Achtergrond

Zorgen en enthousiasme over verhuizing opleiding

Foto: Kees Rutten

De opleiding Ondernemerschap en Retail Management (ORM) verruilt Amersfoort voor het Utrecht Science Park in het nieuwe schooljaar. Hoewel de leiding enthousiast is over de verhuizing, zijn er ook zorgen.

‘Ondernemen is een hot topic onder studenten,’ zegt Lisette Luijk, opleidingsmanager van ORM. In 2020 waren er 250 ORM-studenten. Volgens haar is het belangrijk om ondernemerschap binnen de HU meer op de kaart te zetten en samenwerking tussen opleidingen te verbeteren. ‘Als we dat willen dan moeten we ook zijn waar de meeste opleidingen zijn. En dat is op het Science Park in Utrecht.’

Nieuw thuis

Het nieuwe thuis van ORM wordt de zevende verdieping van Heidelberglaan 15. ‘We gaan daar flink verbouwen, vooral de company-ruimtes,’ vertelt Luijk enthousiast. Dit zijn plekken waar studenten kunnen overleggen en samenwerken. De opleiding zal wel de verdieping moeten delen met commerciële economie.’

Die plannen zorgen bij sommige docenten en studenten voor onrust, merkt instituutsraadvoorzitter en ORM-docent Tjeerd Muller. Hoewel hij enthousiast is over de integratie met het USP, begrijpt hij de zorgen goed.

Zorgen over kleinschaligheid

‘De grootste vrees is dat de nabijheid en kleinschaligheid die Amersfoort nu zo kenmerkt, verloren gaan. Juist die korte lijnen en het open-deurbeleid maken deze plek bijzonder. Het zijn voor mij ook een belangrijke reden om bij ORM te werken. Mensen zijn bang dat het straks allemaal een stuk anoniemer wordt.’

Volgens opleidingsmanager Luijk is daar aan gedacht. ‘We krijgen een eigen ruimte voor het company concept, met daarnaast een aparte docentenruimte, zodat studenten en docenten dicht bij elkaar blijven,’ zegt Luijk.

‘Maar,’ nuanceert instituutsraadvoorzitter Muller, ‘het zal geen kopie van Amersfoort worden. Elke verandering brengt nu eenmaal spanning met zich mee. Je weet wat je hebt, maar nog niet wat je krijgt.’

‘In Amersfoort werken we nu met veel kleine, losse ruimtes, maar dat gaan we anders aanpakken. We willen toe naar één bruisende en flexibele, start-up setting,’ legt Luijk uit.

Zo moet de start-up setting eruit komen te zien. Bron: Lisette Luijk

‘Amersfoort is een fijne plek’

Hoe is het voor studenten? Daniël van der Linden is als student voorzitter van de opleidingscommissie van ORM en zit in een speciale projectgroep voor de verhuizing.

Hoewel Van der Linden zelf meedenkt met de verhuizing is hij er niet alleen maar positief over. ‘We hadden in Amersfoort een betere en mooiere plek,’ zegt hij. ‘Dat was helemaal ingericht op onze manier van studeren. We hadden daar ideale companyruimtes: groot, overzichtelijk en perfect voor samenwerking.’

Dat Amersfoort een fijne plek is vind ORM-student Rishi ook. ‘Het is lekker overzichtelijk, en iedereen is gewend aan die locatie,’ vertelt Rishi. ‘Het is knus nu, je kan alles makkelijk vinden.’
Maar Utrecht heeft ook pluspunten. ‘Je zit daar op een mooie campus. En er zijn allerlei leuke terrasjes waar we naar toe kunnen,’ zegt hij lachend.

De reistijd is voor Rishi ook geen groot probleem. ‘Met de bus doe ik er 40 minuten over, dat is nog te overzien’ vertelt hij. Hij kent wel iemand van de studie die meer moeite heeft met de verhuizing. ‘Hij woont in Hoevelaken en hij was met zijn e-bike hier altijd binnen een kwartiertje. Nu moet hij een goed uur reizen.’

Hoe is het voor docenten?

‘Ik kon altijd op mijn normale fiets naar Amersfoort, nu moet ik de elektrische fiets pakken. Ik ben nu 50 minuten onderweg,’ vertelt Natalie van Zeeland, docent bij ORM.

Die extra reistijd neemt ze voor lief, want volgens haar levert de verhuizing naar Utrecht vooral veel op. ‘Alle kennis over ondernemerschap komt straks bij elkaar op het Utrecht Science Park. Dat maakt samenwerken met collega’s van andere opleidingen een stuk makkelijker. En daar profiteren studenten uiteindelijk van.’

Ook het netwerk in de stad speelt mee. ‘We zitten straks midden in een ecosysteem met partijen als Utrecht Inc, de Playground en Dotslash. Dit maakt het voor studenten makkelijker en leuker om te leren ondernemen.’

Maar ze merkt dat niet alle docenten er zo in staan. ‘Het is een complex project met tegenstrijdige belangen en daarmee af en toe een uitdaging,’ zegt Natalie. Oftewel: niet iedereen denkt er hetzelfde over, en dat zorgt soms voor wat spanning en gedoe achter de schermen.

Geschiedenis blijft achter

Praktisch lonkt Utrecht voor instituutsraadvoorzitter Muller. ‘Ik woon in Utrecht, dus straks stap ik op de fiets en ben ik zo op mijn werk.’
Maar hij weet dat die winst niet voor iedereen geldt. Voor sommige collega’s wordt de route juist langer. ‘Ik heb collega’s uit Soest en Almere die heel bewust voor Amersfoort hebben gekozen.’

En terwijl Utrecht nieuwe mogelijkheden biedt, blijft in Amersfoort ook een stukje geschiedenis achter. ‘Ik heb collega’s die daar jarenlang met toewijding iets hebben opgebouwd. Ik snap goed dat het moeilijk is om daar afscheid van te nemen.’

Wie houdt het overzicht?

Dirk Jongkind, projectleider, is de man die de verhuizing in goede banen moet leiden. ‘Het idee om te verhuizen lag er al, maar hoe, waar en hoe de ruimtes eruit moesten gaan zien, was nog niet duidelijk,’ legt hij uit.

Hij heeft een projectgroep samengesteld met onder meer medewerkers, docenten en studenten. ‘Op die manier kunnen we verschillende ideeën en wensen meenemen en samen beslissingen maken,’ zegt hij.

Dit is een sfeerimpressie van de nieuwe werkruimtes van ORM. Bron: Lisette Luijk

Stoelen, tafels en schuifpanelen

Student Van der Linden merkt dat zijn stem binnen de projectgroep telt. ‘In het begin ging het vooral over de locatie en de ruimte die we zouden krijgen. Nu gaat het over de inrichting en details.’ Zo praten ze over tafels en stoelen en welke dingen studenten fijn vinden om te hebben op de nieuwe locatie.

Een voorbeeld zijn de schuifpanelen tussen de company-ruimtes. ‘Wij hebben aangegeven dat we liever dempende panelen willen, zodat het rustiger wordt. Daar wordt nu serieus naar gekeken,’ vertelt Van der Linden.

Bovendien houdt projectleider Jongkind de planning goed in de gaten. ‘1 september is een harde deadline: dan moet er lesgegeven kunnen worden in Utrecht.’

‘We zijn er nog lang niet’ zegt Van der Linden ten slotte. ‘De komende maanden wordt alles voorbereid en in de zomer vindt de verhuizing plaats.’ Daarna is het tijd voor een evaluatie. ‘We gaan dan vooral kijken hoe eerstejaars het ervaren en of er nog dingen aangepast moeten worden. En natuurlijk wat de docenten ervan vinden.’