Vanaf volgend collegejaar is de kans kleiner dat je voor een uurtje naar de HU moet reizen. Na jarenlange klachten moet het rooster ‘studentvriendelijker’, met blokken van vier uur en vaste begin- en eindtijden. Wat betekent dat?
Vanaf september 2027 werkt de HU met het zogeheten tijdvakkenmodel als standaard. Dat besluit heeft het college van bestuur al genomen. Het model betekent dat de dag wordt opgeknipt in een ochtend-, middag- en avondblok, met een half uur pauze. Een ochtendblok loopt bijvoorbeeld van 9.00 tot 13.00 uur.
Hoe opleidingen zo’n tijdvak invullen, bepalen ze zelf: met één lange les, twee lessen van twee of drie uur les plus een uur iets anders. ‘Een tijdvak hoeft niet altijd voor de volle 4 uur gebruikt te worden’, laat de projectgroep Voorspelbaar Roosteren weten.
Met een vast ritme en minder tussenuren kunnen studenten volgens de HU beter vooruitplannen, bijvoorbeeld voor hun baantje. Dat maakt de drempel lager om naar de les te komen. Dat de laatste tien minuten van elke les straks wordt gereserveerd om na te praten met de docent is ook onderdeel van het nieuwe rooster.
Een vast rooster
De volgende stap is blokroosteren. Daarbij weet een klas vooraf op welke dagdelen ze les heeft, het liefst een heel studiejaar lang, en krijgt ze een vaste roostervrije dag. Het uitgangspunt is dat wie naar de HU komt, minimaal drie uur begeleid onderwijs krijgt. Over de invoering van blokroosteren is formeel nog geen besluit genomen. Wel is duidelijk dat de twee zaken bij elkaar horen.
Margot Visser, programmamanager Voorspelbaar Roosteren, legt uit: ‘Met de tijdvakken maken we het uitwisselbaar, met de blokroosters maken we het vast en voorspelbaar. Zonder gelijke tijdvakken kan een student met een minor bij een andere opleiding tegen een overlap aanlopen. Begint de ene opleiding om 10.00 uur en de andere om 12.30 uur, dan moet de student zelf uitzoeken hoe hij dat oplost. Met tijdvakken heb je dat niet meer.’
Helemaal nieuw is blokroosteren zeker niet. Bij de meeste deeltijdopleidingen is het al gewoon, het ICT-instituut werkt er al jaren mee, en sinds september 2025 doen ook vijf opleidingen van het Instituut voor Communicatie en Gebarentaal, het Institute for Finance & Accounting en het Instituut voor Recht mee.
Waarom kwam dit niet eerder? Volgens Visser was er geen gezamenlijke focus op wat een goed rooster is: ‘We maakten een rooster. Daar ging veel tijd en energie in zitten, maar de ontevredenheid bleef. Het ging vooral om het onderwijs zelf, om de overdracht van kennis.’
Inmiddels kijkt de HU volgens de programmamanager breder: niet alleen naar de lessen, maar ook naar hoe studenten ze ervaren. ‘We hebben nu het besef en het inzicht om daar iets mee te doen, voorheen ontbrak dat.’
Nu moet het voor de hele HU gaat gebeuren, en dat is een lastige klus omdat opleidingen zo verschillen. ‘Een opleiding met praktijkruimtes of een stageblok buiten de deur vraagt om een andere puzzel dan een opleiding die vooral in gewone lokalen lesgeeft.’
Overwegend positief
Bij vier van deze opleidingen steeg de tevredenheid over de roosters het afgelopen jaar, het sterkst bij Finance & Control (van 2,8 naar 3,5 op een schaal van 5), bij Communicatie en Accountancy (beide 0,6 punt). Bij Rechten ging die score van 3,1 naar 3,5. Alleen bij Leraar/Tolk Nederlandse Gebarentaal daalde de tevredenheid juist, van 3,6 naar 3,3.
Sanne de Leur, docent bij die opleiding, heeft een vermoeden waarom. Ontevredenheid is er volgens haar al langer, door de hoge werkdruk en de schaarste aan stageplekken. Die stages zijn lastig te combineren met de lesdagen. Nu de lesdagen korter zijn, komen studenten op meer dagen naar de HU en blijven er minder dagen over voor een stage. ‘Dat zou een reden kunnen zijn dat die tevredenheid daarover bij ons gedaald is.’
Afgelopen september sloten zes nieuwe instituten aan bij het roosterbeleid: Instituut Archimedes, Instituut Associate Degrees, Instituut voor Bewegingsstudies, Instituut Ecologische Pedagogiek, Instituut Paramedische Studies en Instituut Social Work. Van die instituten zijn nog geen cijfers bekend.
Docenten die al met blokroosters werken, noemen de vaste tijden een voordeel. Bij Nederlandse Gebarentaal: ‘De Leur is blij dat het niet meer ‘kwart voor of kwart over’ is, en collega’s zien elkaar vaker: ‘We hebben nu vaker tegelijk pauze.’
Ook Helen ten Cate, docent bij Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD), waar ze in september met blokroosters begonnen, is enthousiast. ‘Er zit veel meer structuur in het programma, en je weet waar je aan toe bent in een week.’ Dat oude lessen soms niet meer in een blok passen, neemt ze voor lief. ‘Dat kan even schakelen zijn, maar als het bijdraagt aan hoeveel studenten er komen opdagen, is dat het waard.’
Op tijd, graag
Wanneer zijn studenten tevreden over hun rooster? Dat verschilt. Lisa (19, Fysiotherapie) zou het liefst vier ochtenden per week naar school gaan, vertelde ze eerder aan Trajectum: ‘Dan heb ik nog wat aan mijn middag.’ Lieke (22, Communicatie) heeft juist liever drie volle dagen: ‘Zo heb ik tijd voor mijn baantje en zelfstudie.’ Over één ding zijn ze het wél eens: het rooster moet op tijd bekend zijn.
En daar wringt het. Lieke kreeg haar rooster voor blok 1 pas een paar dagen van tevoren. ‘Super onhandig, want ik moet op tijd aan mijn baas vertellen wanneer ik achter de bar kan staan.’ Lisa hoorde pas een week voor haar stageblok op welke dag ze naar school moest. ‘Waarom kan dat niet eerder?’
Tetris met lokalen
Waardoor dat komt? Nu krijgt elk instituut een eigen set lokalen. Opleidingscoördinatoren bepalen wie wanneer lesgeeft, en roosteraars puzzelen die lessen daarna in de gebouwen. Lokalen die vrijkomen, gaan volgens Jeroen Kok, docent bij het Institute for Marketing & Commerce, naar de roosteraar die er het snelst bij is. Het lastigste stukje van de puzzel zijn de docenten, vertelde roosteraar Elles Kok eerder aan Trajectum: veel parttimers zijn op woensdag of vrijdag vrij.
Visser bevestigt dat het nu zo werkt. Straks moeten opleidingen en roosteraars vanaf het begin van de planning samen puzzelen. En ook als het rooster er is, kan het nog veranderen.
‘Lokalen worden ook soms opeens veranderd’, zegt student Wolfje Jacques Bruijn van de opleiding Nederlandse Gebarentaal. ‘Daar kom ik pas achter als ik voor het lokaal sta.’
Met het nieuwe model moet ook dat voorspelbaarder worden. De planning voor het nieuwe studiejaar begint altijd al in januari. Als het aan de HU ligt, weten studenten straks een semester of zelfs een heel jaar vooraf op welke dagdelen ze les hebben. Op dit moment is het rooster volgens Visser uiterlijk vier weken voor de start van een periode gepubliceerd, en zelfs dan kan er nog van alles schuiven. Idealiter lost de HU knelpunten daarvoor op, want een lokaal dat opeens verandert, ‘dat wil niemand’.

Niet iedereen is fan
‘Als je studentvriendelijk wilt roosteren, moet je juist niet iedereen massaal hetzelfde laten doen’, vindt Jeroen Kok. ‘Studenten verschillen, daar moet je rekening mee houden.’ Hij vindt de vaste blokken ook te beperkend. Hij noemt een cursus die om tien uur begint, waarna studenten zelfstandig werken, later op de dag een coachsessie krijgen en daarna weer verder werken. ‘Moet dat per se in een blok van vier uur? Dat past niet, want dan ontstaat er een gat, en dat mag niet.’
Studenten verschillen, daar moet je rekening mee houden
De projectgroep die zich over de nieuwe roosters buigt, ziet dat anders. Binnen een blok kunnen werkvormen elkaar afwisselen, en vier uur frontaal lesgeven is niet de bedoeling. Maar een programma dat over de hele dag is uitgesmeerd, wil de hogeschool juist niet meer. Visser: ‘Wat het tijdvakmodel probeert te voorkomen, is dat deze activiteiten versnipperd over de dag of zelfs week geroosterd worden.’
Ook Mirjam Nagel, docent Social Work, is niet alleen maar positief. ‘Efficiënt roosteren gaat in mijn ogen in tegen het leren leren van studenten. Leren gaat juist ook over wat rondklooien en snuffelen.’
Spits bij Broodje Ben
Jeroen Kok vreest ook voor drukte als iedereen tegelijk begint. ‘Als je om acht uur vanaf de stad in de tram naar de Uithof stapt, mis je drie trams door de grote meute die ook de tram moet pakken. De gangen worden overvol en in de pauzes wacht je lang bij Broodje Ben.’
Visser en haar projectgroep erkennen dat die drukte een aandachtspunt is en noemen zelf de entree van HL15 en de liften van PL97 als knelpunten. Wel wijzen ze erop dat nu ook al veel lessen om negen uur beginnen. De effecten worden gemonitord, en met de horeca wordt gekeken naar bijvoorbeeld ‘grab and go’-concepten – zoals voorverpakte broodjes en kant-en-klare salades.

Haasten tussendoor
Ook tussen de lessen is het krap. De tien minuten tussen twee lessen zijn volgens De Leur ‘echt te kort’, zeker als studenten naar een ander gebouw moeten. Vaak blijven studenten nog nakletsen of loopt een les uit.’ Haar lessen zijn bovendien verspreid over alle gebouwen. Zorgen maakt ze zich daar niet over: ‘Dat zijn kinderziektes: er werd net een nieuwe roosteraar ingewerkt.’
Ten Cate vindt vooral het halfuur pauze te kort om samen te lunchen: ‘De vaste momenten samen zijn leuk, maar tijd om samen te lunchen heb je niet met dat halve uurtje.’
Ook absentie onder docenten is lastiger geworden. ‘Als je ziek bent, valt die hele vier uur gelijk weg’, ziet Ten Cate. De HU verwacht juist dat collega’s binnen een blok makkelijker voor elkaar kunnen invallen.
Nog niet alles ligt vast
Het tijdvakkenmodel gaat in september 2027 in, met mogelijk tijdelijke uitzonderingen. Voor blokroosteren moet eerst nog een akkoord op komen. Een projectgroep gaat de komende maanden langs alle instituten om de ervaringen te evalueren.
Dat de hele HU over moet, is een lastige klus, doordat opleidingen zo van elkaar verschillen, verklaart Visser. ‘Een opleiding met veel praktijk heeft behandelruimtes en labs nodig, en dat is een andere puzzel dan het plannen van gewone lokalen. Dat maakt tegelijk de schaarste aan docenten en lokalen voor de ene opleiding lastiger dan voor de andere.’ Een oplossing daarvoor die voor iedere opleiding werkt, is er nog niet. Visser verwacht die binnen een half jaar te hebben gevonden.


