Luie studenten prikkelen tot meer uren

Talentvolle studenten worden de laatste tijd steeds meer gestimuleerd om er een schepje bovenop te gooien. Maar hoe zit het met de luie student in ons land, die zijn voltijdopleiding in deeltijd volgt? Welke prikkels krijgt die?

Uit onderzoek blijkt telkens weer dat studenten weinig tijd in hun opleiding steken. Ze zouden er een volle werkweek aan moeten besteden, maar bijna niemand doet dit daadwerkelijk. Voor sommigen biedt de hogeschool nu eenmaal te weinig uitdaging en anderen zijn gewoon te lui om meer dan een zes te ambiëren.
Positieve prikkels zijn er genoeg. Wie wil worden toegelaten tot het groeiende aantal topklasjes en schakelprogramma’s die direct toegang bieden tot een universitaire masteropleiding, moet hoge cijfers halen. Het wemelt bovendien van de innovatie- en scriptieprijzen. Ook met hoge studiecijfers is geld te verdienen. De 36 beste eerstejaars studenten techniek van Avans Hogeschool krijgen ieder een cheque van 2500 euro. Aan de Hogeschool Windesheim gaat in 2008 een intensief hbo-college van start, naar voorbeeld van de colleges aan de universiteiten. Excellentie en talent zijn ook in het hbo allang geen vieze woorden meer.
Ideeën genoeg dus om toptalent te prikkelen. Maar wat te doen met de luie student die een zesje mooi genoeg vindt, die helemaal geen zin heeft om de top te halen? Hoe krijg je die zover dat hij een ‘normale’, volledige werkweek gaat draaien?


Extra huiswerk
Hbo-studenten werken naar eigen zeggen gemiddeld iets harder dan studenten van de universiteit: 33 tegen 31 uur in de week. Maar een grote groep doet de opleiding feitelijk ‘parttime’, zo blijkt uit de database Studie Keuze Informatie van het onderzoekscentrum Choice. Uit internationaal onderzoek (zie kader) bleek eerder dat bijna een kwart van de Nederlandse studenten minder dan twintig uur per week in de opleiding steekt.
Hier en daar maken studenten het wel erg bont. Bij de opleidingen maatschappelijk werk & dienstverlening (MWD) van Saxion Hogescholen en Inholland Rotterdam zijn ze naar eigen zeggen maar 23 uur in de week bezig. Aan de Hogeschool Rotterdam besteedden de studenten van de opleiding international business & management studies (IBMS) afgelopen jaar maar 24 uur in de week.
Waarom kunnen opleidingen hun studenten niet tot harder werken aanzetten? Waarom geven ze niet gewoon wat extra ‘huiswerk’ op en toetsen ze niet strenger? Veel studenten smeken er zelfs om. Bijna de helft van de afgestudeerden in het hbo vindt achteraf dat de opleiding te makkelijk was. Dus waar wachten de opleidingen nog op?
‘Onze opleiding IBMS is zwaar genoeg’, meent Gerard van Drielen, bestuurslid van de Hogeschool Rotterdam. ‘Dat blijkt ook wel, want veel te weinig studenten halen hun diploma. In het eerste jaar valt 38 procent af. In het tweede jaar is dat 43 procent. En daarbij moet je bedenken dat eenderde van onze studenten uit het buitenland komt en een ‘accelerated program’ volgt. Die halen het bijna allemaal, dus de cijfers zijn geflatteerd. We stellen hoge eisen, maar daar gaan de studenten kennelijk niet harder van werken: we maken ons zorgen om het rendement.’
De opleiding probeert er iets aan te doen door het aantal contacturen te verhogen. ‘De studenten moesten tot vorig jaar onderling afspreken wanneer ze met hun projectgroep bij elkaar kwamen’, vertelt Van Drielen. ‘Dat bleek niet te werken. Nu roosteren wij die projectgroepen weer zelf in. De roostervrije dag is ook afgeschaft, want die beschouwden studenten als vrije tijd. Zelfstudie kwam er op die dag niet van.’

