Hoe mijn bed van de eerste verdieping naar beneden viel

Na de verhuizing dacht Noah dat het gedaan was. ‘Naïef. Te midden van die chaos moet je ook nog mentaal zien te landen op die nieuwe plek.’

Foto: Kees Rutten

Het is chaos in mijn hoofd. Als ik om me heen kijk, zie ik overal dozen. De verhuismanie is een feit.

Het begon eigenlijk al niet soepel. Het inpakken van je spullen is toch hetzelfde als inladen? Nee, natuurlijk niet, maar daar kwam ik pas achter toen ik op de grote dag precies één volle doos klaar had staan.

Dan het rijden, dwars door Utrecht. De VW-hippiebus van mijn ouders heeft kuren en valt uit als je remt voor een stoplicht of rotonde. Zaak om niet te remmen dus. Maar in de smalle straatjes van binnenstad Utrecht is dat onmogelijk. Meerdere keren worden we toegelachen door voetgangers en fietsers wanneer ik de bus opnieuw moet starten.

In mijn nieuwe huis woon ik op de tweede verdieping. Om daar te komen moet je twee uiterst claustrofobische wenteltrappen op. De planken van mijn immense steigerhouten bed kunnen die bocht nooit maken. Vandaar dat ik een katrol mag lenen van mijn nieuwe huisgenoot Juul, om de boel omhoog te takelen. We wonen immers in een pakhuis uit 1830. Vroeger deden ze het ook zo, met touwen en katrollen. Zo moeilijk kan het toch niet zijn?

Vol frisse moed om het oorspronkelijke doel van het huis na te leven, sta ik even later hoog boven de straat om de gigantische planken aan te gaan pakken. Beneden worden ze in het takelnet gelegd en dan is het tijd om te hijsen. Mijn pa trekt vrolijk aan het touw. Ik zie de massieve planken van mijn bed het halen tot de eerste verdieping. Nog íets hoger, kom op, denk ik bij mezelf. ‘Makkie!’ roept pap, al heeft ook hij dit nog nooit gedaan. Maar dan kantelen de vier massieve planken naar rechts en kiepert het geheel uit het takelnet. In slow-motion storten ze naar beneden en missen op een haar na de voorruit van de bus.

Die avond plof ik gesloopt in mijn loodzware bed. Aan één kant mist nu een hoek door de val. Een soort verhuislitteken.

Het is gedaan, dacht ik toen naïef. Maar nu ik twee weken later nog steeds dagelijks alles kwijt ben, weet ik dat ik er nog lang niet ben. Te midden van die chaos moet je ook nog mentaal zien te landen op die nieuwe plek. Je thuis voelen. Wie weet wanneer dat komt.

Lees ook: ‘Welke kinderen zijn van jou?’ wilde ze weten

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een antwoord Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *