De eerste lichting van de militaire minor aan de HU heeft de opleiding afgerond. Studenten leerden over cyberaanvallen en desinformatie, maar kregen ook een vuurwapen in handen en brachten negen weken door op een militaire locatie. ‘Je komt als burger binnen en gaat als militair weg.’
Dat de militaire minor studenten daadwerkelijk leerde omgaan met vuurwapens, leverde landelijk wel wat discussie op. Toen de minor eind 2025 werd aangekondigd, waarschuwde rechtsgeleerde Michiel Bot in Trouw: ‘Oorlog en geweld moeten een uitzondering blijven. Met dit soort minoren normaliseren we ze tot zaken die bij onze samenleving horen.’
De HU benadrukte juist dat de minor niet alleen draaide om soldaat worden. Studenten zouden leren hoe ze moesten handelen in crisissituaties, zoals een grote stroomuitval of overstroming. Nu de eerste lichting de studiepunten hebben en reservist is geworden, kunnen de studenten zelf vertellen hoe het er in de praktijk aan toeging.
Lucas lost zijn eerste schot
Het is zes uur ’s ochtends als Lucas Bergman wakker schrikt. Er wordt hard op de deur gebonkt. Snel aankleden en klaarstaan. De collegezaal van de HU heeft hij verruild voor een militaire locatie van Defensie. Binnen een minuut moet hij in sporttenue voor de deur staan.
Een paar dagen eerder heeft hij voor het eerst een vuurwapen in handen gekregen. In het begin schoten de studenten met losse flodders. Later volgde het echte werk. ‘Heel… uniek’, noemt Lucas zijn eerste schot.

Afgelopen februari ging aan de Hogeschool Utrecht de eerste lichting van de militaire minor Weerbaar tegen hybride dreigingen van start. De opleiding is opgezet in samenwerking met het Ministerie van Defensie en bestaat uit twee delen.
In het eerste deel blijven de ongeveer dertig studenten op de HU. Daar leren ze over verschillende vormen van hybride dreiging, zoals cyberaanvallen, desinformatie en andere manieren waarop Nederland kan worden ontwricht.
Daarna gaat de klas de poort van Defensie door. De studenten volgen daar de Nationale Weerbaarheidstraining (NWT), met als onderdeel een negen weken durende Initiële Militaire Opleiding. Wie die opleiding succesvol afrondt, kan vervolgens aan de slag als reservist bij Defensie.
De HU is niet de enige hogeschool die zich op dit terrein begeeft. De Vereniging Hogescholen lobbyt al langer voor een grotere bijdrage van het hbo aan de Nederlandse ‘veiligheidsagenda’. Ook de Hogeschool van Amsterdam, Hanze, Fontys en de HAN bieden inmiddels een vergelijkbare militaire minor aan, waarbij de NWT onderdeel is van het programma.
‘Dit is mijn kans’
Negentien was Lucas toen hij aan de minor begon, maar het kriebelde al veel eerder. Hij wilde eigenlijk zijn hele leven al het leger in. Maar met een grote oogafwijking leek die droom onhaalbaar. Daarom koos hij voor Management van de Leefomgeving aan Hogeschool Van Hall Larenstein in Arnhem. Daar hield hij zich vooral bezig met bomen, planten, dieren en de inrichting van de openbare ruimte. Tot hij de militaire minor van de HU tegenkwam. Dit is mijn kans, dacht hij meteen.
Hij belde de HU om te vragen of zijn ogen een probleem vormden. Hij was zenuwachtig, maar kreeg een geruststellend antwoord: nee. Begin februari begon hij aan de eerste lichting van de Militaire Minor: Weerbaar tegen hybride dreigingen.
Zijn ouders vonden het ‘wel mooi’. Lucas had er zin in. Want hij volgt de geopolitiek op de voet en wilde een steentje bijdragen. De kritiek op de minor vond hij ‘onzinnig’. ‘We moeten wakker worden en beseffen dat de dreiging heel dichtbij is. En het is belangrijk om te onthouden dat Defensie er is om te verdedigen en niet om aan te vallen.’
Toch begon zijn minor niet met tijgeren door het heidegras. De eerste helft speelde zich voornamelijk af in een lokaal op de HU. Daar leerden de studenten over verschillende vormen van hybride dreiging. Een paar keer ging de klas op excursie. Zo bezochten ze onder meer het militaire luchtvaartmuseum in Soesterberg en kregen ze een kijkje bij een noodhospitaal. Interessant, vond Lucas. Maar hij zat natuurlijk niet voor niets in een militaire minor. In het tweede deel van de opleiding veranderde dat.
Van burger naar militair
De studenten verlieten de HU en trokken naar het Marineterrein in Amsterdam, De eerste twee weken waren een internaatperiode. Volgens Lucas was dat het moment waarop je ‘van burger naar militair gaat’.
De dagen begonnen vroeg en waren strak georganiseerd. Veiligheidsinformatie werd er volgens Lucas ‘ingedrild’. Op de derde dag kreeg hij een vuurwapen in handen.
De studenten leerden het wapen (een Colt C7) kennen en oefenden met schieten op schietschijven op 100, 200 en 300 meter afstand. Later mochten ze daadwerkelijk met scherp schieten. ‘We kregen in het begin blanks’, vertelt hij.

Playmobil-wapen
Sam Wijckmans (22), student HR-management aan Avans, herinnert zich vooral het eerste moment dat hij het wapen vasthield.‘ Dat was eng. Je beseft: met één schot eindig je iemands leven.’ De studenten haalden het wapen volledig uit elkaar en zetten het weer in elkaar. ‘Dan lijkt het haast op een Playmobil-wapen. Daarna was het niet meer eng, en werd ik me heel bewust van wat ik in handen had.’
‘Dat vinden we niet leuk’, was de eerste reactie van Sams ouders toen hij vertelde over zijn minor. ‘Je gaat toch niet je lichaam geven voor een baan?’ Maar Sam was ‘een beetje klaar met achter de laptop zitten’. Het leger vond hij altijd al ‘heel vet’. Alleen het idee om uitgezonden te worden trok hem minder. ‘De opleiding leek me leuk, de frontline niet zo.’
Een vriend tipte hem over de minor aan de HU. Voor het eerste deel reisde Sam één keer per week van Eindhoven naar Utrecht. De rest van de tijd bestond vooral uit zelfstudie: podcasts luisteren en artikelen lezen over. Zo ontdekte hij de podcast Schaduwoorlog van journalist Huib Modderkolk. ‘Superinteressant.’ Ook het bezoek aan het noodhospitaal maakte indruk. ‘Als de pleuris echt uitbreekt, is de realiteit van een crisis heel anders.’
Heropvoedingskamp
Maar het tweede deel van de minor was waar het voor Sam echt militair begon te voelen. Hij noemde de twee weken internaatperiode gekscherend een ‘heropvoedingskamp’. De fysieke uitdaging vond hij uiteindelijk niet het moeilijkste. De hiërarchie wel. ‘De sergeant en instructeur waren de boeman in het begin. Maar gaandeweg werd dat gevoel minder en kreeg ik een band met ze.’
Een voorbeeld: alle studenten zaten met hun bord klaar, maar mochten pas beginnen wanneer de luitenant at. Zodra hij zijn bestek neerlegde, moesten de studenten dat ook doen. ‘We schrokken altijd op als de luitenant met een knarsend geluid zijn stoel naar achter schoof om op te staan,’ kijkt Sam terug. Ook eten laten liggen was geen optie. ‘En dat wil je ook niet, want je hebt de energie nodig. Je moest dus niet te veel of te weinig opscheppen.’
De militaire discipline was voor Sam even wennen. De fysieke omstandigheden waren soms ook pittig. Zo zat hij eens urenlang in een zitkuil, in de regen en met weinig slaap. ‘Toen vroeg ik mezelf af: waarom heb ik mij hiervoor aangemeld?’
Toch kijkt hij vooral enthousiast terug. ‘Het kameraadschap was heel mooi. Je ondergaat het met z’n allen. Iedereen heeft zijn breekpunt dus werd wel eens gehuild. Dat schept een band.’ Met zijn kamergenoten gaat Sam binnenkort zelfs op vakantie.

Muffe schink
Ook Lucas kijkt met plezier terug op de militaire weken. Vooral de bivak op de Veluwe kon hij waarderen.Al had hij daar wel wat op aan te merken. ‘De groene camouflage (schmink mogen ze het niet noemen) zit overal en die meurt.’
Na afloop van de minor zijn de studenten gedoopt tot reservist. Daarmee hoeven ze Defensie niet meteen achter zich te laten. Tijdens de minor werd volop geworven voor verschillende functies. Studenten konden bijvoorbeeld kiezen voor de grensbewaking, landmacht of marine. Sam koos voor beveiliging, Lucas voor de marine.
De kritiek op de militaire minor heeft Sam niet van gedachten doen veranderen. ‘Het is niet zo heftig zoals de media het soms maken. Het is natuurlijk vrijwillig en met een maatschappelijk doel.’ Dat de opleiding geweld zou normaliseren, vindt hij dan ook niet. ‘Dat is niet het doel.’