contacturen
Extra lesuren inroosteren klinkt misschien schools, maar het helpt wel. Uit de Choice-database blijkt een zeer sterk verband tussen het aantal ‘contacturen’ en het aantal uren dat een student daarnaast per week aan zijn opleiding besteedt: één contactuur erbij levert gemiddeld één uur zelfstudie extra op. Dat effect is het sterkst als een opleiding weinig contacturen heeft, maar het gaat nooit helemaal verloren.
Wim Slingeland, directeur van het instituut mens & maatschappij van Saxion Hogescholen in Enschede, ziet weinig in het opschroeven van het aantal contacturen. Hij denkt dat zijn studenten MWD snel meer uren zullen gaan draaien dankzij het nieuwe onderwijsconcept dat wordt ingevoerd. ‘We gaan de studenten een uitdagende leeromgeving aanbieden en steunen in hun persoonlijke leertraject. Daarin draait het niet alleen om contacturen. Als een student zegt: “het is veel pittiger, ik leer meer”, dan zijn wij tevreden. Hun inzet is zeker een punt van aandacht, maar het gaat ons uiteindelijk om de kwaliteit van de afgestudeerden en die is goed.’
Hoe het zover heeft kunnen komen dat zijn studenten zo weinig uitvoeren, weet Slingeland niet. ‘Kennelijk is het onderwijs te weinig prikkelend geweest. Ik denk dat we te lang zijn doorgegaan met een onderwijsconcept dat niet aansloot op de doelgroep die hier binnenkomt. Maar dit jaar is alles nieuw. We hebben een compleet nieuwe soort begeleiding.’


flexibilisering
Onderzoeker Hans Vossensteyn van het Twentse Center for Higher Education Policy Studies vermoedt dat het lage aantal studie-uren vooral te maken heeft met de vergaande ‘flexibilisering’ van het onderwijs. ‘In zijn tweede jaar volgt de student nog wat vakken uit het eerste jaar, in zijn derde jaar doet hij ook tweedejaarsvakken plus dat ene overgebleven vak uit het eerste jaar, enzovoorts.’
De haast eindeloze herkansingsmogelijkheden die studenten na hun eerste jaar hebben, spelen een cruciale rol volgens Vossensteyn. ‘Je kunt herkansingen opvatten als een belangrijke verworvenheid: je hoeft immers niet een heel jaar over te doen als je één vak niet haalt. Anderzijds geeft dat de student wel erg veel vrijheid om te zeggen: ik blijf in bed liggen en doe dat tentamen een volgende keer wel. Hoe minder herkansingen, hoe hoger het rendement. Je zou de flexibiliteit kunnen terugbrengen om ze harder te laten studeren.’
Vossensteyn denkt dat ook de intensiteit van het onderwijs nauw gerelateerd is aan het aantal studie-uren. ‘Hoeveel docententijd wil je in je studenten stoppen? Bij de University Colleges, waar studenten voorgeselecteerd moeten worden, is de begeleiding intensief en zie je dat studenten hard werken en snel hun bachelor halen.’

rendement
Critici stellen dat hbo-instellingen in het hoger onderwijs hun eisen laag houden, zodat genoeg studenten hun diploma halen. Anders krijgen de instellingen te weinig geld van de overheid: die financiert immers nog altijd op grond van het aantal afgestudeerden. ‘Als je de meelifters een onvoldoende geeft, krijg je ruzie met je opleidingsmanager’, zegt bijvoorbeeld hbo-docente Anne Marie Oudemans, bestuurslid van de vereniging Beter Onderwijs Nederland. ‘Dan ben je niet iemand die het hbo-niveau op peil wil houden, maar een slechte docent met een te laag rendement.’
Maar CHEPS-onderzoeker Vossensteyn denkt dat dit wel meevalt. ‘Geld corrumpeert misschien, maar de kwaliteitszorg rond de opleidingen is redelijk goed. Je kunt misschien wel zeggen dat de NVAO beter zou moet letten op de intensiteit van opleidingen.’
Een ander deel van het probleem is de lage studiebeurs, speculeert Vossensteyn. Omdat studenten weinig geld hebben, nemen ze bijbaantjes en hebben ze minder tijd voor hun opleiding. ‘Maar het is onzeker of je dat oplost door de studiebeurs te verhogen. Misschien kopen ze dan een Levi’s-spijkerbroek in plaats van een C&A-broek.’
HOP, Bas Belleman

Topopleidingen in het hbo
Lange tijd werd de hogeschool gezien als minderwaardig aan de universiteit. Dat verandert. Hbo richt zich op de praktijk, terwijl de universiteit wetenschappelijk onderwijs geeft. Het ene hoeft niet beter te zijn dan het andere. Ook is er steeds meer aandacht is voor de topstudenten in het hbo. De commissie ‘Ruim baan voor talent’ gaf de overheid het advies om subsidie te geven aan honoursprogramma’s van onder andere de Hogeschool Utrecht. Momenteel vindt de aanmeldronde plaats voor zo’n programma aan de faculteit Economie en Management. Maximaal dertig studenten kunnen uiteindelijk in november in de klas komen te zitten. Ze worden gescreend op cijfers (minimaal een zeven in het eerste jaar), motivatie en kwaliteiten.  Het traject (bovenop de reguliere studieroute) bereidt voor op een master aan de universiteit. Bij personeel en arbeid start bijvoorbeeld in september 2007 een klas (overigens geen honoursprogramma) voor ambitieuze vwo’ers. Ze gaan in plaats van vier jaar in drie jaar de benodigde 240 punten voor een diploma halen. En de echte toppers kunnen in die drie jaar nog een premastertraject volgen zodat ze door kunnen stromen naar de universiteit.
Er zijn nog meer initiatieven in het land. Naar voorbeeld van de university colleges in Utrecht, Maastricht en Middelburg start de Hogeschool Windesheim vanaf 1 september 2008 een eigen honours college. De voertaal is Engels, het onderwijs is kleinschalig en je moet er keihard werken. De opleiding is interdisciplinair en studenten worden geselecteerd op motivatie en geschiktheid.

Pepertje nodig?
De helft van de ondervraagde HU-studenten gaf in het Tevredenheidsonderzoek 2006 aan minder dan 26 uur per week aan de studie te besteden. We maakten een rondje in De Uithof en vroegen studenten naar de studielast en ambities.


Na even rekenen komen ze op 26 uur in de week uit. ‘Eigenlijk best normaal. Alhoewel we weinig te doen hebben in vergelijking met andere studies’, zeggen tweedejaars cultureel maatschappelijke vorming (CMV) Judith en Léon. ‘Maar dit is dan ook eigenlijk een veredelde mbo-opleiding, je hoeft er niet echt slim voor te zijn. Deze periode hoeven we alleen maar opdrachten te maken.’ Léon vindt een zes halen dan ook voldoende. ‘Je krijgt toch niks extra’s als je een acht haalt’

Even verderop in de kantine zitten eerstejaars maatschappelijk werk en dienstverlening (MWD) Ingrid en Maaike. Ze zijn naar eigen zeggen 25 uur in de week bezig met hun studie, en dat vinden ze best weinig. ‘Maar er zit ook gewoon ook niet meer tijd in, anders ben ik echt vooruit aan het werken’, vertelt Ingrid. Iets meer uren zou wel kunnen, maar Maaike geeft toe lui en weinig gedisciplineerd te zijn. De werklust kan aangewakkerd worden als de zaken op school wat beter geregeld worden. ‘Door slechte onderlinge communicatie en nalatigheid lopen we nu al achter.’ Voor het tweede blok voorzien ze een pittige inhaalslag. ‘Dan gaan we stage lopen, dat is dus nog eens acht uur in de week erbij, plus alle verslagen die we ervoor moeten schrijven.’
Wat vinden ze van het idee om het aantal herkansingen te verlagen om studenten harder te laten werken? ‘Op zich zijn herkansingen prima. Studenten doen veel dingen, die goed op je CV staan, naast hun studie waardoor ze minder tijd over houden om te leren. Maar misschien zou het wel goed zijn om een limiet aan herkansingen te stellen. Drie keer in totaal of zo, in plaats van twee per jaar.’  Lenny is eerstejaars logistiek en economie en zit een aantal gebouwen verderop. Over de toetsen zegt hij: ‘Ik heb woensdag een toets, maar de week daarop een herkansingsmogelijkheid. Dan is het niet echt motiverend om hard te studeren voor de eerste toets.’

