Achtergrond

Vrij spel

Blij verrast was ze dat Hogeschool Utrecht het thema spel op waarde wist te schattenen er een lectoraat aan wijdt. Orthopedagoog Diny van der Aalsvoort hield 11 februari haar inaugurele rede als lector. Pedagogische professionals hebben niet altijd door waar het bij spel om gaat, zegt ze.

Spel als onderwerp voor een lectoraat. Een buitenstaander zou kunnen denken: ‘Kom, is dat nou zo belangrijk?’

‘Toen ik me aan het voorbereiden was op het lectoraat realiseerde ik me dat de vraag waaromspel belangrijk is, eigenlijk nooit wordt gesteld. Enkel dat het belangrijk is en dat iedereen er dus over moet weten. Vanprofessionals binnen de kinderopvang tot leerkrachten op de basisschool, PABO’sen andere vakopleidingen zoals die voor dramadocent en speltherapeut hier aande faculteit Maatschappij en Recht; ik heb niemand binnen de faculteiten kunnenvinden die me antwoord kan geven op de vraag: welke visie ligt ten grondslagaan jullie manier van werken?’

En waarom is spel dan belangrijk?
‘Omdat kinderen zich spelend ontwikkelen. Alspelend ontdekken ze de wereld en oefenen ze belangrijke dingen: taal, motorieken hun sociaal-emotionele ontwikkeling.’

Dat klinkt vanzelfsprekend…
‘Misschien wel. Maar spelen wordt vaak, zeker door ouders, gekoppeld aan kinderen in de basisschoolleeftijd. Ook daarna is door middel van spel sprake van ontwikkeling. Neem gaming, waarbij je de werkelijkheid virtueel naar je toehaalt. Eigenlijk kun je in de werkelijkheid nooit goed voorbereid zijn op allerlei complexe problemen die zich tegelijkertijd voordoen. Door middel van spelsimulaties kun je dat leren.’

Pedagogische professionals – zoals leerkrachten en leidsters – hebben niet altijd door waar het bij spel om gaat, meent Van der Aalsvoort. Dat blijkt onder meer uit een van de vier onderzoeken die binnen het lectoraat worden uitgevoerd. Onderdeel daarvan is dat professionals videobeelden te zien krijgen van spelende kinderen op een basisschool of een crèche. De filmpjes zijn een middel om hen te laten reageren op de vraag: wat is spel? Van der Aalsvoort: ‘Het frappante is dat bij het commentaar dat ze geven ze direct refereren aan de rol van de volwassenen. Blijkbaar koppelen pedagogische professionals en studenten, want ook zij worden geobserveerd, spel altijd aan hun eigen handelen, concludeert Van der Aalsvoort. ‘Ze worden opgeleid om daar een mening over te hebben.’

‘En bleef het maar bij die opvattingen’, voegt ze toe. ‘Nee, volwassenen gaan ook handelen. Terwijl een van de kenmerken van spel nu juist is, is dat kinderen het uit zichzelf doen. Sterker nog: veel onderzoek toont aan dat spel juist stopt als volwassenen zich ermee gaan bemoeien.’

Hoe?
‘We hebben een filmpje over de plaatsing van een zandbak in de school in plaats van buiten. “Fijn dat de zandbak weer in de school is en kinderen er weer in kunnen spelen”, zegt een leerkracht. "Aan dieopmerking gaat een boel vooraf. Dat er kennelijk een beslissing is genomen dat de zandbak niet meer buiten kon staan. Dat de zandbak niet in de klas kon staan en kinderen dus beurten krijgen om er te spelen. Alle aspecten die je associeert met zand en water spelen… Dat wordt met voeten getreden. Leerlingen bevorderen hun ontwikkeling door met zand en water te spelen. Maar die leerkracht ziet dat niet. Die denkt: “ha, de zandbak is er weer.” Inderdaad,maar wel geïsoleerd in die gang.

Wat me verder opvalt is dat naar mate mensen minder hoog opgeleid zijn, ze stelliger zijn over wat spel is en wat niet en wat goed is en wat fout is. Ze kunnen minder goed begrijpen hoe de ontwikkeling zich voltrekt en kunnen waarschijnlijk ook niet goed bevatten dat spel kan zitten in details.’ ‘Op een van de filmpjes zijn kinderen te zien die op een trampoline aan het springen zijn. Behalve springen, zijn ze aan de rand van de mat druk aan het overleggen over wie het eerst mag en welke regels ze afspreken. Er komen steeds meer kinderen bij. Je denkt: straks springt er eentje boven op een ander. Dat gebeurt allemaal niet. De observator merkt op: “ik vind dit geen spel want er gaat veel te veel tijd verloren aan wie nu wanneer aan de beurt is”. Dát is voor mij nu juist spelen. Dat kinderen onderling de regels verkennen en bepalen: wat is nu mijn status in de groep?

Daarnaast constateer ik een opmerkelijke discrepantie in opvattingen over spel tussen bijvoorbeeld leidinggevenden en leidsters in een kinderdagverblijf. Die eerste groep heeft vaak een romantische opvatting over spelen. Geen kant-en-klaar speelgoed, maar speelgoed dat de fantasie prikkelt. Maar in de hoek van het betreffende kinderdagverblijf staat allerlei voorgefabriceerd plastic speelgoed, omdat de leidsters niet anders willen. Dat is toch gek?’

En daar gaat het lectoraat verandering in brengen?
‘Ik hoop met mijn lectoraat te bevorderen, dat pedagogische professionals (in opleiding) zich bewust raken van de ideale omstandigheden van spel. Ze horen zichzelf rond spel in ieder geval bepaaldevragen te leren stellen om een goede leraar, kinderleidster of pedagoog teworden. Docenten moeten weten waarom ze spel in hun vak hebben opgenomen en weten dat de betekenis van spel gebaseerd is op theoretische noties en feiten op basis van wetenschappelijk onderzoek.’

[Kader]

Lectoraat
Bij het lectoraat Spel ligt het accent op het onderzoeken en vaststellen van optimale omstandigheden voor spel in relatie totde omgeving van het kind, zoals in brede scholen, de kinderopvang en deonderbouw. Daarnaast wordt op basis van theorieën over reflectie op professioneel handelen onderzocht hoe de professional (pedagogisch medewerkers, leerkracht, onderwijsassistent) denkt over spel en haar of zijn rol bij spel. Daarbij zijn ook professionals in opleiding (ITT, SVO, EP en ROC) betrokken. Ook is sprake van een internationale dataverzameling met collega’s van de Universiteit van Vechta in Duitsland, en de Universiteit van Strathclyde in Glasgow, Schotland.

Het lectoraat Spel is gekoppeld aan de faculteit Educatie en aan de faculteit Maatschappij en Recht, beide medefinanciers. De faculteit Educatie draagt zorg voor 50 procent van definanciering van het lectoraat. De overheid draagt zorg voor de andere helft.

[Kader]

CV
Dr. Diny van der Aalsvoort is orthopedagoog!en is behalve aan de Hogeschool Utrecht ook verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen,afdeling Klinische en ontwikkelingspsychologie.