Achtergrond

Vertrekken met vergoeding of op zoek naar ander werk: dit biedt het sociaal plan

Afbeelding: Kees Rutten

Vanaf 1 oktober kunnen medewerkers van het Instituut Social Work (ISW), Onderwijs, Onderzoek & Studentenzaken (OO&S) en TLN gebruikmaken van de regelingen uit het nieuwe sociaal plan. Het plan is onderdeel van de reorganisaties bij de drie organisatieonderdelen, waarmee de HU het aantal banen wil terugbrengen vanwege de bezuinigingen.

De HU en de vakbonden onderhandelden de afgelopen maanden over de regelingen. Hoewel beide partijen tevreden zijn met het uiteindelijke plan, waren de gesprekken volgens betrokkenen ‘intensief’.

Het sociaal plan kent twee fases: eerst is er een vrijwillige vertrekregeling, daarna volgt eventueel een verplichte fase. Dat onderscheid stond al in het sociaal statuut van de HU. Nieuw is dat medewerkers nu weten van welke regelingen zij gebruik kunnen maken als hun functie door de reorganisatie komt te vervallen.

Vrijwillig vertrek

Om gebruik te kunnen maken van het sociaal plan moet een medewerker door de reorganisatie worden geraakt. In de eerste fase wordt nog niet per persoon bepaald wie boventallig is. Het gaat dan bijvoorbeeld om bepaalde functiegroepen.

Wie werkt in een functie die door de reorganisatie wordt geraakt, kan onder meer gebruikmaken van een vertrekpremie. De hoogte daarvan hangt af van hoe snel iemand vertrekt en hoe lang diegene bij de HU werkt. Wie sneller vertrekt en langer in dienst is, krijgt een hogere vergoeding.

Ook wie zelf ander werk vindt, kan gebruikmaken van een regeling. De HU kan dan maximaal drie jaar (een deel van) het verschil in salaris vergoeden. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor financiële ondersteuning bij het starten van een onderneming of het volgen van een omscholing.

Lukt het niet om met vrijwillig vertrek voldoende banen te laten verdwijnen, dan volgt de tweede fase. Dan wijst de HU aan welke individuele medewerkers boventallig worden. De regelingen uit de eerste fase blijven ook dan beschikbaar.

Op maandag 14 september stemden de vakbondsleden in met de drie sociale plannen. Daarmee kunnen de plannen formeel op 1 oktober ingaan. ‘Een belangrijke mijlpaal’, noemt HR-directeur van de HU Joost Sluijs dat. ‘Maar natuurlijk is het een tussenstap. Het sociaal plan is er nu om de collega’s zo goed mogelijk te helpen.’

Van werk naar werk

‘Waar liggen mijn kansen?’ Dat is volgens Huub den Heiden de belangrijkste vraag voor medewerkers die met het sociaal plan te maken krijgen. Namens de Algemene Onderwijsbond (AOb) zat hij met onder anderen Sluijs aan de onderhandelingstafel. ‘Het is nu het moment om actief te kijken wat bij je past.’

Den Heiden wilde tijdens de onderhandelingen vooral voorkomen dat het sociaal plan alleen zou draaien om financiële vergoedingen. ‘De nadruk moest liggen op dat je van werk naar ander werk gaat, niet dat je een zak geld meekrijgt en that’s it. Natuurlijk hebben we ons ook ingezet voor de hoogte van de vergoedingen.’

Dat andere werk hoeft niet binnen het hoger onderwijs te zijn. ‘Dat is de context van de onderhandelingen’, zegt Sluijs. ‘We weten dat er een demografische krimp is, dat de studentenaantallen op termijn zullen afnemen. Daarom ligt de intentie meer dan voorheen op externe mobiliteit.’ Den Heiden kijkt achteraf terug op ‘constructief gesprekken’ met de HU. Het uiteindelijke plan noemt hij ‘goed realiseerbaar’.

Ook Sluijs is tevreden over de gesprekken, al moest volgens hem ‘soms de spanning worden opgezocht’. Voor de HR-directeur waren de onderhandelingen bovendien een bijzondere kennismaking met de HU. Hij begon op 1 juni als HR-directeur, als opvolger van Elise Nauta, die met pensioen ging. De onderhandelingen over het sociaal plan waren toen al volop bezig.

‘Gelukkig ben ik goed bijgepraat door mijn HR-collega’s. Ook heb ik voorafgaand aan de formele gesprekken ook informeel met de vakbond gebeld om kennis te maken.’ Sluijs is positief over zijn gesprekspartner. Hij waardeert het dat ze in gesprekken de gezamenlijke bedoeling zijn blijven zien. ‘We zijn gelukkig niet gaan polariseren’

Verschil in looptijd

Over niet alles waren de HU en de AOb het eens. Dat leidde volgens beide partijen niet tot breekpunten. Een voorbeeld: de sociale plannen voor ISW, OO&S en TLN hebben allemaal een looptijd van twee jaar. Bij OO&S en TLN duurt de vrijwillige fase een jaar, gevolgd door een jaar waarin ook gedwongen vertrek mogelijk is. Bij ISW duurt de eerste fase anderhalf jaar en de tweede fase een half jaar.

Dat verschil heeft volgens de HU te maken met de gevolgen als gevolg van de samenhang tussen het onderwijs en het onderzoek bij Social Work. Volgens Den Heiden geven twee jaar medewerkers de tijd om zich te oriënteren en begeleiding naar ander werk te krijgen. Sluijs vindt de totale looptijd van het sociaal plannen (twee jaar) nog wel lang. ‘Dan zitten medewerkers te lang in onzekerheid.

De regelingen in de drie plannen zijn verder hetzelfde. Volgens Sluijs ligt er hiermee een basis om met voldoende snelheid te komen tot goede afspraken bij komende reorganisaties. ‘Als het lukt om tot een doorlopend sociaal plan te komen zou dat rust geven. Dan weet je namelijk gelijk waar je aan toe bent.’

Nieuwe reorganisaties?

Den Heiden blijft op de achtergrond betrokken bij de uitvoering van de sociale plannen. ‘Om geluiden en signalen op te vangen hoe het gaat.’ Zelf gaat hij nu onderhandelen over een sociaal plan bij de Hogeschool van Amsterdam.

Of hij opnieuw bij de HU aan de onderhandelingstafel komt te zitten vanwege het plan van het college van bestuur om naar ‘minder organisatie-eenheden’ te gaan, weet hij niet. ‘Ik heb niks gehoord, maar je weet het nooit. Je kan ook een reorganisatie voor elkaar krijgen met natuurlijk verloop, maar als er personele gevolgen aan zitten te komen, komen we weer in beeld.’

Sluijs sluit nieuwe onderhandelingen niet uit. Volgens hem staan de huidige reorganisaties bij ISW, OO&S en TLN los van het voornemen om het aantal organisatie-eenheden binnen de HU te verminderen. ‘Omdat dat gaat om de inrichting van de organisatie, verwacht ik dat eventuele gevolgen in eerste instantie vooral op directie en managementniveau richten. Maar hoe de nieuwe inrichting eruit gaat zien en welke personale gevolgen die eventueel heeft, is nog niet besloten.’

Reageren? Graag!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *