‘Welke kinderen zijn van jou?’ wilde ze weten

Haar lange blonde haren wapperden in de wind.

Foto: Kees Rutten

Mijn pleegdochter wilde jaren geleden heel graag zien waar ik werkte, dus nam ik haar op een dag mee naar school. Het was voorjaar, we gingen met ‘de blauwe auto’, een cabrio, en haar lange blonde haren wapperden in de wind terwijl zij heel hard ‘Ik ben een parel in Gods hand’ zong, het resultaat van de keuze voor de best passende basisschool, die toevallig christelijk bleek te zijn. Haar gezang overstemde met gemak het Radio 1 Journaal. De zon scheen op onze al licht gebruinde gezichten.

Van de Heidelberglaan 15 was nog geen sprake, dus we togen naar de Bolognalaan 101. Nadat ze het voor elkaar had gekregen met mijn pas een chocomel uit het apparaat in de gang te ritselen (grote ogen bij het zien van de grijparm), kwamen we in de aula. Daar was het druk. ‘Welke kinderen zijn van jou?’ wilde ze weten. Ik legde haar uit dat het op een hogeschool anders werkt dan op de kleuterschool.

‘Dit zijn allemáál mijn kinderen’, zei ik.

‘Allemaal?’

Ik knikte.

‘Die met dat groene jasje, is die van jou?’

‘Ja.’

‘En dat meisje dat net hoi zei zeker ook?’

‘Die ook.’ (Ik zei niet dat het ‘hoi-meisje’ en ik een dag eerder nog lang hadden gepraat over haar thuissituatie). 

Ze zuchtte zacht. ‘En waar hangen zij hun jas op?’ wilde ze weten. En waar deed ík dat eigenlijk? Had ik een hondje of een paddenstoel als kapstokplaatje? Of misschien een bloemetje, want dat paste het beste bij mij. Ik zei haar dat de jassen meestal ergens in een hoek in een klaslokaal lagen. Ze keek teleurgesteld.

We namen een kijkje in de kantine. Ze mocht een broodje knakworst.

We brachten een bezoek aan de tv-studio (‘Filmen ze jou ook?’) , de docentenruimte (‘Waar zit jij altijd?’) en de collegezaal (‘Ik ga helemaal bovenin zitten!’).

Op de gang liep een meisje met paars haar langs. Ik wist dat ze dat mooi vond, paars haar.

‘Is die van jou?’

‘Ja, ook van mij’, zei ik maar weer.

‘En vind je haar lief?’ vroeg ze.

Ik knikte.

‘En vindt ze jou lief?’

‘Ik denk ’t wel.’

Opnieuw ontsnapte een zucht uit haar tengere lijfje.

Het was tijd om naar huis te gaan.

Zo nu en dan krijg ik van een van mijn studenten de vraag: ‘Ben je moeder?’ ‘Ik heb een stief- én een pleegdochter’, antwoord ik dan geheel naar waarheid. De een (nu 23) kwam een dag na haar tweede verjaardag in mijn leven, de ander toen ze net vijf was (nu elf). Altijd als die vraag komt, denk ik aan die dag op school met mijn pleegmeisje. En dat moederschap zoveel meer behelst dan het hebben van – al of niet biologsche – kinderen. Dat het gaat om het bieden van veiligheid, warmte, troost, een luisterend oor. En dat haar vraag ‘zijn dat allemaal jouw kinderen?’ helemaal zo gek nog niet was.

Ook interessant: Youssra’s column Professionaliteit is subjectief

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een antwoord Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

2 reacties