Columns

Buitenechtelijke kinderen

Toevallig had ik twee buitenlandse moeders in de minor international advertising. Beiden waren door een Nederlandse jongen aan de haak geslagen en hadden al een kind. Hoewel nog jong, behoorden zij tot de meest gemotiveerde studenten en haalden ook de hoogste cijfers. Gelukkig hebben ze opvang thuis, maken gebruik van de crèche en overwegen door te studeren.

Ik vraag me af of wij eigenlijk kinderopvang op onze hogeschool hebben. De leeftijd van onze studenten varieert zo tussen de 18 en 25 jaar. In 1970 kreeg een vrouw op haar 24ste haar eerste kind; in 2006 is dat al 29,4 jaar. Misschien daarom dat we ons er op school niet druk om hoeven maken. Het aantal kinderen per vrouw is ook afgenomen. Begin vorige eeuw is dat nog 4,5 kind met een dieptepunt in 1983 als vrouwen gemiddeld 1,47 kind krijgen. Tegenwoordig is dat gestegen naar 1,8 kind per vrouw, die dan wel weer veel later dat kind baart.

Het aandeel buitenechtelijke kinderen was vroeger heel klein. Tot 1981 bleef het percentage nog tot onder de vijf en schoot daarna omhoog. Eind vorige eeuw was het percentage al 20 en vandaag de dag wordt bijna de helft van alle babies buiten het huwelijk geboren. Misschien aardig om te weten.