Student Style

Geen schaapskleren voor Wolfje, ze draagt liever vloekende patronen

Ze doet haar naam eer aan: Wolfje (22) is een vrije geest met een tikje eigenaardigheid. Op de campus, waar ze Tolk Nederlandse Gebarentaal studeert, valt ze op met neonroze accenten en denim-on-denim. Die vrijheid kwam niet vanzelf: ze werd gepest en raakte zichzelf even kwijt in Berlijn. ‘Ik vind het eigenlijk wel leuk als mensen me een beetje scheef aankijken.’

Hoe zou iemand anders jou in één woord omschrijven?

‘Grappige vraag. Eigenaardig, denk ik. Mensen om me heen zeggen vaak dat ik een beetje raar ben, en dat vind ik zelf een leuke eigenschap.

Daar kan ik me wel in vinden. Ik heb bijvoorbeeld de raarste obsessies. Laatst was het fermentatie: wekenlang kon ik nergens anders aan denken. Ik maakte zelf yoghurt, kombucha, kimchi en zuurkool, en keek gefascineerd hoe de scoby’s in al die potten groeiden. Bij mij is het alles of niets: zo’n fase is even intens, en dan is het ook weer klaar.

Ik snap ze, maar het is zo normaal voor mij om in mijn hoofd te leven, dus ik vind het niet zo gek. Ik associeer normaal met saai.’

En saai wil je niet zijn?

‘Zo zou je het kunnen zeggen, ja. Ik ben nooit echt zoals de rest geweest. Dat zit er bij mij al van jongs af aan in: op mijn vierde werd ik, net als mijn broer, gediagnosticeerd met ADHD. Ik was echt een buitenkind. Ik klom voortdurend in bomen en speelde alsof ik in een oerwoud woonde, een soort Jane uit Tarzan. Ik leefde compleet in mijn eigen fantasiewereld.’

Hoe zag je er destijds uit?

(Ze doet haar ogen dicht) ‘Ik zie mezelf in een felgeel neontopje met glitters en sterren, met daaroverheen een mesh topje, een parelketting en een tuinbroek. Het zag er hartstikke raar uit, maar ik vond dat geweldig. 

Met mijn moeder heb ik uren achter de naaitafel gezeten. Samen maakten we knuffels en kussens. Later ging ik zelf kleding naaien. Het leek nergens op: de ene mouw was langer dan de andere, of iets was net te klein. Toch droeg ik het gewoon.’

Wolfje met het mesh topje dat ze beschrijft

En hoe werd dat ontvangen op school?

‘Ik werd gepest, vooral in groep 8, toen mijn vrienden al naar de middelbare school waren. Ik weet nog goed dat ik voor het gala mijn eerste bh had gekocht. Ik droeg een mooie jurk van de H&M en lippenstift van mijn moeder, en voelde me zo zelfstandig en volwassen. Maar die avond keerde het populaire groepje zich tegen mij. Ze smeerden chocoladezoenen in mijn haar en gooiden cola over me heen. 

Dat grote, volwassen gevoel was in één klap weg. Ik barstte in huilen uit en ging meteen naar huis. Mijn ouders waren woedend en belden de ouders van de kinderen. Ik ben ook meerdere keren naar de pleinjuf gegaan, maar het stopte niet. Wat me nog steeds het meeste pijn doet, is dat ze alleen mij en één andere jongen pestten. Waarom eigenlijk? Ik voelde me niet gezien.

Toch zie ik mezelf als veerkrachtig, toen al. Als ik huilend thuiskwam, pakte ik mezelf ook weer op. Ik bleef bij mezelf, en als ik daar nu op terugkijk, vind ik dat best stoer.’

Hoe ging dit op de middelbare school?

‘Daar speelde ik eerst op safe, ook al was het een vrije school waar alles mag. Een jaar lang deed ik er alles aan om bij de grote groep te horen: skinny jeans en dat witte shirt met Levi’s erop. In die tijd had elk meisje dat aan.

Daarna hield ik dat niet meer vol. Stap voor stap ging ik me weer alternatiever kleden, en daar voelde ik me veel comfortabeler bij. Toen ik op mijn veertiende mijn haar afschoor, was dat een soort doorbraak. Een nieuwe start. De reacties waren wisselend: mijn vrienden noemden me een eitje, anderen vonden het maar vreemd, maar later hoorde ik dat mensen ook naar me opkeken.’

En die vrije school? Was dat een veilige plek?

‘Haha, ja. Iedereen was daar een beetje eigenaardig. De docenten waren best zweverig; eentje liep zelfs op blote voeten door de school. Bij binnenkomst gaven ze je een hand, om je te verwelkomen en even contact te maken. Ik vond het soms leuk om de zweverige types te plagen. ‘Wat voor kleur aura heb ik vandaag?’ En daar gingen ze dan heel serieus op in. 

Als je volwassenen in een voorbeeldfunctie gekke dingen ziet doen, leer je dat het oké is om zelf ook gek te zijn. Creativiteit werd er aangemoedigd.’

En je ouders? Hoe hebben die je beïnvloed?

