Hogeschoolraad keurt begroting 2015 af

Een toelichting en enkele toezeggingen van collegelid Anton Franken konden de raad niet overtuigen.

Een overgrote meerderheid van de Hogeschoolraad (HSR) stemde woensdag 14 januari tegen de begroting 2015 van de HU. Een toelichting en enkele toezeggingen van collegelid Anton Franken konden de raad niet overtuigen.

Eerder formuleerde de HSR een aantal punten van kritiek waaraan het college van bestuur tegemoet zou moeten komen. Die richt zich vooral op de bezuinigingen bij HU Diensten, de huisvestingsplannen en onderwijsinnovatie. Er lagen negatieve adviezen op tafel van de HSR-commissie Financiën, de Personeelsraad en de raad van de faculteit Economie en Management. 

Collegelid Franken betoogde dat de financiële risico’s van de huisvestingsplannen, met onder meer een nieuw gebouw en renovatie van panden in De Uithof, ‘redelijk goed’ in de gaten worden gehouden. Zij staan twee keer per jaar op de agenda tijdens overleg met de raad van toezicht en ook de accountant houdt een vinger aan de pols. Lang wilde hij bij dit onderwerp niet stilstaan: huisvesting is een apart dossier en zit niet in zijn portefeuille. ‘Dat kunnen we hier niet uitgebreid behandelen.’

Miljoeneninjectie
Voor onderwijsinnovatie is in de begroting een miljoeneninjectie gepland, maar de HSR voelde zich onvoldoende betrokken hierbij. Daarop beloofde Franken binnenkort enkele beleidsplannen te sturen. Het gaat om kwaliteitsbeleid, de ontwerpcriteria waaraan de opleidingen moeten voldoen en plannen met honoursonderwijs. Ook zegde Franken toe met cijfers te komen waaruit blijkt hoeveel geld er naar het onderwijs gaat. Verder verzekerde hij dat het bedrag voor deskundigheidsbevordering per personeelslid niet omlaag gaat.

Het grootste pijnpunt van de raad bleek de bezuinigings- en harmonisatieoperatie bij HU Diensten. Die leidt tot onrust bij het ondersteunend personeel. ‘Het cruciale probleem is dat medewerkers totaal geen zicht hebben welke kant het op gaat en dat komt door het ontbreken van een Harmonisatieplan’, zei HSR-voorzitter Cees Braas.

Masterplan
Franken hierover: ‘Een masterplan dat gedetailleerd is ingevuld, gaat er niet komen.’ Hij betoogde dat er plannen bestaan voor de afzonderlijke diensten en diverse projectplannen om de dienstverlening te verbeteren. Die worden eerst met leidinggevenden en de Personeelsraad besproken. Voor de zomer zullen de directeuren van HU Diensten het personeel hierover inlichten.

De raad stelde ook de vraag of de bezuinigingen van twintig procent op HU Diensten nog steeds mogelijk zijn via natuurlijk verloop (niet verlengen van tijdelijke contracten, nieuwe baan buiten de hogeschool, met pensioen). Franken antwoordde dat de reductie van het OBP in 2014 ‘op koers’ ligt. Van de ongeveer honderd fte’s (fulltime banen) die per jaar vrijkomen, wordt ongeveer de helft niet opnieuw opgevuld. Daarnaast wordt er bespaard op personeel-niet-in-loondienst en materiële lasten.

Onder druk
Franken is het niet eens met opmerkingen uit de raad over signalen dat sommige personeelsleden onder druk zouden zijn gezet om de zogeheten vaststellingsovereenkomst (VSO) te accepteren. Hierbij wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden onder relatief gunstige voorwaarden. ‘Een VSO onderteken je alleen als je het er beiden mee eens bent’, stelde hij. Ook wordt het systeem van beoordeling volgens Franken niet ingezet om mensen buiten de deur te werken. Van een reorganisatie is volgens hem geen sprake: ‘Het kan zijn dat de organisatie verandert, maar dat gaat stap voor stap en niet met een mokerslag.’

De Hogeschoolraad verwierp de begroting uiteindelijk met 16 stemmen tegen en één onthouding. Gebruikelijk in deze situatie is dat het college en de raad opnieuw in gesprek gaan en er een bijgestelde begroting komt. Bereiken de partijen opnieuw geen overeenstemming, dan kan het college de zaak voorleggen bij de landelijke geschillencommissie. Die neemt dan een bindend besluit.     

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...
 

7 reacties

Het is niet meer mogelijk om te reageren

  1. Het is gezien zijn reactie meer dan overduidelijk dat dhr Franken geen idee heeft wat er echt in ‘zijn’ organisatie speelt. Eigenlijk best wel triest…

  2. Het college moet zich meer layen zien op de werkvloer en daar met de medewerkers in overleg of discussie gaan op basis van gelijkheid

  3. Het CvB staat mijlenver verwijderd van de dagelijkse werkelijkheid op de werkvloer. Het zou hen sieren om eens uit de ivoren toren neer te dalen om de sfeer te proeven en echt naar de medewerkers te luisteren. Dan zouden ze merken dat er enorm hard gewerkt wordt, dat mensen houden van hun werk en er echt wat van willen maken. Helaas slaat de onzekerheid meer en meer toe. Dit heeft niet allen invloed op hoe mensen zich voelen, maar ook op hoe zijn hun werk uitvoeren, de motivatie en uiteindelijk de prestaties. Hoger ziekteverzuim is het gevolg. En uiteindelijk zal de hele HU als organisatie slechter scoren. Is dat dan wat men wil?

  4. Het beloningssysteem wordt wel apart ingezet doodat zeer nadrukkelijk wordt gekeken hoeveel onvoldoendes elke afdeling/faculteit ”scoort”. Sommige leidinggevenden zijn er trots op, anderen worstelen daar mee. Feit is dat op Centraal nauwgezet wordt bijgehouden (”benchmark”) of een afdelings wel voldoende onvoldoends scoort. Voldoende onvoldoendes … om de bezuinigingsdoelstelling te halen.
    Overigens bevatten vaststellingsovereenkomsten een geheimhoudingsplicht, dus die vrijwilligheid is wat lastig te controleren. De HSR zou eens na moeten vragen hoeveel SVO’s er in 2014 zijn opgemaakt en hoeveel geld daar mee is gemoeid.

  5. Aandoenlijk om te zien dat de heer Franken klaarblijkelijk wordt geïnspireerd door Hans Cristian Andersen.

    We staan het met z’n allen schijnbaar toe dat 100K+ verdienende directieleden (gemiddelde leeftijd: 60+ en CDA signatuur) hiermee wegkomen.

    Signalen genoeg dat het gewoon zo niet meer gaat. Mensen worden gedwongen svo’s te tekenen. En wat gebeurt er? Gewoon ontkennen, niets-aan-de-hand houding. Wel eens van een WOBje gehoord?

  6. Hoewel er minder eisen worden gesteld aan bestuurders dan aan studenten en docenten ga ik er van uit dat het CvB wijs genoeg is om te beseffen dat besturen van een onderwijsinstituut voornamelijk betekent dat je de mensen binnen die instelling niet moet negeren.
    Ik denk niet dat je het CvB kunt verwijten dat het van de Nederlandse kiezers zo veel geld uit belastinginkomsten mag verdienen. Wel vind ik dat het CvB zich moet kunnen verantwoorden voor bepaalde keuzes op de juiste criteria. Wat mij betreft zijn de belangrijkste doelen leveren van goed onderwijs voor studenten en goed werkgeverschap voor werknemers. Dat betekent misschien dat je ook moet uitleggen hoe je in onderzoeken naar het behalen van die doelen onderaan staat, en in lijstjes naar beloningen van bestuurders in de onderwijssector toch hoog staat. En waarom de schaalgrootte van je publiek betaalde instelling niet lineair evenredig is met de gemeten kwaliteit van je instelling. Ook moet je uitleggen waarom je een gemiddelde manager-docent ratio zo ontzettend veel groter laat zijn dan een gemiddelde docent-studentratio en wat dat toevoegt aan onderwijskwaliteit. Waarom je vervolgens extra geld bedoeld voor onderwijs toch investeert in nog meer managers. Waarom vage nieuwe certificaten de oplossing zijn voor een manke visie op onderwijskwaliteit. Waarom je in een topdown model blijft werken terwijl dat evident geen echte zoden aan de dijk zet. Waarom er zoveel partijen zijn die bij de HU werken, maar elkaar tegenwerken ipv samenwerken, die verder en verder van elkaar afstaan in lange lijnen van centraal-decentraal. Waarom veel beleid niet voldoet aan de evidentie die je mag verwachten bij een hogeschool die zegt onderzoek hoog in het vaandel te hebben staan. Deze school zou nog zoveel beter kunnen als de juiste beslisingen worden genomen. Op de werkvloer in de lokalen gaat het best aardig, docenten en obp-ers doen wat ze kunnen binnen alle belemmeringen van bovenaf. Maar het valt steeds minder mee om steeds meer te moeten doen, met minder ondersteuning, met topdown beleid dat vaak niet bottomup gedragen wordt, weinig evident besef van wat echt werkt in het onderwijs en faciliteiten waar elke notie van innovatie ontbreekt.