Collegevoorzitter Jan Bogerd over de lijstjes: opleidingen zijn aan zet

College komt niet met rigoureuze maatregelen, maar houdt vast aan de ingezette koers van onderwijsinnovatie, herhuisvesting en organisatieontwikkeling.

Foto: Jan Willem Groen

‘Teleurstellend’, zo noemt collegevoorzitter Jan Bogerd de lage scores van de HU in de Keuzegids en Elsevier. Het college komt niet met rigoureuze maatregelen, maar houdt vast aan de ingezette koers van onderwijsinnovatie, herhuisvesting en organisatieontwikkeling. ‘En daarbinnen is het aan opleidingen zelf om de studenttevredenheid te verbeteren.’

De HU belandt dit jaar op de een-na-laatste plaats in de Keuzegids Hbo en is hekkensluiter in Elsevier Weekblad. Een teleurstellende score, lijkt me?
‘Absoluut. Het was niet helemaal onverwacht omdat we de uitslagen van de Nationale Studenten Enquête al een tijdje wisten. Maar wat wij niet hadden, waren de uitslagen van de andere instellingen. Dat komt in de lijstjes van de Keuzegids en Elsevier bij elkaar. De lage plaatsen die er voor de HU uit rollen zijn heel teleurstellend.’

‘De Keuzegids en Elsevier zijn op zich nuttige instrumenten om aankomende studenten te helpen bij hun studiekeuze. Maar ondertussen beginnen deze publicaties ook een ander effect te krijgen: het geeft een negatieve kwalificatie van de instelling. Dat doet tekort aan veel mensen binnen de HU die hard werken en waar mooie dingen gebeuren. Als een instelling onderaan zo’n lijstje staat, dan raakt dat iedereen binnen de hogeschool, ook die opleidingen die het fantastisch doen.’

Je schrijft in jouw blog hierover dat de scores geen recht doen aan de docenten en aan de kwaliteit van ons onderwijs. Wat bedoel je daar precies mee?
‘Een belangrijk factor in die onderzoeken is de tevredenheid van studenten. Die moeten we heel serieus nemen, maar het is niet een-op-een hetzelfde als de kwaliteit van het onderwijs. Die is veel complexer: het gaat er ook om hoe actueel en relevant het is, hoe dicht je op de beroepspraktijk zit en hoe innovatief en vernieuwend de inhoud is.’

Zeg je daarmee: met het onderwijs aan de HU is niks mis?
‘Nou, als dat overal zo was, stonden we bovenaan… Als je naar de enquêtes kijkt zie je dat de verschillen binnen de hogeschool groot zijn.’

Zijn er concrete verbetermaatregelen te verwachten en neemt het college hier het voortouw of zijn de opleidingen zelf aan zet?
‘Het college heeft gekeken naar wat er structureel kon verbeteren aan de organisatie. We kijken met bewondering naar Avans die al lange tijd hoog scoort en hebben heel intensieve gespreken gevoerd met het college van bestuur van Avans om te leren van hun situatie. Dat heeft onder andere geleid tot ingrepen in onze organisatie. We kozen voor een model dat vergelijkbaar is met hoe Avans werkt: kleine organisatie-eenheden en veel zeggenschap bij medewerkersteams.’

Waarom werkt dat bij de HU dan niet?
‘Wij hebben dit in februari 2017 ingevoerd (toen de faculteiten werden afgeschaft; red.) en rond die tijd vond de Nationale Studenten Enquête plaats. De effecten konden er nog niet zijn of waren in ieder geval niet meetbaar.’

‘Afgelopen voorjaar zijn de uitkomsten van de enquête binnen de opleidingen besproken. In de rondes die het college maakt met de opleidingscommissies informeren wij of er met hen wordt overlegd over wat er beter kan. Bij alle opleidingen is dit een onderwerp van gesprek en er wordt voortdurend gekeken naar welke verbeteringen mogelijk zijn.’

In het verleden scoorden de economische opleidingen slecht, waarna er werd besloten om in studiejaar 2012-2013 een numerus fixus in te stellen. Door de studentenstop ontstond er ruimte om het onderwijs te verbeteren. Denkt het college nu aan dergelijke maatregelen?
‘Nee. Een aantal jaren geleden is een strategie ingezet met als pijlers organisatieontwikkeling, onderwijsinnovatie en herhuisvesting. Aan die koers houden we vast. En daarbinnen is het aan opleidingen zelf om in overleg met studenten en docenten de studenttevredenheid te verbeteren.’

De opleiding Journalistiek staat nu te boek als een van de slechtste opleidingen in het hbo. Een student slaakt een hartenkreet: ‘Hogeschool Utrecht, verbeter de opleiding Journalistiek, het is 5 voor 12’. Wat gaat er gebeuren?
‘Dat moet je in de eerste plaats vragen aan studenten, docenten en medewerkers van de opleiding Journalistiek zelf. Ik weet dat er hard gewerkt wordt aan onderwijsvernieuwing en er worden voorbereiding getroffen voor de verhuizing naar het nieuwe pand, waar de omstandigheden beter zullen zijn. De kern bij journalistiek is dat het beroep enorm snel en fundamenteel aan het veranderen is. Dat vraagt om een opleiding die daar optimaal op aansluit en die onderwijsvernieuwing is nu aan de gang. Dat is ingrijpend voor zowel de studenten als de docenten. Dat heeft tijd nodig.’

De herhuisvesting wordt regelmatig genoemd als een belangrijke oorzaak van de slechte scores. Is dat ook zo?
‘Herhuisvesting is een van de factoren, maar zeker niet de enige. Ook de andere strategische keuzes met betrekking tot de organisatie en onderwijsinnovatie spelen een rol. Die brengen veranderingen met zich mee waardoor routines opnieuw moeten worden gevonden en de omstandigheden niet optimaal zijn. Dat hebben we ook wel aan zien komen toen we deze veranderingen hebben ingezet.’

Ondanks de lagere plaats in de lijstjes blijven de studenten niet weg en melden ze zich in toenemende mate aan voor een studie aan de HU.
‘Dat heeft misschien wel andere redenen. Als studenten zich verdiepen in het onderwijs van de HU en de effecten ervan, dan zien ze ook dat afgestudeerden makkelijker dan gemiddeld een baan vinden en een hoger startsalaris hebben. Dat kan een overweging zijn om hier te gaan studeren. En het zal ook en rol spelen dat Utrecht een aantrekkelijke stad is om te studeren. Het zijn uiteindelijk individuele afwegingen.’

Reageer!
Deel via...
 

2 reacties

Het is niet meer mogelijk om te reageren

  1. Essentieel is dat de onderwijsteams nu ook daadwerkelijk de ruimte krijgen en pakken om tot goed onderwijs te komen. Dat alle professionals in het onderwijsteam betrokken worden bij gezamenlijke visieontwikkeling in samenspraak met het werkveld, het onderzoek en studenten. Dat de richting van de verandering én het tempo daarvan in een goede teamdialoog worden bepaald. Dus geen overhaaste innovatie met extrinsieke motivatie (‘het moet van de baas’) maar goed getemporiseerde innovatie met intrinsieke motivatie. Dan heb ik er alle vertrouwen in dat onze hogeschool op alle lijstjes gaat stijgen.

  2. Het is helder dat de effecten van de ontvlechting, organisatiewijzigingen, onderwijsinnovatie etc. op het moment van de enquête nog niet zichtbaar waren. Voor 2017-2018 zal dat beter zichtbaar worden. Spannend.
    Een pijnpunt blijft voor mij de tegenstrijdigheid die zit in de herkenbare plek die de instituten zouden moeten krijgen terwijl alle ontwikkelingen juist hebben geleid tot minder herkenbare en autonome instituten. We hebben weliswaar kleine organisatie-eenheden, maar die zijn wel veel meer in een Hu-mal geperst dan voorheen. Ik hoop dat onderwijsteams toch de ruimte zien en pakken.