‘Heel erg. Ze zijn allebei creatief. Mijn vader had een reclame- en ontwerpbureau in een oude slagerij, waar ik als kind weleens mee naartoe ging. Hij draaide altijd Radiohead, Nirvana, Rammstein en Placebo. Die laatste vond ik vreselijk, maar nu klinkt het nostalgisch en ga ik zelf naar dit soort concerten. Toen ik hem laatst vertelde dat ik bij een concert moest huilen, stuurde hij me een clipje van een liveoptreden van die band waar hij zelf elke keer bij huilt. Wat dat betreft lijk ik op hem. 

Mijn moeder is altijd overal en nergens; de ADHD heb ik van haar. Laatst appte mijn vader dat hij haar in een gele broek en een oranje top onkruid uit de tuin zag trekken: ‘Oh, wat houd ik van die vrouw.’ En ze is gebarentolk, precies waar ik nu voor studeer.’

Daar belandde je niet gelijk toch?

‘Nee. Op mijn achttiende wilde ik iets nieuws, dus verhuisde ik naar Berlijn. Ik werkte als vrijwilliger op een kinderdagverblijf. Het eerste halfjaar was wild: ik ging veel uit en stond open voor allerlei nieuwe ervaringen. Drank, drugs, feestjes: ik heb het hele palet gezien. 

Toen kreeg ik een relatie, die twee jaar duurde. Hij was heel attent: hij hield altijd de deur voor me open, kwam met lieve ideeën en nam me mee uit eten. Ik voelde me enorm tot hem aangetrokken. 

Maar hij vond het niet leuk als ik uitging, en werd steeds dwingender. Ik liet het gebeuren. Ik zat in een ander land, zonder vangnet, en was veel met hem. Zo raakte ik steeds meer geïsoleerd. Door alle ruzies kreeg ik paniekaanvallen. ‘Misschien is de enige oplossing dat je je bekeert,’ zei hij eens. Hij was zelf islamitisch. Ik voelde me weer een klein kind, machteloos in mijn kamer in Berlijn. Maar tegelijk dacht ik: iemand kiest voor mij.’

Hoe ben je hieruit gekomen?

‘Met kerst hadden we een schreeuwende ruzie op mijn kamer, terwijl mijn ouders beneden zaten. Hij zei hele lelijke dingen. ‘Wolf, wat ben je aan het doen, joh,’ zei mijn vader later. Toen dacht ik voor het eerst: nu is het klaar, want de volgende keer is er weer iets wat ik niet mag. Mijn ex volgen op Instagram mocht niet, met een vriendin naar Polen ook niet. Het was te gek voor woorden.

Ik verhuisde terug naar Nederland, en niet lang daarna ging het uit. Er ging een wereld voor me open. Ik hoef nu ook niet meer mijn borsten te bedekken, haha.’

Je kreeg wel eens te horen dat je ‘te veel’ was. Wat doet dat met je?

‘Dat vond ik pijnlijk om te horen, want dit is gewoon wie ik ben. Tegelijk snap ik het ook wel. Ik weet dat ik heel enthousiast kan zijn en dat het soms een tandje minder mag. Mijn brein springt van de hak op de tak, en dat werkt bij anderen heel anders. In groepen probeer ik mezelf daarom wat in te tomen. Maar wat is te veel eigenlijk? Soms is het gewoon geen match, en dat is ook oké.’

Hoe zou je je stijl nu omschrijven?

‘Vloekerig, met veel patronen door elkaar. En ik houd ervan als kleding veel vorm heeft, wijd, met ribbeltjes en accentjes. Mijn inspiratie gaat heel onbewust; ik zit bijna niet op sociale media. Meestal ga ik gewoon naar de kringloop en kijk ik wat me aanspreekt. 

Ik ben wel een outfit herhaler. Een rokje over een broek vind ik bijvoorbeeld heel leuk: soms over een joggingbroek, soms over een panty, met hoge of korte laarzen. En soms kom ik thuis en moet ik eigenlijk iets anders doen, maar dan doe ik een soort Barbie-dress-up. Dan trek ik voor de lol van alles bij elkaar aan, en zo vind ik opeens een outfit die ik daarna vaker draag.

Ik ben ook weleens speciaal langs Parijs gegaan om te thriften. Daar vond ik een grote rode broek met acht zakken, er past zelfs een stokbrood in de achterzak. Fantastisch vind ik die.’ 

Hoe voel je je nu in je eigen vel?

‘Op mijn studie zit een gekke mix van mensen: veel gelovigen, maar ook veel queer en alternatieve mensen. Dit geeft me ook het gevoel om mezelf te zijn. Als ik iets geks doe dan word ik ook niet raar aangekeken. Ik voel me echt comfortabel hier.

Maar de veilige omgeving van de vrije school heeft ervoor gezorgd dat ik me nu een stuk comfortabeler voel met mezelf. Ik vind het zelfs wel leuk als mensen me een beetje scheef aankijken. Ik ben blij dat ik zelf kan kiezen wat ik aantrek en hoe ik mijn make-up doe. De vrijheid die ik nu ervaar, is ongekend. Dat gun ik iedereen toe.’

Reageren? Graag!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *