Achtergrond

Preserve your dream

Ongelijkheid in de wereld bestrijden, jonge mensen of gitaarspelen. Ieder heeft zo z’n eigen inspiratiebron of lichtend voorbeeld. Daarover vertellen twee studenten en een faculteitsdirecteur.

 
Katy Sherriff, net afgestudeerd journalistiek, won in november de Leonardo Da Vinci-prijs voor een bijzondere buitenlandse stage.

‘Your real duty is to preserve your dream’
‘De wereld begrijpen, niet verbeteren. Dat is mijn motivatie. Daarmee ontwikkel ik mezelf en draag ik misschien toch een steentje bij.
Na mijn middelbare school ben ik naar Latijns Amerika gegaan om vrijwilligerswerk te doen. Ik moest terug, moest studeren. Wist eigenlijk niet goed wat en bedacht dat je met journalistiek ook midden in de wereld staat. Correspondent wilde ik worden, documentaires en reportages maken. Ik ben niet erg idealistisch, maar ben geen journalistiek gaan doen om bij de Viva te werken.
Actief ben ik altijd wel geweest. Zo heb ik een schoolkrant opgezet en in de schoolraad gezeten. Mijn interesse is breed. Maar heeft vooral te maken met internationale betrekkingen, de ongelijkheid in de wereld houdt me bezig.
Toen ik journalistiek ging doen  heb ik er veel extra’s bij gedaan. Zo heb ik een half jaar in Valencia gestudeerd, ben ik meegegaan met het project 25xEurope en heb ik stage gelopen bij Rob Zoutberg van het Radio 1 Journaal in Madrid. Dat laatste wilde ik graag. En daar heb ik onlangs ook die prijs mee gewonnen.
Afgelopen zomer studeerde ik af en ben in oktober als vrijwilliger mee geweest met Pax Christi; in Colombia heb ik een maand reportages gemaakt voor de lokale radio, over de toestand van indianen in de gevangenis. Vlak voordat ik vertrok, hoorde ik dat ze bij de NOS freelancers zochten. Daar werk ik nu enkele dagen per week op de buitenlandredactie. Daarnaast werk ik voor  www.raparoundtheworld.com, een website over Nederlandse rappers die op bezoek gaan bij rappers in ontwikkelingslanden. Haha, weer idealistisch dus! Maar ik krijg ervoor betaald hoor, ik moet ook eten.
En gisteren werd ik gebeld  of ik in januari mee wil met 25xEurope, enkele weken naar Roemenië en Bulgarije. Erg leuk, maar toch heb ik besloten nu eens even op de basis te blijven en hier te aarden.
Ik vind veel leuk, ben erg druk altijd. Soms een beetje te druk. Zo ben ik gek op dansen, maar daar heb ik nu echt geen tijd voor. Terwijl ik er wel over fantaseer. Dromen is belangrijk. Van een vriendin heb ik ooit een kaartje gekregen waarop staat ‘Your real duty is to preserve your dream’. En dat is wel mijn lijfspreuk. Het kaartje hangt boven mijn bureau. Dat je je dromen achterna moet, uitdagingen aangaan. Dat houdt wel in dat ik veel hooi op mijn vork neem, soms te veel. Ik ben net een stressbal af en toe.  Ik wil de halve wereld nog zien, alles beleven en ervaren. Zo de wereld en mezelf beter leren kennen. In het buitenland ben je vaak alleen. Je wordt geconfronteerd met jezelf. Dan moet je wel blij zijn met jezelf, want verder heb je niemand.
Het gekke is dat ik tot m’n dertiende nooit een stap buiten Nederland heb gezet. Toen gingen we voor het eerst naar België en een jaar later naar Italië. Die heuvels en bergen. Ik vond het prachtig. Ik leef nu een leven waar mijn ouders alleen van konden dromen. Ze zijn hartstikke trots op me.

Harm Drost, voorzitter faculteitsdirectie Gezondheidszorg, wordt gedreven door studenten, Europa en onderwijs.

