Nieuws

Hogescholen kijken bij elkaar in de klas

Hogescholen gaan elkaar meer controleren. Nieuwe afspraken tussen de minister en de HBO-raad moeten de kwaliteit van diploma’s boven elke twijfel verheffen. 

Er was de laatste jaren nogal wat te doen over hbo-diploma’s. Gerommel en gesjoemel bij enkele opleidingen leidde tot twijfel aan het hbo-niveau. Studenten en werkgevers moeten kunnen vertrouwen op de waarde van het diploma, vonden parlement en samenleving. 

De PVV wilde graag dat de ‘kernvakken’ van hbo-opleidingen centraal zouden worden getoetst, maar dat ging de meeste andere partijen te ver. Ook minister Bussemaker vindt centrale toetsing te complex en te bureaucratisch. Bovendien wil ze de verantwoordelijkheid “leggen waar ze thuishoort”, namelijk bij hogescholen en docenten. De minister en de HBO-raad volgen daarmee de aanbevelingen van de commissie-Bruijn.

“Laat die toetsen niet in een duur leasepand aan een Utrechtse gracht bedenken”, zei Jan Anthonie Bruijn vorig jaar in een interview. “Laat docenten er zelf mee aan de slag gaan. Bottom up in plaats van top down. Laat bijvoorbeeld docenten fysiotherapie van de Hogeschool Leiden samen examenvragen bedenken met hun collega’s van de Haagse Hogeschool.” 

Bussemaker heeft met de HBO-raad afgesproken dat hogescholen er binnen vier jaar voor zorgen dat docenten van andere instellingen meekijken en meedenken bij toetsen en examens. Om dat te bereiken werken groepjes hogescholen samen in pilots en starten er op landelijk niveau samenwerkingsverbanden. 

Daarnaast gaan hogescholen nog voor de zomer vastleggen hoe ze belangrijke werkstukken beoordelen. Tegen die tijd moet er ook een cursus klaarliggen om docenten bij te scholen op het gebied van examinering. Tot 2016 stelt de minister acht miljoen euro beschikbaar om de plannen van de grond te krijgen. Dat bedrag had ze al eerder toegezegd.