Boeiende lesstof prikkelt Martijn Reverda (vierdejaars bouwkunde) meer zijn best te doen. Hij is, sinds hij de minor sportjournalistiek volgt, een stuk ambitieuzer geworden. Een groot verschil met bouwkunde. Daar krijgt hij naar eigen zeggen soms één project per periode. ‘En dan nog wat lastige tentamens tussendoor. Nou, dan neem je wel genoegen met een 5,5, hoor. Sommige vakken volg je omdat het moet. Dat is deze periode wel anders. Nu schrijf ik artikelen en wil dat gewoon goed doen. Er is veel meer interactie, meer discussie.’ Toch kan hij zich niet honderd procent op zijn studie storten. ‘Ik waterpolo op topniveau en dat kost me tegen de twintig uur per week.’ Ongeveer evenveel uur als dat hij les krijgt op de HU. Met zes uur zelfstudie erboven op komt hij op een gemiddelde van 26 uur per week.
Een stuk minder dan Maxime. Ze heeft het gevoel dat ze bijna niks te doen voor haar studie. In het eerste jaar international languages & business heeft ze wekelijks tien contacturen en besteedt ze thuis gemiddeld vijf uur in de week aan haar studie. ‘Met reistijd komt er nog eens drie uur per dag bij. Ik denk soms wel eens: waar gaat dat collegegeld naartoe?’

Voor derdejaars communicatiemanagement Rachel Jekel hoeft het aantal contacturen niet opgeschroefd te worden. ‘Die 25 à 30 uur die ik aan school besteed per week is al veel. En het moeten er echt geen zestig worden!’ Ze gaat voor de krappe voldoende en voelt zich niet gestimuleerd er meer uren in te steken. ‘Er wordt vaak slecht gecommuniceerd. Mensen bedenken projecten en blazen ze na een tijd weer af omdat ze inzien dat het nergens op slaat. Ze gooien ons echt in het diepe.’ Ook het rooster nodigt niet uit tot lof. ‘Momenteel heb ik een kutrooster. Elke dag om half twee beginnen en half zes klaar. Dan hou je toch niks meer van je dag over? Meestal ga ik voor een 5,5 en ben daar tevreden mee. Zo lang ik mijn punten maar haal.’ Wanneer ze harder zou werken? ‘Misschien als school meer feedback geeft. Als ik zie hoe sommige mensen verslagen inleveren, in slecht Nederlands enzo, verschrikkelijk…’

En hoe zit het met de klacht dat studenten simpelweg geen tijd meer hebben om te studeren omdat ze geld moeten verdienen om de schamele beurs aan te vullen? Die vlieger gaat in elk geval niet op voor Ilse van Rooijen (eerstejaars sociaal juridische dienstverlening). Na een mislukt jaar sociaal pedagogische hulpverlening heeft ze twee jaar fulltime gewerkt. ‘Met het geld wat ik destijds heb verdiend, betaal ik nu mijn studie. Ik heb geen bijbaan en kan me honderd procent focussen op school. Dat komt neer op dertig uur per week. Da’s meer dan genoeg, toch?’ Omdat ze net is begonnen weet ze nog niet of ze de studie zwaar vindt. ‘Ik weet wel dat het voorlopig nog even rustig blijft. Over een paar maanden ga ik pas echt blokken.’ Doelend op de toetsen psychologie en inleidend recht die ze aan het eind van dit jaar krijgt.
Chico Taguba (eerstejaars verpleegkunde) besteedt relatief veel tijd aan zijn studie. Hij is ruim dertig uur per week bezig met colleges, werkgroepen, practica en huiswerk. ‘Ik heb vroeger geen vakken gevolgd die direct te maken hadden met natuur en gezondheid waardoor ik achterloop op de rest van de klas.’ Hij werkt hard voor hoge cijfers, maar redt het niet altijd.’ Ik wil wel, maar het is niet altijd mogelijk. Een vak als anatomie bijvoorbeeld, vereist veel inzet en zelfstudie. Steek je er niet genoeg tijd in, dan haal je het niet.’ Een grijns verschijnt op z’n gezicht als hij trots vertelt over zijn drukke leventje. ‘Ik studeer ‘ s avonds tot twaalf uur. En de volgende ochtend sta ik om zeven uur weer naast mijn bed. Ik zou meer aandacht willen schenken aan mijn vriendin of mijn hobby’s, maar ik kom steeds tijd te kort.’
Errol Parinussa en Suus Harms

Deel via...