Steeds meer studenten schuiven het moment van uit huis gaan voor zich uit. Sinds de invoering van het leenstelsel blijven zij vaker, en langer, bij hun ouders wonen, blijkt uit nieuw onderzoek van het CBS en het NIDI.
De studentenkamer lijkt steeds vaker een verre droom. Sinds de invoering van het leenstelsel in 2015 schuiven studenten het moment van uit huis gaan voor zich uit, soms tot het diploma al bijna binnen is. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het CBS en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Waar studeren ooit synoniem was met op kamers gaan, blijft de keukentafel bij pa en ma nu lang het middelpunt van het studentenleven.
Bijna de helft van de studenten die in 2023 afstudeerden, woonde de vijf jaar daarvoor nog thuis. Ter vergelijking: bij de lichting van 2016 ging het om minder dan een derde. De cijfers laten zien dat ‘uit huis gaan’ steeds minder een vanzelfsprekend onderdeel is van de studententijd.

Het onderzoek van CBS en NIDI richtte zich specifiek op studenten die voor hun twintigste met een studie begonnen. Zo wilden de onderzoekers voorkomen dat de cijfers vertekend raken door studenten die al eerder uit huis waren of aan een tweede studie begonnen.
Mannen en hbo’ers vaker thuis
Dat verschil is niet voor iedereen even groot. Mannen blijven structureel vaker thuis wonen dan vrouwen. Van de mannen die in 2020 hun diploma haalden, had meer dan de helft nooit in een studentenkamer gewoond. Bij vrouwen lag dat aandeel een stuk lager. Ook hier is de trend: vergeleken met 2016 zijn beide groepen vaker thuis blijven wonen, maar bij mannen gaat het harder.
Wie naar het type opleiding kijkt, ziet nog een scheidslijn. Hbo-studenten blijven aanzienlijk vaker bij hun ouders dan universitaire studenten. In 2016 woonde al ruim vier op de tien afgestudeerde hbo’ers nog thuis; bij universiteitsstudenten was dat minder dan één op de vijf. Zeven jaar later zijn die percentages flink opgelopen. Meer dan de helft van de hbo’ers en bijna een derde van de universitaire studenten bleef tot het einde van de studie thuis.

Steeds later op kamers
En zelfs studenten die uiteindelijk wel de stap zetten, doen dat steeds later. Waar in 2016 nog ruim zestig procent na het eerste studiejaar thuis woonde, is dat bij de lichting van 2023 bijna tachtig procent. Ook na drie jaar studie blijft het ouderlijk huis vaak de vaste basis. Het studentenleven speelt zich dan af tussen collegezaal en de slaapkamer.
De invoering van het ‘sociaal leenstelsel’ in 2015 vormt een belangrijk kantelpunt. Studenten konden hun studie financieren met geleend geld, maar zagen hun schuld snel oplopen. De kritiek groeide, en in 2023 keerde de basisbeurs terug. Toch lijkt die comeback de woontrend nog niet direct te keren.


