Columns

Even in Utrecht

Het fijne van een tijdje in het buitenland zijn is dat je bij
terugkomst de kleine dingetjes opvallen. Afgelopen week was ik voor een
korte vakantie in Utrecht. In die tijd heb ik mij verbaasd over wat
mensen allemaal wel
niet kunnen doen op de fiets: lunchen, bellen, smsen, goede gesprekken
voeren en enome objecten
vervoeren. En dan het liefst nog allemaal tegelijk.

Toeristen hebben het altijd over die fietsers. Maar ik snapte nooit zo
goed waar ze het over hadden. Ja, er zijn en hoop fietsers in Utrecht,
maar in andere landen wordt toch ook wel een beetje gefietst? Dat
klopt, maar niet zoals in Utrecht. Hier zijn de fietsers echt koning
van de weg. Of misschien beter gezegt: dat denken ze.

Mijn week begint goed. Het is prachtig weer. Een blauwe hemel, helder
zonnetje en bijna twintig graden. Iedereen is in goed humeur. Ook ik.
Vrolijk stap ik op de fiets om met een paar oude klasgenoten een
biertje te drinken.

Bijna aangekomen op bestemming, scheert er een blondine langs me heen.
"He, hallo!! Ik fiets hier ook nog." Snel slingert ze zich weer terug
naar de andere kant van het fietspad. Als ze voorbij komt snap ik
waarom ze niet echt controle heeft over haar tweewieler. Achterop zit
haar vriendin, een brunette, druk te kletsen. De blondine is druk aan
het sms’en en reageert op haar passagier. En dan probeert ze ook nog
met een hand haar fiets in bedwang te houden.

Een dag later – het is nog steeds mooi weer – rij ik om een uurtje of
een ’s middags vanuit het centrum naar huis. Bij een rood stoplicht
vallen twee studentikoze meisjes in te strakke witte broeken mij op.
Niet dat dat er toe doet, maar het is zo lekker beeldend.

Ook die twee zijn weer lekker aan het slingeren. Waarom? De twee zitten
een heerlijk broodje Mario op de fiets te eten. Eeuwig zonde. Ga toch
even lekker op een bankje in het zonnetje zitten. Dat eet ook veel
makkelijker, met die enorme bollen.

Weer een paar dagen later wordt ik op de fiets ingehaald door een
enorme oranje lowrider. Op het zadel zit een jongen met een baggy
spijkerbroek en een petje in rastafari kleuren. Vrolijk word ik
goedemorgen gewenst door een sterke wietlucht. Ook dat kan op de fiets.