Achtergrond

Docenten Oefentherapie Cesar: ‘Als acties niet leiden tot meer studenten, dan houdt het een keer op’

Kinderoefentherapeut Cesar aan het werk / foto Kees Rutten

Bij de opleiding Oefentherapie Cesar liep het aantal nieuwe studenten in de laatste jaren terug, van 220 naar 60 per jaar. Dat maakte het besluit om op termijn te stoppen met de opleiding aan de HU geen verrassing, zeggen docenten. Maar samengaan met de verwante Oefentherapie Mensendieck vinden zij geen optie. ‘Het is de vraag of je daarmee meer studenten trekt.’

‘Ik zit veertig jaar in de praktijk en doe veertig jaar mijn best om te verwoorden waarom Oefentherapie Cesar zo’n fantastisch vak is. Dus het voelt heel gek dat er straks geen opleiding meer is’, zegt docente en kinderoefentherapeut Detti Steeman.

Trajectum sprak met vier docenten Oefentherapie Cesar via MS Teams. Sommigen volgden zelf de opleiding aan de HU, de enige in het land. Allemaal hebben een masterdiploma op zak en drie van de vier werken naast het docentschap in de praktijk, al dan niet in een eigen onderneming.

‘De sfeer in het team en onder studenten is goed’

Een vierde volgde de collega-opleiding Oefentherapie Mensendieck aan de Hogeschool van Amsterdam en gaf daar ook les. De stemmig onder het docententeam is ondanks de onzekere toekomst niet down. ‘De sfeer in het team en onder studenten is goed’, meent Else Scheffer

Uiteraard vinden ze het jammer dat studenten de opleiding links laten liggen. Het is teleurstellend dat zij ‘dit mooie vak’ niet meer willen uitoefenen. Maar sinds 2015 meldden zich jaarlijks nog maar zo’n zestig eerstejaars zich aan, blijkt uit cijfers van de HU. In 2010 waren dat er nog 220. En met zo’n relatief klein aantal is het ondoenlijk een zelfstandige opleiding in de lucht te houden, realiseren ze zich.

Ja, er is voldoende aan gedaan om de opleiding te promoten. Door het docententeam zelf. Maar ook de afdeling Marketing en Communicatie van de HU en de landelijke beroepsvereniging Vereniging van Oefentherapeuten (VvOCM) hebben zich flink ingespannen met promotieacties om de belangstelling op te krikken. Tevergeefs, moest iedereen concluderen. ‘Als de acties die je onderneemt niet leiden tot meer studenten dan houdt het een keer op’, zegt Nienke Smorenburg.

Opleiding met een flinke historie

En daarmee lijkt het einde in zicht van een opleiding met een flinke historie. Die gaat terug tot rond 1900. In die tijd ontwikkelde de Amerikaanse arts (met Nederlandse voorouders) Bess Mensendieck de methode die Mensendieck is gaat heten. In een notendop houdt de methode in dat de mens zich bewust moet zijn van zijn of haar manier van bewegen. Zo kunnen ook klachten tegengegaan worden. In 1925 startte een opleiding Mensendieck in Amsterdam.

Een van de studenten van de eerste lichting was Maria Dorothea Cesar-Pollak. Zij werkte daarna als docent bij de opleiding Mensendieck. Vanwege verschillen van inzicht startte zij in 1937 een eigen opleiding: bewegingsleer Cesar. In vroegere tijden lag de nadruk meer op de verschillen. Mensendieck was bijvoorbeeld voorstander van bewustwording door de patiënten zelf te laten ervaren welke oefeningen goeddoen. Terwijl Cesar meer werkte met het voordoen en nadoen van bewegingen, staat op Gezondheidsplein.nl.

Het duurde nog tot 1972 tot de beroepen Oefentherapie Cesar en Mensendieck formeel erkenning kregen. In 1997 sluiten de opleidingen zich aan bij respectievelijk de Hogeschool Utrecht en de Hogeschool van Amsterdam. Inmiddels zijn de vakken Oefentherapie Cesar en Mensendieck gaandeweg naar elkaar toegegroeid, zeggen de docenten. Centraal blijft staan dat mensen zich bewust zijn van de manier van bewegen.

Steeds meer raakvlakken met Fysiotherapie

Dat betekent ook: het hele lichaam betrekken bij bijvoorbeeld het herstel van rugpijn, niet alleen aandacht voor de specifieke klacht. Daarbij moet het aanleren van betere beweging duurzaam zijn en dus beklijven. Het docententeam van Oefentherapie Cesar heeft daar een slogan voor bedacht: ‘Leren duurzaam bewegen’.
Steeman: ‘Daarbij staat leren centraal. Want als je mensen de regie wil geven over het herstellen van de klacht, dan moeten ze snappen wat ze aan het doen zijn.’

Cesar en Mensendieck hebben inmiddels een gezamenlijke beroepsvereniging en beroepsprofiel. Ook zijn er steeds meer raakvlakken met bijvoorbeeld Fysiotherapie. ‘De opleiding Oefentherapie Cesar en Fysiotherapie kennen niet voor niets sinds een paar jaar een gezamenlijke propedeuse’, meent Jelle Kloth, die ook lesgeeft bij Fysiotherapie.

En ook bij wetenschappelijk onderzoek doen meerdere groepen uit de sector mee. Steeman: ‘Als je gezamenlijk onderzoek doet naar de beste behandeling voor de patiënt dan zullen de beroepsgroepen dichter bij elkaar komen. We willen ons als afzonderlijke vakgebieden blijven profileren, maar als je de patiënt voorop stelt dan is het logisch dat er een ontwikkeling in die richting gaande is.’

Praktijken Cesar in het land blijven bestaan

Samengaan met Mensendieck of opgaan in Fysiotherapie vinden ze geen optie. Daarvoor zijn er te veel beren op de weg. Zij staan apart geregistreerd bij de Dienst Uitvoering Onderwijs en dat is niet makkelijk te veranderen. En Oefentherapie Cesar en Mensendieck zijn officieel ook twee verschillende beroepen, met een aparte registratie in het BIG-register voor de gezondheidszorg. ‘En het is de vraag of je daarmee meer studenten trekt’, zegt Scheffer.

Daarbij komt dat de praktijken Oefentherapie Cesar gewoon blijven bestaan en doorgaan, weet Kloth. ‘We moeten naar de toekomst kijken en nadenken over de manier waarop wij het beroep kunnen consolideren in het veranderende zorglandschap. Windesheim onderzoekt of ze een opleiding kan starten en kiest wellicht voor een andere positionering waardoor het floreert.’

Oudgediende Steeman: ‘Wij blijven dit werk doen in de praktijk. Voor mij trouwens niet zo lang meer vanwege mijn leeftijd. De rest zal nog heel lang oefentherapeut zijn en blijven.’

Lees ook: De twist om surveillanten (en andere flexwerkers aan de HU)