Achtergrond

HU-kantine Vitam heeft reden voor een feestje

De oranje vlaggetjes wapperen gezellig aan het plafond. De broodjes gezond ogen smakelijk en de yoghurt staat vers in de koeling. ‘De soep is pittig hoor vrouwtje, wil je hem eerst proeven?’ Monique bedient ons, zoals ze dat al 25 jaar gewend is. Zij kan opgelucht ademhalen, net als haar manager Hüseyin Biricik.

‘De eerste lockdown gingen we een half jaar dicht, maar sinds september zijn we niet meer gesloten geweest. Afgelopen maanden kregen we veertig bezoekers per dag, maar sinds vorige week zijn dat er tachtig.’ Hüseyin Biricik praat met een voortdurende glimlach over zijn clubje. Hij is sinds 2008 bedrijfsmanager van de HU-kantine op Padualaan 97.

‘Die slingers hangen er vanwege het EK. Maar we zijn ook blij dat we een nieuw contract hebben getekend voor twee jaar. Het leek er even op dat we 30 juni onze koffers zouden moeten pakken.’ Dat onheil bleef hen bespaard.

Vitam heeft corona overleefd, maar niet dankzij die veertig bezoekers per dag. ‘Een bezoeker geeft natuurlijk niet iedere keer een tientje uit, dus tel uit je winst. Gelukkig hadden we de NOW-regeling die ons personeel doorbetaalde.’

Naast de NOW had Biricik nog wat andere trucs nodig om te overleven. Vier van de zes personeelsleden moesten vertrekken. Zij werkten er gemiddeld al zo’n tien jaar, dus dat was verdrietig voor iedereen. Ook werden de saté en de pasta bolognese even on hold gezet. Verse boter was niet meer haalbaar, de kuipjes raakten voortdurend over de datum.

Monique

Wie wisten de kantine al die tijd nog wél te vinden? Biricik glimlacht. ‘Vooral medewerkers die zin hadden in een kroket of een soepje. Daarin onderscheiden we ons van Broodje Ben, de frietkot en de ‘kebabkerel’. Nu nog steeds. En natuurlijk komen er wat mensen voor de koffie van de Sign Language Coffee Bar. En van studenten kregen we vooral aanloop als ze hier in het gebouw net een digitale toets hadden gehad.’

De tafels zijn nagenoeg leeg, op een paar ondeugende eters na. Officieel moet iedereen die geen les heeft, meteen weg. Achter de piano zit een student gebarentaal, hij speelt een popliedje van Bebe & Cece Winans en het lukt hem aardig. Buiten grazen de schapen met hun lammetjes.

De zon breekt door, Biricik kijkt de ruimte in en zucht. ‘We verlangen naar drukte. Voor september verwacht ik zo’n 250 man per dag. De kantine zal naar beneden verhuizen, op de plek waar de receptie nu zit.’
Wanneer is onbekend, maar hij heeft er zin in. Thuis heeft hij drie kinderen, waarvan er binnenkort twee  aan de HU gaan studeren.

Er staat inmiddels een rijtje van vijf soepliefhebbers bij Monique. Geroutineerd schept ze op, iedereen een paar croutons en verse kruiden erbij. ‘We hebben alles nog hè? Broodje zalm, brie, oude kaas. Als het er niet tussen ligt moet je er even naar vragen. We maken het zó voor je, geen punt bij ons.’

Ook interessant: Marijke zit er zo nu en dan ook een beetje doorheen