‘Je moet wel je stinkende best doen’
Met een brede lach kijkt Jan Steenbrink terug op de eerste lichting. Als docent bij het Instituut voor Veiligheid geeft hij leiding aan de militaire minor. Een plek waar je niet zomaar binnenkomt, benadrukt hij. ‘Je moet wel je stinkende best doen.’
Wie dat niet doet, of simpelweg pech heeft, valt af. Voordat de eerste les begon, moesten de studenten fysieke en psychologische tests doorstaan om goedkeuring van Defensie te krijgen. Ook de AIVD en MIVD, de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, moesten hun groene vinkje geven. Zo’n twintig procent van de aangemelde studenten haalde de tests niet.
‘Blijkt dat je heimwee hebt, dan is het helaas klaar. Heb je een pinda-allergie, daar kunnen ze ook geen rekening mee houden.’Zo meldde zich een topsporter aan die bij zeer hoge inspanning een astmapuf nodig had. ‘Die viel direct af, hoe fit die ook was. Terwijl een student die een pakje per dag rookt en de fitheidstest haalt wel werd aangenomen.’
Die strenge selectie zorgde volgens Steenbrink vanaf dag één voor een bijzondere dynamiek in de klas. ‘Voordat je je minor start, heb je al iets overwonnen. Dus iedereen was extra gemotiveerd.’

Weinig naar school
Voordat het veldwerk begon, kwamen de studenten dus één keer per week naar de HU. De rest van de tijd was voor zelfstudie. Of je daarmee aan een studiebelasting van veertig uur per week komt? ‘Min of meer’, zegt Steenbrink. ‘Net als bij elke andere studie heb je studenten die sneller leren dan anderen.’
Ook de verschillende achtergronden van de studenten spelen een rol. ‘Studenten die al Veiligheidskunde studeren, pakken de materie misschien sneller op dan studenten die van daarbuiten komen.’
Geen keuzemenu
Voor de minor begon, vertelde Steenbrink aan Trajectum dat studenten hun eigen expertise konden inzetten binnen Defensie. Een ICT-student zou bijvoorbeeld bij een ‘anti-hackerbrigade’ kunnen meedraaien, terwijl een journalistiekstudent zich zou kunnen richten op het bestrijden van desinformatie.
Zo’n keuzeprogramma is het uiteindelijk niet geworden. Iedere student, ongeacht de vooropleiding, doorloopt hetzelfde traject. Steenbrink bedoelde vooral de mogelijkheden die studenten later als reservist hebben. ‘De NWT is een militaire basistraining. Ook als je kok wordt bij Defensie, moet je de basis hebben gehaald.’
Hoewel het om de eerste lichting ging, ziet Steenbrink geen kinderziektes. Wel wil hij aan de voorkant voortaan duidelijker zijn wat studenten te wachten staat. ‘We willen beter informeren over wat er van je verwacht wordt, zodat hopelijk minder studenten de tests niet halen.’
‘Het waren mijn studenten niet meer’
Tijdens de NWT kregen de studenten te maken met het militaire regime, met alle fysieke en mentale uitdagingen die daarbij horen. De studenten vallen dan nog steeds onder de verantwoordelijkheid van de HU. Maar hoe hield Steenbrink in die periode een vinger aan de pols? ‘Niet.’
Hij belde weleens in het weekend om te vragen hoe het ging. En dat vindt hij niet vreemd. ‘Als een student stage loopt, ben je er ook niet elke dag meer. Het waren mijn studenten niet meer toen ze bij Defensie begonnen.’
Dat betekende niet dat de studenten aan hun lot werden overgelaten. Defensie heeft volgens Steenbrink verschillende ‘failsafes’ ingebouwd. Zo loopt er tijdens de militaire periode een psycholoog rond die studenten konden raadplegen.
Ook de psychologische test aan het begin van de minor heeft daarin een functie. ‘Die testen waren er ook om te zien of deze studenten het wel aankunnen.’ Uiteindelijk viel tijdens de Defensie-periode maar enkele studenten uit. Allemaal vanwege blessures.
Van één klas naar drie of vier
In februari begint de tweede lichting en Steenbrink wil dan graag flink uitbreiden. ‘We kijken of we plek hebben voor negentig studenten.’ Dat zou betekenen dat de minor groeit van één naar drie of vier klassen.
Op 7 oktober vindt de eerste voorlichtingsavond voor de nieuwe lichting plaats. Ondertussen is deze maand een andere militaire minor aan de HU begonnen: Sterk door Logistiek. Die richt zich op de logistieke kant van Defensie: hoe krijg je onder extreme omstandigheden munitie, brandstof en voedsel op het juiste moment op de juiste plek? Ook bij deze minor vindt het eerste deel plaats aan de HU. Daarna volgt de militaire basistraining van Defensie.


