Keuzegids Hoger Onderwijs 2006

De jaarlijkse studentenenquête van het onderzoekscentrum Choice heeft weer flink wat gegevens en cijfers opgeleverd. Ongeveer twintigduizend studenten gaven hun mening over het onderwijs. Hoe scoren de opleidingen, docenten en steden dit jaar?

De ranglijsten
Gezondheidszorg top, rechten hekkensluiter
De opleidingen aan de faculteit Gezondheidszorg scoren hoog, maar hbo-rechten van de HU laag. Dat blijkt uit de studentenoordelen in de Keuzegids die 5 oktober is verschenen. De andere onderzochte opleidingen dit jaar geven een gevarieerd beeld.

Jaarlijks verschijnt de Keuzegids Hoger Onderwijs met enquêtes waarin studenten hun oordeel vellen over een aantal opleidingen. Dit jaar worden ook deelgidsen per domein gepubliceerd.
Utrechtse hbo-rechtenstudenten geven de opleiding een 6,16, terwijl het landelijk gemiddeld op 6,62 ligt. Hiermee belandt de opleiding, die enkele jaren geleden is gestart, op de tiende en laatste plaats. Het is de eerste keer dat hbo-rechten is onderzocht.
Opleidingsmanager Hans Mreijen van hbo-rechten vindt het vreemd dat de Utrechtse opleiding onderaan is beland. Hij wijst op het onderzoek naar de tevredenheid van studenten (STO) van een half jaar geleden. ‘Daarin staan geen cijfers waarin we afwijken van het landelijk gemiddelde.’  

Het oordeel van de studenten in de Keuzegids dat ze te weinig keuzemogelijkheid hebben in het curriculum, kan hij nuanceren. Het onderwijsprogramma is nog jong en dit jaar is er voor de vierdejaars (de eerste lichting) een fors keuzepakket geïntroduceerd, dat vanaf september door ongeveer dertig studenten wordt gevolgd. Daarbij is de studenten nadrukkelijk verteld dat ze binnen de hogeschool en onder voorwaarden buiten de hogeschool vakken kunnen volgen. ‘Een aantal studenten heeft dergelijke keuzes wel degelijk gemaakt.’
De opleiding is voortdurend bezig zich te verbeteren, zegt Mreijen. Daarbij putten ze uit het studenttevredenheidsonderzoek, maar vooral op de contacten met de opleidingscommissie. ‘Dat leidt tot verbeteracties die onmiddellijk ingaan en tot verbeteringen op de lange termijn.’

Een andere jonge loot aan de stam doet het beter: integrale veiligheidskunde staat met een 6,55 op de derde plaats van in totaal zes opleidingen.
Andere opleidingen geven een gevarieerd beeld over de oordelen van studenten. Maatschappelijk werk en dienstverlening (MWD) in Amersfoort bezet de derde plaats van in totaal 22 opleidingen, terwijl de MWD-collega’s in Utrecht op de veertiende plek blijven steken. Digitale communicatie staat op de derde plaats van de vier.
De opleidingen in de gezondheidszorg aan de Hogeschool Utrecht lijken goed te presteren. Logopedie prijkt op twee (van de zeven) en ook farmakunde is tweede (van totaal elf). Mondzorgkunde staat op de tweede plaats van de vier opleidingen. Orthopie en optometrie krijgen een relatief hoog cijfer van de studenten: respectievelijk een 7,18 en 7,04. Zij kennen geen verwante opleidingen en kunnen dus niet vergeleken worden.

Bij de onderzochte technische opleidingen blijkt de HU niet voorop te lopen. Alleen informatica in Amersfoort zit in de hogere regionen: een vierde plaats van negentien opleidingen. De Utrechtse variant moet het doen met een gedeelde dertiende plek. Technische informatica is een middenmotor met een gedeelde zevende plaats van veertien studies in het land en bedrijfskundige informatica komt niet verder dan een veertiende plaats van de zeventien. Elektrotechniek in Utrecht doet het met een gedeelde achtste plaats (totaal 18) beter dan de zestiende plaats van de opleiding in Amersfoort. Een tweede plek (van de drie) is ingeruimd voor algemene operationele technologie.
Ook de behandelde economische studies behoren volgens de studenten in de lagere regionen. Commerciële economie belandt op een gedeelde 21-ste plaats van de 26 opleidingen, terwijl international business and management studies een elfde plaats bezet van de vijftien studies. (GR)

And the winner is…
Docenten langs de meetlat
Hbo-studenten zijn minder tevreden over hun docenten dan studenten aan de universiteit. De hbo-docenten krijgen dit jaar gemiddeld een 6,9, terwijl hun collega’s aan de universiteit een half punt hoger scoren.

