Achtergrond

Zo is het om een jonge hbo-docent te zijn

Hoe is het om les te geven aan studenten die maar vijf jaar jonger zijn? Kyra, Louise en Nariç vertellen over de leuke en minder leuke kanten van lesgeven aan de HU als twintiger. ‘Aan mijn fietstas-koffertje zien ze wel dat ik geen student meer ben.’

Louise Helmer (28) – docent Orthoptie

‘Toen ik hier begon met werken, dachten mensen vaak dat ik student was. Nu kennen ze me. En ik loop met een soort fietstas-koffertje door de gangen, dan zien de meeste mensen wel dat ik geen student ben. Een student zou dat niet zo gauw dragen, haha.

In 2018 studeerde ik af als Orthoptist aan de HU. Ik kreeg een baan bij het Oogziekenhuis Rotterdam en draaide daar spreekuren. Na twee jaar zocht ik meer uitdaging. Onderwijs leek me altijd al leuk. Ik gaf bijles op de middelbare school en kom uit een onderwijsfamilie. Ook vond ik het leuk om stagiaires in het ziekenhuis te begeleiden. Ik solliciteerde op een vacature van de HU en werd aangenomen. Omdat ik nog geen onderwijsmaster had, begon ik gelijktijdig met de deeltijdmaster Docent Hoger Gezondheidszorg Onderwijs aan de VU. Nu werk ik twee dagen als docent aan de HU en twee dagen in het ziekenhuis.’

Foto: Kees Rutten

Enthousiasme overbrengen

‘Als studenten omgedraaid ziten en kletsten in de les? Dan noem ik hun namen. Ik kan de namen onthouden, misschien omdat ik nog zo’n jong brein heb, haha.

Lesgeven is leuk en orde houden lukt me goed. Als docent mag ik studenten meenemen in alles wat er in mijn hoofd zit. Dat probeer ik gedoseerd over te brengen. Orthoptie is een superspecifiek gedeelte van Oogheelkunde en gaat over de samenwerking tussen ogen, aansturing vanuit de hersenen en bijvoorbeeld scheelzien. Elk probleem is een puzzeltje. Mijn enthousiasme draag ik graag over aan mijn studenten. Zij zijn gemotiveerd, want ze hebben bewust voor de opleiding gekozen: we zijn de enige in Nederland en België.’

Ik speel in op hun korte spanningsboog

‘Omdat ik zelf nog niet zo lang geleden ben afgestudeerd, denk ik dat ik de studenten goed begrijp. Jonge mensen hebben een korte spanningsboog. Daarom denk ik na over werkvormen waarin ze steeds worden gestimuleerd, zoals een quizje via Google Forms.’

Kritischer

‘Soms zou ik willen dat ik net zoveel kennis had als mijn oudere collega’s. En ik moet leren om kritischer te zijn. Ik ben slb’er en als een student met een probleem naar me toekomt, heb ik snel medelijden. Zegt iemand dat hij de les niet kan volgen omdat het ov niet rijdt? Dan zeg ik: “vervelend”. Mijn collega zoekt op de routeplanner of het klopt.’

Overwerken

‘Onderwijs heeft ook minder leuke kanten. Ik word betaald voor twee dagen, maar het kost me zeker tweeënhalve dag per week. De hele week ontvang ik mailtjes van studenten, ik moet lessen voorbereiden of ben aan het nakijken.
Of ik mijn hele leven docent blijf, weet ik nog niet. De combinatie van werken in een ziekenhuis en voor de klas staan, vind ik nu ideaal.’


Nariç Danisman (29) – docent Medische Hulpverlening

‘Op de Open Dag dacht iemand dat ik een eerstejaarsstudent was, haha. Als docenten droegen we geen HU-kleding, want “we zouden wel herkenbaar zijn doordat we enige vorm van autoriteit uitstralen”. Ik niet dus. Maar ik kan er om lachen hoor.’

Foto: Kees Rutten

Eyeopener

‘Ik ben opgeleid als Technisch Geneeskundige en wilde na mijn afstuderen onderzoek gaan doen. Om de tijd tussen sollicitatieprocedures voor een interessant promotieonderzoek te overbruggen, besloot ik te gaan werken als docent op de Hogeschool Rotterdam. Dit heb ik een half jaar gedaan. Op mijn afscheidsfeest moesten een paar studenten huilen omdat ze mij zo’n fijne docent vonden. Toen besefte ik wat voor impact je kunt maken als docent.

Ik begon met onderzoek bij het AMC, maar besloot om daar ook les te gaan geven aan Geneeskundestudenten. Hoorcolleges geven voor vierhonderd geneeskundestudenten vond ik onpersoonlijk. Ik doceer nu bijna twee jaar aan de HU en dat past beter bij me. Ik weet wie mijn studenten zijn. En hier kan ik ook op hoog medisch niveau onderwijs geven.’

Niet vastgeroest

‘Een voordeel van mijn leeftijd? Dat ik een frisse blik heb. Ik kan drie keer hetzelfde uitleggen, maar steeds op een andere manier. Als je iets al tientallen jaren uitlegt, is het vaak vastgeroest. Mijn flexibiliteit is ook handig omdat de zorg snel verandert. En ik ben handig met technologie. Mailtjes van studenten komen binnen via mijn telefoon, dus die beantwoord ik vaak snel. Ik ben gewend om dag en nacht mijn mobiel bij me te hebben.

Ik heb collega’s met twintig jaar ervaring in de zorg. Dat heb ik niet, dus ik weet niet alles. Soms vraagt een student iets wat ik niet weet. Dan zeg ik: zullen we dat samen uitzoeken? Dat zie ik ook als een kracht.’

Duaal

‘Een kwart van mijn studenten volgt de opleiding duaal, dus zijn vaak ouder dan ik. Maar leeftijd is niet hetzelfde als kennis. De studenten weten dat ik de professional ben. Dat is fijn. En onze gesprekken zijn iets meer op een gelijk niveau. Als ik zeg dat ik zwanger ben, weten ze hoe groot die impact op mijn leven gaat zijn. Jongere studenten vinden het leuk voor me, maar dat is toch anders.’

Met de geleerde kennis gaan studenten later honderen mensen helpen

‘Als ik studenten iets leer, weet ik dat zij met deze kennis later honderden mensen gaan helpen. Dat geeft me een heel fijn gevoel. Ik maak impact. Hoe langer ik in het onderwijs werk, hoe meer manieren ik leer om mijn les over te brengen.

Natuurlijk mis ik het werken in de zorg. Daarom ben ik begonnen aan het schrijven van een promotievoorstel: patienten met ernstig overgewicht op de spoedeisende hulp. Zo zit ik ook nog een beetje in het werkveld. En ik ben nog zo jong, dus ik kan nog alle kanten op.’


Kyra Bollen (26) – docent Pabo

‘Zonder mijn docentenpasje word ik niet altijd herkend als docent. Laatst werd ik aangesproken door iemand van Parnassos (cultureel studentenplatform, red.). Ze vroeg naar mijn studentnummer. “Ik ben docent hier”, zei ik. “Oh sorry, dat is gênant!’, reageerde ze. Ach ja. I take it as a compliment.

In 2020 ben ik afgestudeerd aan de ALPO (academische lerarenopleiding, samenwerking tussen de HU en UU, red.). Na de HU deed ik de deeltijdmaster Onderwijswetenschappen en stond ik voor de klas. Ik zag een vacature in onze oude studie-groepsapp. De HU zocht ziektevervanging voor het vak Handschrift. Dat leek me leuk, zo had ik een extra uitdaging naast lesgeven op de basisschool. Ik werd aangenomen. Inmiddels houd ik me vooral bezig met de ALPO. Ik ben daar onderwijscoördinator, docent en slb’er. Handig dat ik zelf de ALPO nog niet zo lang geleden heb gedaan, want ik ken vakken en de toetsen goed.’

Eigen foto

Gelijkwaardig

‘Ik kende mijn collega’s al van toen ik nog student was. Mijn oud-slb’er is nu mijn collega. Dat vond ik spannend. “Vinden ze het niet raar dat ik terugkom?” Gelukkig kreeg ik een warm welkom: iedereen kende me nog en ze vragen mij evengoed om advies als het aan de orde is. Ik probeer op een laagdrempelige manier contact te maken met studenten. Ik zit niet achter mijn bureau, maar zit meestal op de tafels dichtbij hen. Dat voelt gelijkwaardiger. En ik houd rekening met diversiteit. Het is een kleine moeite om “beste mensen” te zeggen, in plaats van “jongens en meiden”.

Soms maak ik een grapje waardoor ik de studenten laten weten dat ik hen snap. Dan zeg ik: “Ik ben niet gek, ik weet ook dat je niet vier hoofdstukken gaat lezen voor de volgende les. Daarom geef ik er maar één op, maar dan wil ik wel dat je dit leest.’ 

Oud en wijs

‘Ik ben de jongste van het instituut, mijn meeste collega’s zijn in de veertig. Oude collega’s zijn fijn want zij weten hoe dingen zijn ontwikkeld en hoe cursussen tot stand zijn gekomen. Aan de andere kant merk ik dat ik soms sneller wil met dingen aanpassen en veranderen dan mijn collega’s. Dat is niet altijd handig. Een PowerPoint die we al tien jaar gebruiken voor een college over klassenindeling, kan wat mij betreft in de prullenbak. Studenten snappen ook wel dat de kast dicht moet en de boeken moeten worden opgestapeld. Juist het live oefenen van klassenmanagement door rollenspellen vind ik waardevol. Dat heb ik zelf als student een beetje gemist.

In mijn gedrevenheid en directheid moet ik mijn collega’s niet passeren. Erover praten blijft belangrijk. Soms zegt mijn leidinggevende dat ik te direct ben. Dan vraag ik iemand: “Maar waarom doe je dat dan?” en dan denkt een collega dat ik iets slecht vind. Ik ben dan gewoon nieuwsgierig. Ik moet nog leren om dingen beter te brengen. Directheid is iets van de jongere generatie.’

Herkenning

‘Lesgeven en kennis overbrengen is leuk. Het contact met studenten ook. Ik moet lachen als een student op vrijdagochtend binnenkomt en zegt: “mevrouw, u mag blij zijn dat ik er ben, ik ben echt heel brak.” Dan geef ik mijn pasje. “Hier. Je bent ook heel zielig, ga maar koffie halen.”’

Zachtjes begon ik het verenigingslied te neuriën

‘Een student bleef laatst kletsen in de les. Ik zag haar ORCA-pas in haar telefoonhoesje en herkende dat, omdat ik zelf ook bij die studentenvereniging zat. Zachtjes begon ik het verenigingslied te neuriën. Het lied eindigt met orgineel met “haal door, haal door”, maar ik veranderde het in “werk door, werk door”. Ze keek verrast op. “Hoe weet jij dit?” Ik lachte. “Ik ben ook een student geweest, ik woon hier niet.”’

Doorgroeien

‘Mensen zijn soms verbaasd als ik vraag naar doorgroeimogelijkheden. “Ga eerst maar een paar jaar ervaring opdoen, zeggen ze dan.” In het hoger onderwijs is leeftijd wel een ding: je komt makkelijker binnen als je ouder bent. Maar ik vind dat we iemand moeten beoordelen op zijn kunde, niet op zijn leeftijd. En ook als je nog niet alles kan, dan leer je elke dag iets bij.’