‘Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft’
‘Ik ben gereformeerd opgevoed en dat heeft me een bepaalde basis gegeven. Groot verantwoordelijkheidsgevoel, hard werken, je talenten ontwikkelen. Maar het heeft me ook gestimuleerd om juist een breder perspectief op te zoeken, niet in eenzijdigheid te blijven steken.
Mijn inspiratie? Heel ouderwets maar ik kom toch bij mijn vader en vrouw terecht. Mijn vader om z’n optimistische, levenslustige houding. Hij probeerde er altijd iets van te maken. En ook een man die z’n excuses kon aanbieden als ie fout zat. Twintig, dertig jaar geleden al, wat bijzonder is. En m’n vrouw, mede door de nieuwe periode die ontstaat wanneer je samen  kinderen krijgt. Ze zijn nu 16, 19 en 22 jaar oud. En hun komst gaf een hele andere wending aan het leven. Overweldigend. Ze zijn een inspiratiebron voor me. Net als onze studenten.
En die inspiratie, daar draait het om. Ik zie het op de hele HU. Docenten, geïnspireerd en geraakt door het beroep. Mensen die willen bijdragen aan de innovatie van een beroep. Betrokken mensen. Misschien is dat extra zichtbaar op deze faculteit omdat de beroepen waar we voor opleiden, gekenmerkt worden door de maatschappelijke betrokkenheid. Er is een gezamenlijke drive om het best mogelijke resultaat neer te zetten.
De drive haal je uit je inspiratie en ambitie. Mijn ambitie is om nog meer direct samen te werken met instellingen uit de praktijk. Nog meer onderzoek doen. Ook streef ik naar een sterkere positie binnen Europa. Nederland is maar een klein landje, Utrecht maar een klein provinciestadje. Hoe kunnen we de hogeschool op de kaart zetten?
Persoonlijk haal ik ook inspiratie uit Europa. Het geeft je een relativerend perspectief. Ik reis er graag doorheen. Samen moeten we ervoor zorgen dat er we geen afschuwelijke oorlogen krijgen als in Irak. Geweldig treurig die verhalen. Verhalen waarbij je je afvraagt; wie zijn nou de daders en wie de slachtoffers? Het houdt me bezig, en je kan er weinig aan doen. Maar ik zie wel een rol voor Europa daarin. En ook een rol voor het onderwijs. Dat we jong volwassenen  weerbaar maken, ze leren verantwoordelijkheid te nemen en eigen keuzes te maken.
Boeken en films inspireren me ook. Laatst De Tijgerkat gelezen van  G.T. Lampedusa, dat zich afspeelt in Sicilië. Met daarin een prachtige uitspraak; ‘Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft’. Dat inspireert. Het gaat erover dat je alles moet veranderen omdat je anders alles verliest.’

Student Niek Kortooms won met de band Newax de HU-popprijs. Muziek is zijn leven.

De gitaar van tante
‘Op mijn derde kreeg ik de gitaar van m’n tante in handen. Met het aanraken van enkele snaren achter elkaar maakte ik een akkoord, zonder mijn linkerhand verder te gebruiken. Het leek gelijk op een liedje en ik was verkocht. Sindsdien wil ik gitaarspelen. Op mijn zesde ben ik begonnen. Op een Spaanse gitaar.
Ik ben dan wel gek van gitaar. Maar nooit een type geweest dat vechtend de beste wil worden. Vanaf de middelbare school kreeg ik les in elektrische gitaar. Maar het werd een verplichting, al die noten leren en oefenen. Ik wilde gewoon lekker spelen in een band. Met vrienden ben ik toen NeWax begonnen, en inmiddels zijn we al zes jaar bij elkaar.
Bij ons thuis was er altijd veel muziek. Mijn ouders, allebei leraar op een basisschool, zaten in hun jeugd in koren. Mijn moeder luisterde thuis naar Enya terwijl mijn vader Neil Young opzette. Ook draaiden ze graag klassiek, en dan vooral Vivaldi. En toen mijn broers wat ouder werden, stond thuis ook hun muziek op. Zo leerde ik Iron Maiden kennen. Zelf raakte ik op mijn veertiende aan de punk, dat kon de rest van het gezin niet zo waarderen dus dat draaide ik dan maar op mijn kamer! Later ben ik verder gaan kijken en is mijn smaak steeds breder geworden. Rock, wave, pop maar ook klassiek.
Mijn beide broers zijn allebei naar de rockacademie gegaan. Ik heb er ook aan zitten denken. Toch heb ik uiteindelijk voor een andere studie gekozen; bouwkunde. Mijn broers besloten er echt voor te gaan, heel gewaagd want het is toch lastig om verder te komen in die wereld.  Ik beschouw muziek nu als een hobby. Wat niet betekent dat ik soms niet droom van een doorbraak. Ik ga er niet vanuit hoor. Het is zo ontzettend moeilijk. Ook omdat alle bandleden hun studie op de eerste plek hebben staan.
Afgelopen jaar hebben we maar weinig opgetreden omdat twee leden voor hun studie enkele maanden in het buitenland zaten. Als je wil doorbreken, moet je echt alles aan de kant zetten.
In 2005 ging het allemaal voorspoedig. We hebben toen verschillende lokale prijzen gewonnen en bijna dertig keer opgetreden. Het leukste van optreden? Gewoon, muziek maken en lol hebben. De zanger gaat helemaal uit z’n dak, die lijkt wel een ADHD-malloot terwijl ie buiten het podium heel rustig is. Ik ga meer in mijn hoofd uit mijn dak. Ik ben begrensd, moet ook nog gitaar spelen!
Thuis heb ik altijd muziek aanstaan. Ik heb geeneens een televisie. Ik heb 500 cd’s en ontdek steeds weer nieuwe muziek op internet. Het maakt niet uit wat ik doe of hoe ik me voel. Alleen als ik moet nadenken, zet ik muziek op zonder zang.  Een leven zonder muziek kan ik me niet voorstellen. Het lijkt me vreselijk. Zolang ik kan horen wil ik muziek draaien. Favorieten heb ik niet. Er is wel iemand die ik graag zou willen ontmoeten; Cornelis Vreeswijk, van de Nozem en de non. Helaas is ie al twintig jaar dood.’