de kennis toe te passen in projecten onthoud je vaak het meeste. Daarnaast heb je bij Open-ICT veel vrijheid om zelf te kiezen wat je wil leren. En je studeert op je eigen tempo.’

Gedisciplineerd en praktijkgericht

Van den Bor, die als studentenmentor ook eerstejaars begeleidt, werkt met zijn groep voor het bedrijf Orbisk aan het tegengaan van voedselverspilling. Het project duurt een half jaar, met mogelijk een half jaar verlenging. Orbisk levert een installatie aan restaurants met een camera en weegschaal die het weggegooid voedsel registreert.

Met de website die de groep bouwt, maken grafieken snel duidelijk hoeveel er per product wordt weggegooid. ‘Op basis hiervan kan het systeem aanbevelingen doen over verbetering van de inkoop. Denk hierbij aan tonnen voedselbesparing per jaar voor slechts één filiaal. Genoeg om een heel Afrikaans dorp mee te voeden.’

‘Als je deze activiteiten skipt dan hou je heel veel tijd over voor de begeleiding van studenten’

De studie is volgens Van den Bor geschikt voor studenten die gedisciplineerd zijn, van vrijheid houden, graag samenwerken en praktijkgericht zijn. De opzet zorgt ervoor dat studenten gemotiveerd raken. Van den Bor: ‘Ik heb bij Open-ICT gezien dat mensen binnenkwamen met een middelbare schoolmentaliteit waarbij ze weinig gemotiveerd waren. Maar ze kregen de ruimte om te doen wat ze graag wilden en daardoor raakten ze onwijs gemotiveerd. Dat heb ik echt bij meerdere studenten zien gebeuren.’

Oplossing voor de werkdruk van docenten

Deze vorm van onderwijs kan ook een oplossing vormen voor de werkdruk van docenten, zeggen de docenten/coaches Van Hardeveld en Van Rouwendal. Het werk van docenten bestaat doorgaans vooral uit het ontwikkelen van lesmateriaal, het maken en nakijken van tentamens en lesgeven. ‘Als je deze activiteiten skipt dan hou je heel veel tijd over voor de begeleiding van studenten’, meent Van Hardeveld. 

De vraag dringt zich op waarom dit onderwijsinnovatieve concept zich niet als een olievlek uitsmeert over het onderwijs, te beginnen met het praktijkgerichte hoger beroepsonderwijs? Er blijkt nogal wat weerstand te bestaan, weten zij. Bijvoorbeeld doordat de taak van docenten verandert van het overdragen van kennis naar de begeleiding van studenten. ‘Het ligt gevoelig bij de docenten en soms ook bij het management’, is de ervaring van Van Rouwendal.  

Hij heeft geprobeerd het concept bij de opleiding HBO-ICT van Hogeschool Windesheim in te voeren. Tevergeefs. ‘Veel docenten geloven niet dat het mogelijk is. Ze denken dat het leidt tot vrijheid-blijheid en dat we maar een beetje aanrommelen. Ook studenten kunnen zich niet voorstellen hoe het onderwijs eruit ziet.’ Begin dit studiejaar stapte hij over van Windesheim naar Open-ICT van de HU. ‘Vrijheid blijheid? Studenten draaien meer uren dan in het reguliere onderwijs.’ 

Andere opleidingen raken geïnteresseerd

Inmiddels kiest een toenemend aantal studenten voor de variant Open-ICT. Dat zijn er nu zo’n 60 per jaar, tegenover 500 studenten die voor de traditionele studie gaan. Gaat Open-ICT de reguliere bachelor verdringen? Van Hardeveld: ‘Het instituut is bezig met het ontwikkelingsplan 2020-2026. We zien daarin steeds meer van onze uitwerkingen landen in de reguliere opleiding. Wie weet groeit de reguliere opleiding steeds dichter tegen de Open-ICT variant aan.’

Ook andere opleidingen raken geïnteresseerd. Bij de Hogeschool van Amsterdam is sprake van een experiment in deze richting en ook de Hanzehogeschool Groningen heeft interesse. Daarnaast lijkt de HU-opleiding Communication & Multimedia Design (CMD) aan te haken. Van Hardeveld: ‘Een van de CMD-docenten heeft een half jaar meegedraaid met het programma om te kijken hoe het werkt. Het ziet ernaar uit dat CMD komend jaar met twee propedeuseklassen van start kan gaan. Ik vind het gaaf dat een opleiding het aandurft om ons concept over te nemen.’


De Hogeronderwijspremie: 1 maart weten we het

Drie initiatieven van hogescholen en drie van universiteiten zijn genomineerd voor de Hogeronderwijspremie. Er is in totaal vijf miljoen euro te verdienen: 2.5 miljoen euro voor de teams van de hogescholen en eenzelfde bedrag voor de universiteiten. Afhankelijk van de uitslag krijgen teams 1,2 miljoen euro, 800.000 of 500.000 euro. Onderwijsminister Van Engelshoven maakt de uitslag op 1 maart bekend het Comeniusfestival. Andere genomineerden komen van de Hogeschool van Amsterdam, Windesheim, TU Eindhoven, Universiteit Utrecht, Erasmus Universiteit/Willem de Kooning Academie/Codarts.

Woensdagmiddag 10 februari geeft teamleider Gert van Hardeveld een presentatie over Open-ICT aan de selectiecommissie van de Hogeronderwijspremie. Ook vindt een interview plaats met de teamleider, mentor/coach Jan van Rouwendal en de studenten Merel van der Valk en Twan van den Bor.  

Ook interessant: Voorinvesteringen, een recept voor mislukking 

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *