Als je aan de HU studeert, ontkom je er niet aan: samenwerken met je klasgenoten. Wat vinden studenten en docenten daarvan? En hoe denkt de onderwijsdeskundige over dit populaire lesmiddel?
Het hbo staat bekend om zijn groepswerk en de HU is daarop geen uitzondering. Studenten en docenten van de HU zijn er alleen niet onverdeeld enthousiast over. ‘Ik vind het gezelliger’, zegt de een. ‘Het draagt bij aan mijn algehele welzijn.’ ‘Dat is voor mij juist andersom’, zegt de ander. ‘Ik werk veel liever alleen.’
Melissa: ‘Ik wil de leiding nemen, dus ik doe altijd te veel. Daarna krijg ik superveel stress. Dan schrijf ik 80 procent van het verslag. Want ze weten: hoe slecht ze het ook doen, Melissa pakt het wel op.’ Haar buurvrouw herkent dat: ‘Ik heb geen uitstelgedrag. Anderen wel. Dat zij steeds later zijn, geeft me spanning.’
Die uitsteller zit niet te wachten op dwingende mailtjes: ‘Ik ben best lui en doe alles in de laatste drie dagen. Dat werkt voor mij.’ Maar zijn studiegenoot raakt gefrustreerd: ‘Wanneer de deadline er is, blijkt die andere persoon onbereikbaar.’ Dan kun je kiezen: lever je niets in of ga je zijn werk doen? Beide voelt oneerlijk.
Studenten in de lerarenopleidingen leren nog steeds de basisprincipes van samenwerkend leren volgens Johnson & Johnson. Deze klassiekers vormen al jarenlang het vertrekpunt voor hoe samenwerking in de klas wordt aangeleerd. In de meta-analyse van Johnson & Johnson uit 2006 zie je dat hun eerste publicaties al uit de jaren zeventig stammen. In hun geschiedenis van samenwerkend leren zie je zelfs dat groepswerk wortelt in de eerste helft van de vorige eeuw.
Docenten over groepswerk
‘Een zegen‘, zegt docent Minke de Gruil over groepsopdrachten. Ze vindt het uitstekend dat studenten daar nu mee leren worstelen. ‘De frustraties ervan zullen ze later namelijk ook ervaren. Ze moeten er enige handigheid in krijgen.’
‘Er komt nogal wat liftersgedrag bij kijken’, merkt haar collega Jan Eberg op. ‘En dat heb je lang niet altijd in de gaten.’ De Gruil is dat niet met hem eens: ‘Als docent zie je het wel hoor, als studenten aan het duiken zijn – meer dan dat je als student denkt.’
Het voordeel voor docent Jelle Lof is vooral dat het de werkdruk verlicht: ‘Het is heel prettig dat we minder werkstukken hoeven na te kijken.’ Of je nu tien werkstukken moet nakijken of 25: dat scheelt wel. ‘Maar’, vervolgt hij, ‘als we conflicten tussen groepjes moeten helpen oplossen en bespreken, wordt het toch weer een vloek.’
Een klasgenoot legt beter uit
De meerwaarde van samenwerken in het onderwijs staat voor Lisette Munneke als een paal boven water. Ze is gepromoveerd op ‘samenwerkend leren’ bij het Lectoraat Onderzoekend Vermogen.
‘Het is bewezen dat je meer leert van een medestudent die het net iets beter weet dan van een docent die het veel beter weet. Die eerste spreekt beter jouw taal dan die expert. Je klasgenootje heeft namelijk nog fris in het geheugen wat hij er ingewikkeld aan vond en kan het dus beter uitleggen.’
Veel onderwijskundigen baseren zich op een meta-analyse van 164 studies die aantoont dat vrijwel alle vormen van samenwerkend leren significant betere leerprestaties opleveren dan individueel of competitief leren. Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs vatte dat samen op haar website over groepswerk.