Landelijk krijgen docenten aan de toneelscholen en dansacademies de hoogste waardering. Die halen een mooie 7,5 en 7,4. Ook bij kleine verzorgingsstudies (audiologie, optometrie en orthoptie) krijgen de docenten gemiddeld een 7,5. De massastudie commerciële economie krijgt daarentegen bijna een punt minder. Maatschappelijk werk & dienstverlening, elektrotechniek, hbo-rechten en zee- en luchtvaart zitten er met een zeven tussenin.
Maar op het niveau van de individuele opleidingen zijn er fikse verschillen. Zo ook bij de Hogeschool Utrecht. Afgezet tegen vergelijkbare opleidingen elders in het land scoren de docenten het hoogste cijfer bij mondzorgkunde (7,0), logopedie (7,3) en farmakunde (7,4). Studenten hebben ook een hoge pet op van de docenten bij integrale veiligheid (6,7), maatschappelijk werk en dienstverlening (MWD) in Amersfoort (7,6) en bedrijfskundige informatica (7,2). Lage cijfers zijn voor docenten bij hbo-rechten (6,5), commerciele economie (6,2), international business and management studies (6,2), MWD Utrecht (6,8) en elektrotechniek Amersfoort (6,3). Andere HU-opleidingen die dit jaar zijn onderzocht, geven een gemiddeld cijfer.
Het laagst gewaardeerd zijn dit jaar de docenten van vier opleidingen van de Hogeschool Inholland: bij mondzorgkunde in Amsterdam krijgen ze een 5,9, net als bij bedrijfskundige informatica in Diemen en bij international business in Rotterdam en Diemen. Het is voldoende, maar het houdt niet over. Maar aan de Haagse vestiging van Inholland scoren de docenten van de opleiding communicatiesystemen zomaar een dikke 7,5. Het kan verkeren.
Verschillende instellingen hebben opleidingen waarvan de docenten net een 6,1 scoren, waaronder Saxion Hogescholen (fiscale economie in Enschede en integrale veiligheidskunde in Deventer), de Hanzehogeschool Groningen (informatica), Hogeschool Drenthe (technische informatica), Hogeschool Zuyd (international business) en, opnieuw, de Hogeschool Inholland (commerciële economie in Den Haag).
In de top van het hoger-onderwijsklassement domineren de docenten van de universiteiten. In Leiden krijgen ze bij een paar talenstudies zelfs een 8,5. Toch krijgen ook de docenten van enkele hbo-opleidingen een dikke acht, bijvoorbeeld bij de opleiding wiskunde van de TH Rijswijk en de opleiding docent drama van Fontys Hogescholen. Bij twee opleidingen van de Christelijke Hogeschool Ede halen de docenten ook een acht: maatschappelijk werk en dienstverlening en godsdienst & pastoraal werk. Daarnaast gooien de docenten aan een paar particuliere opleidingen hoge ogen bij hun studenten. (HOP/GR)


Amsterdam en Groningen de leukste studentensteden
Brons voor Utrecht
Amsterdam en Groningen zijn de leukste studentensteden van Nederland. Zij krijgen een mooie 8,1 en 8,0 van hun studenten, die vooral blij zijn met het uitgaansleven. Maastricht en Utrecht kregen een 7,8 en delen het brons.


Dat blijkt uit de database Studie Keuze Informatie van het onderzoekscentrum Choice. Zo’n vijftigduizend studenten gaven hun mening over hun opleiding, maar ook over de horeca, de cultuur en het verenigingsleven in hun stad.?Voor de leukste verenigingen moet je naar Wageningen en Groningen, waar de studenten hun eigen clubjes met een acht waarderen. Leiden en Delft komen er vlak achteraan met een 7,9.?Op het gebied van cultuur steekt Amsterdam nog steeds met kop en schouders boven de andere steden uit. Dat blijkt wel uit de 8,2 die de hoofdstad krijgt. Andere fijne cultuursteden zijn Rotterdam en Groningen, die op dat punt een 7,8 scoren.?Studenten zijn in het algemeen behoorlijk te spreken over hun woonplaats. Geen enkele universiteitsstad krijgt lager dan een 7,5. Van de steden die alleen een hogeschool binnen hun muren hebben, krijgen er maar twee een onvoldoende: Almere en Driebergen. Breda, de leukste hogeschoolstad, is net zo geliefd als Nijmegen en populairder dan Eindhoven en Tilburg. (HOP)


Reageer!
Deel via...