Hbo-medewerkers met een tijdelijk contract kunnen maar beter een andere baan zoeken. Het aantal ‘tijdelijke’ docenten is in drie jaar tijd gehalveerd. Ook het ondersteunend personeel van hogescholen moet eraan geloven.
De krimp slaat toe in het hbo. Het totale aantal studenten is de afgelopen drie jaar met 8 procent afgenomen. Er is dus minder personeel nodig. En dat brengt de nodige zorgen met zich mee.
Aan de HU wisselt de onrust per opleiding, maar het laat niemand onberoerd. Medewerkers willen wel iets vertellen, maar alleen anoniem. ‘We hebben het er elke week wel over, tijdens de lunch en bij de koffie-automaat’, vertelt iemand van Social Work. ‘We praten over onze gevoelens, onze blik op de toekomst en over wie er al op zoek is naar een andere baan. Alle tijdelijke contracten zijn al weg, dus ik ben nogal bang voor mijn eigen functie. Hoeveel er nog weg moeten? Dat ga ik niet zeggen.’
Wie mag er blijven en wie niet?
‘Per vak moesten we meedenken over hoe we de bezuinigingen konden opvangen’, zegt een docent van het Institute for People & Business. ‘Gelukkig hoeven er bij ons niet veel mensen weg.’
‘Omdat we veel van onze financiering zelf binnenhalen via onderzoeken en subsidieaanvragen zijn we minder vatbaar voor die bezuinigingen’, vertelt een medewerker van een kenniscentrum. ‘Neemt niet weg dat het ook bij ons zorgt voor de nodige onrust.’
Een docent Bedrijfskunde is de gesprekken over wie er mag blijven inmiddels wel moe: ‘Ik heb een vast contract dus ze kunnen me niet wegsturen. Het is eerder andersom: zij mogen zich afvragen of ík wel blijf.’
Een docent Commerciële Economie kan al een aantal maanden rustig slapen: ‘Dat komt doordat bij de vorige bezuinigingen het plan van onze directeur is goedgekeurd, waardoor er nu niets meer hoeft te veranderen. We zitten voorlopig nog net aan de goede kant.’ Wel vreest hij iets anders: ‘Dat de het wegsturen van dat tijdelijke personeel aan de HU leidt tot minder contacturen met studenten. Dat zou echt een probleem zijn, want we hebben al zo weinig contacturen.’
Dalende trend bij hogescholen
Landelijk is het aantal docenten is sinds 2022 met vijf procent gedaald, blijkt uit nieuwe cijfers van de Vereniging Hogescholen. Bij het ondersteunend personeel (zoals portiers, managers en beleidsmedewerkers) is dat drie procent. Vooral degenen met een tijdelijk contract zijn getroffen. In die groep is het onderwijzend personeel in drie jaar tijd gehalveerd en het ondersteunend personeel met 41 procent afgenomen.
Ze zijn niet allemaal ontslagen. Een deel van hen heeft een vast contract gekregen. Inmiddels heeft nog maar één op de tien docenten een tijdelijke aanstelling. Dat was een paar jaar geleden twee op de tien.

© HOP. Bron: Vereniging Hogescholen.
Deze ontwikkeling heeft deels te maken met de coronatijd, waarin de overheid extra geld voor het onderwijs vrijmaakte om de schade te herstellen. Met dat tijdelijke geld namen onderwijsinstellingen in 2021 en 2022 veelal tijdelijk personeel in dienst.
Verschillen
Tussen hogescholen zijn er wel verschillen. Van de grote hbo-instellingen (meer dan tienduizend studenten) heeft de Hogeschool Leiden de meeste tijdelijke contracten: 16 procent. Dat is ook de enige grote hogeschool die het aantal studenten juist ziet toenemen.
Hogeschool Utrecht zit rond de 7 procent.
De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen bevindt zich aan de andere kant van het spectrum en heeft steeds minder tijdelijke contracten: nog maar 5 procent bij de docenten en 4 procent bij het ondersteunend personeel.

© HOP. Bron: Vereniging Hogescholen.
HOP, Bas Belleman