Docent niet altijd goed pedagoog
Het feit dat je beter iets onthoudt van je medestudent ligt ook aan een bepaald onvermogen van docenten. Munneke: ‘Het kan lang duren voordat een hbo-docent precies weet hoe hij iets moet uitleggen. Hij heeft tijd nodig om uit te vogelen bij welke uitleg het kwartje valt.
In het hbo werken veel onderzoekers en vaklieden uit de praktijk’, vervolgt Munneke. ‘Zij zijn niet opgeleid als docent en dus niet per se de beste pedagogen.’
Het herkauw-effect
De meerwaarde van groepswerk zit hem volgens Munneke ook in het overleggen. ‘Als je ergens hardop woorden aan geeft, onthoud je iets beter’, stelt ze. ‘Dus in plaats van in je eentje aan de slag te gaan, voer je eerst een gesprek met je klasgenoten. Daarmee ben je de leerstof al aan het herkauwen.’
Een veelgehoord argument voor groepswerk noemt docent Lof: ‘Een student leert het referentiekader van anderen mee te nemen. Dat moeten ze straks ook doen in de praktijk.’ Munneke beaamt dat. ‘Als ze nu leren overleggen, feedback geven en hun afspraken nakomen, hebben ze daar later wat aan.’
Je moet het wel goed doen
Als groepswerk zo goed is, waarom wordt er dan vaak zo op gefoeterd? Kan dat in de categorie ‘broccoli is vies, maar wel goed voor je’? Helaas niet. Het probleem is namelijk dat ook samenwerken iets is wat je moet leren. En wat je dus ook helemaal verkeerd kunt doen. Munneke: ‘Dan schiet het zijn doel voorbij en krijg je studenten die meeliften op hun groepsgenoten.’ Of vlijtige liesjes die de hele opdracht in hun eentje voltooien.
Om goede samenwerking te bereiken moet een groepsopdracht aan bepaalde richtlijnen voldoen. Munneke: ‘Johnson & Johnson onderscheiden twee soorten groepswerk: coöperatief leren, waarbij je vooral de taken verdeelt, en collaboratief leren, waarbij je elkaar nodig hebt om verder te komen. Hun onderzoek laat zien dat dat tweede leren voor studenten het beste werkt. Helaas komt juist coöperatief leren het meeste voor in de praktijk. Dat werkt meelifters en kartrekkers in de hand.’
De praktijk gaat vaak mis
Hoe dat eruitziet? Als volgt: de docent komt met een opdracht, iedereen doet een deeltje, studenten voegen het samen, krijgen feedback en klaar. Als de meelifter zijn deeltje verzaakt, neemt de kartrekker het over, met alle frustratie en oneerlijkheid van dien.
De richtlijnen voor een succesvolle groepsopdracht zijn bij velen bekend, beweert Munneke. ‘Toch blijkt het al decennialang lastig om de verkeerde manier van samenwerken in de kiem te smoren. Het geeft te denken: is het gewoon te moeilijk of worden hbo-docenten nog steeds niet grondig genoeg geprofessionaliseerd?’
Observeer je groep
De misvatting dat groepswerk voor docenten tijd zou besparen is hardnekkig. Het idee is dat je aan het eind misschien maar vier werkstukken nakijkt in plaats van veertig, maar je moet tijd steken in het begeleiden van je groep.
Hoe je je groep behoorlijk begeleidt? Munneke: ‘Je kunt hem een kwartier per week observeren: wie trekt de kar en wie lift mee? Dat hoor je meestal niet van de studenten zelf, want die houden elkaar doorgaans een hand boven het hoofd.’
En als je de meelifter hebt gedetecteerd? ‘Dan moet je hem uit de groep halen en hem vragen stellen’, zegt Munneke. ‘Pas dan kom je erachter wat eraan scheelt. Twijfelt Kevin bijvoorbeeld aan de richting die hij heeft gekozen? Wil hij misschien helemaal geen accountant worden? Is hij thuis mantelzorger of zijn er geldzorgen? Vind het uit. Want meestal komt dat meelift-gedrag ergens vandaan.’
Volg het document
‘Wacht vooral niet tot het einde met het bekijken van het resultaat’, waarschuwt Munneke. ‘Zorg dat je gedurende het hele traject meekijkt naar het document van je studenten’, zegt ze. Via Google Docs of Canvas. Als je alleen kijkt naar het werk als het af is, zie je niet wat Kevin heeft geschreven en waar Melissa voor heeft gezorgd. ‘Zorg dat je ieders bijdragen kunt zien.’
En wat als je dingen ziet die niet in de haak zijn? ‘Wees dan ook rechtvaardig’, zegt Munneke. ‘Welke problemen Kevin ook heeft, als hij zijn leerdoelen niet haalt, geef hem dan een onvoldoende.’
Wat loopt meestal spaak?
Het goede nieuws is hier dat samenwerken als lesmiddel veel wordt geïmplementeerd in het hbo. Het is namelijk bewezen effectief. Het slechte nieuws is dat dit niet altijd op de juiste manier gebeurt, ziet Munneke.
Dat ligt in de eerste plaats dus aan het feit dat docenten hun groepjes niet goed volgen. Maar het ligt ook aan het feit dat vaardigheden (zoals feedback geven, elkaar duidelijk informeren, afspraken nakomen en kritiek aanhoren) nu vaak apart worden behandeld in leerteams. Docent vraagt aan student: ‘Hoe werkt dat bij jou?’ Maar dat heeft geen zin, ziet Munneke. ‘Niet zonder het beroep erin te betrekken.’
Een verpleegkundige moet samen met andere verpleegkundigen voor zijn patiënt leren zorgen. Als ICT’er moet je samen software ontwerpen. Munneke: ‘Je behoort straks op een goede manier te kunnen zeggen: “Jouw programmeervaardigheden als front-ender zijn niet op orde. En daar heb ik als back-ender last van.”’
AI-geletterdheid is ook zo’n vaardigheid, ziet Munneke. ‘Die behandelen veel opleidingen ook los. Dat is namelijk overzichtelijk en je kunt er na afloop een vinkje achter zetten. Maar hoe gebruikt een fysiotherapeut AI? En een geschiedenisleraar? Of een juridisch adviseur? Dáár gaat het om.’
Do’s and don’ts
Op een goede manier samenwerken in het hbo: kan dat? Zeker. Als je het aan de studenten vraagt, komen zij al met een rijtje tips:
- Maak duidelijke afspraken mét consequenties (bijvoorbeeld: als je niets van je laat horen, stappen we naar de docent)
- Kijk van tevoren waar ieders kwaliteiten liggen (‘En laat ieder zijn ding doen’)
- Spreek momenten af waarop je samen aan de opdracht werkt, bijvoorbeeld in de bibliotheek
- Bespreek na een week de plus- en minpunten van de samenwerking
- Reageer minstens één keer per dag, al is het maar met een duimpje
- Laat het altijd weten wanneer iets is gelukt of juist niet
- Maak tijd vrij om elkaar te leren kennen als mens
Prima tips van die studenten, maar volgens Munneke is er vooral nog veel winst te behalen ‘aan de voorkant’. De opdracht moet namelijk zorgen voor onderlinge afhankelijkheid. En dat voor zowel individuele als groepsverantwoordelijkheid. Hij moet vooral ook samenwerkingsvaardigheden faciliteren.

Hoe dan? Met een checklist, volgens Munneke. Als je opdracht voldoet aan deze criteria van Johnson & Johnson, dan kan het haast niet meer fout gaan:
Checklist
• De opdracht zorgt ervoor dat je elkaar echt nodig hebt om hem te voltooien
• De opdracht zorgt ervoor dat je verantwoordelijk bent voor je eigen werk én het groepsresultaat (beoordeel individuele bijdragen zichtbaar).
• De opdracht dwingt overleg af (maak overlegmomenten verplicht)
• De opdracht verplicht tot gezamenlijke reflectie op werk en samenwerking (maak die verplicht)


