André en Bridget zijn in het nieuws, maar Jelle in Calais is interessanter

HU-student Jelle helpt vluchtelingen in Calais. De vluchtelingen lijken oud nieuws, maar Jelle vraagt onze aandacht voor ze. Leestijd: 1 minuut.

Foto: Jelle Grutterink

Medische hulp verlenen aan 1600 vluchtelingen in ‘de jungle van Calais’. Jelle Grutterink doet dat deze week voor de vierde keer. Hij studeert verpleegkunde aan de HU en vertelde al eerder aan Trajectum hartverscheurende details over de omstandigheden daar. We spreken hem opnieuw om te weten wat er is veranderd, wat aandacht van de media hem opleverde en over de oplossing voor al dit leed.

Je bent nu voor de vierde keer in Calais. Hoe zien je dagen eruit?
‘ ‘s Morgens laden we onze auto’s vol met tassen EHBO-spullen, geschonken vanuit de hele wereld: maagzuurremmers, hoge caloriedrankjes voor mensen die dagen niks gegeten hebben, een spray tegen zwemmerseczeem, paracetamol, morfine, jodium tegen infecties, melk tegen de pepperspray, steriele handschoenen; een hele EHBO-post bij elkaar, in tienvoud, zeg maar. Daarna verspreiden we ons over de kampen van Calais, Duinkerken en Brussel. We werken tot tien uur ‘s avonds, eten, bespreken de dag en gaan slapen.’

Wat is het grootste probleem daar?
‘Vier jaar geleden vernietigden ze het oude vluchtelingenkamp met bulldozers en daarna ontstonden zo’n twaalf versnipperde kampjes. Nu proberen de agenten die mensen daar ook iedere nacht te verjagen. Ze slaan tenten kapot, steken slaapzakken in de fik en meppen erop los. Van de zomer sprak ik een jongetje van veertien dat in elkaar was geslagen. Hij zag bont en blauw, zijn ringvinger was uit de kom en hij kon nergens heen met zijn verhaal. De politie pleegt geweldsmisdrijven waar ze zich niet voor hoeven te verantwoorden.

Daarnaast is de organisatie met al die kampen ingewikkelder geworden. We kunnen geen medische post neerzetten, geen grote keuken. Kinderen lopen ertussen door en missen daardoor vaak net hun bordje eten. Wij moeten met de auto uren rijden voordat we weer een pluk mensen hebben bereikt.’

De politiek wil daar dus geen vluchtelingenkampen. Wat is het dilemma?
‘Er is inderdaad een dilemma. Ik ben niet welbespraakt, maar ik kan een poging doen het probleem te schetsen. Doordat wij hier zorg verlenen, komen er een heleboel vluchtelingen naar ons toe. Natuurlijk zorgen die voor overlast, diefstal in supermarkten bijvoorbeeld. Maar de media lichten die overlast buitenproportioneel uit en de politiek rechtvaardigt er een soort heksenjacht mee tegen de mensen hier. Wij kunnen onze medische zorg opgeven, maar dan vallen er veel meer doden, waaronder minderjarigen. Ik heb kinderen gezien met hersenvliesontsteking, longontsteking en ik stond met een baby in mijn armen die blauw aanliep en geen lucht kreeg. Toen ik 112 belde, weigerden ze een ambulance te laten komen want er waren geen drie extra busjes met beveiliging voor handen. Bang gemaakt door de Franse media, kozen ze eieren voor hun geld. Dan denk ik: jongens, voor een baby die dreigt te sterven, bel je toch een fucking ambulance?’

Hoe hou je jezelf staande?
‘Ik heb wel eens een psycholoog gebeld toen ik die nodig had. Het is hier een shitzooi, gisteren heb ik nog geprobeerd een groep jongens tegen te houden die in een rubber bootje naar Engeland wilden oversteken. Ik weet honderd procent zeker dat ze nu dood zijn. Maar ik loop zelf geen gevaar, in de zorg zeggen we altijd: “Eigen veiligheid eerst.” Als het niet goed voelt, zijn we weg. Soms kom je aanlopen met je koffertje en dan hebben de mensen net klappen gehad van de Franse mobiele eenheid. Dan voel je hun wantrouwen maar zodra ze zien waarvoor we komen, zijn ze weer even hartelijk als altijd. Ik heb me nog nooit onveilig gevoeld, maar het is deprimerend. Sporadisch zie ik een glans in hun ogen, al of niet gevoed door hun geloof, een verliefdheid of hoop. Meestal zie ik neerslachtigheid of een soort onverschilligheid. Maar het maakt mij niet terneergeslagen, ik heb mijn roeping gevonden en wil later alleen nog maar als een soort flying doctor aan de slag of met mijn laarzen aan, in de modder dit soort werk doen.’

Wat zou je het liefste willen?
‘Het meest rooskleurige scenario is dat iedereen hier binnenkort een veilige plaats heeft in een soort veilig vluchtelingendorp. Dat ze niet aan simpele ziekten sterven of doodvriezen, zoals nu. Dat ik de containers met spullen kan dichtgooien en zeg: “Jongens, het is niet meer nodig, jullie hebben alles wat je nodig hebt, ik ga iets anders doen.”
Maar je hoeft geen politicus te zijn om te weten dat dat haast onmogelijk is. Zelfs al geef je nu iedereen wat ie nodig heeft, dan heb je morgen weer honderd nieuwe vluchtelingen. Wat moet je daar dan mee?’

Wat kan dit interview voor je betekenen?
‘Ik wil dat iedereen wéét dat hier nog steeds mensen in nood zijn. Calais is geen sexy nieuws meer en de media hebben het vaak over economische vluchtelingen, die net zo goed thuis hadden kunnen blijven. Maar gisteren heb ik weer mensen geholpen uit veertien verschillende landen. Elk crisisgebied is anders, maar je maakt mij niet wijs dat jij, als moeder van een vierjarig hummeltje, vrijwillig zonder zwemdiploma in een rubber bootje gaat zitten, een zee oversteekt, drieduizend kilometer over land aflegt, alleen maar om je “geluk te beproeven” en dan terecht te komen in dit trieste oord. Ik hoop dat Human Rights Watch hier komt kijken naar welke mensenrechten er worden geschonden. Er lijkt soms wel een pervers sadisme uit te gaan van wat ze met de vluchtelingen doen. Laat iedereen die bij machte is het politiegeweld te stoppen zich daarvoor inzetten, op welke manier dan ook.’

Je stond al eerder in Trajectum. Wat leverde dat op?
‘Ik kreeg verbaasde reacties, omdat veel studenten geen idee hebben dat deze hel zich zo dicht bij ons afspeelt. Er meldden zich vier vrijwilligers om te helpen, maar mijn stagebegeleider was minder enthousiast. Hij leek zijn vingers niet te willen branden aan mijn avontuur, waarschijnlijk omdat de HU bevreesd is om te worden geassocieerd met een politieke kleur. Mijn stage kon bijna niet doorgaan omdat ze dachten dat ik ziek was. Ik werd uitgebreid getest op knokkelkoorts, schurft, difterie en nog veel meer.’

Kunnen anderen wat doen?
‘Al heb je maar twee dagen vrij, stuur een mailtje, boek een airbnb en kom helpen. We kunnen alles gebruiken, zelfs al kom je alleen maar dekens uitdelen of borden afwassen. Als je niet kunt komen, kun je misschien vanuit thuis helpen, en anders zijn we dankbaar voor elke donatie in de vorm van spullen of geld.’

Jelle houdt zijn belevenissen bij in zijn blog.

Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *