Interview

Laaggecijferde hbo’ers en rekenangst: de nieuwe Wiskunde-lector Kees Hoogland wil ermee afrekenen

De aanstelling van lector Kees Hoogland per 1 september betekent ook de start van het nieuwe lectoraat Wiskundig en Analytisch Vermogen van Professionals. Dat richt zich op de vraag hoe werkenden beter kunnen omgaan met cijfers, statistiek en dergelijke. Boosdoener is vaak de manier van rekenonderwijs op school, stelt hij. Dat veroorzaakt niet zelden ‘rekenangst’. Terwijl dat niet nodig is.  

Veel mensen maken gevoelsmatig een onderscheid tussen rekenen en wiskunde. Rekenen staat dan gelijk met het maken van sommen en wiskunde is werken met formules. Dat is ons zo aangeleerd op school, bezweert de kersverse lector Kees Hoogland. ‘Heel bijzonder dat er in Nederland twee woorden voor zijn’, vindt hij.  ‘Want in de rest van de wereld bestaat er ėėn woord voor: mathematics.’

Hoogland heeft zijn hele leven al grote affiniteit met rekenen en wiskunde. Met zichtbaar plezier praat hij over zijn vak. Hij haalde vaak tienen voor rekenen en wiskunde, ging wiskunde studeren aan de universiteit – en promoveerde. Tijdens zijn studie ontstond de interesse voor wiskunde in combinatie met onderwijs. Hoogland: ‘Ik raakte gefascineerd in hoe mensen omgaan met getallen, patronen en structuren in het dagelijkse leven. En dan vooral met mensen die daar moeite mee hebben. Het is een passie geworden om daaraan te werken.’

Auteur van tientallen wiskundeboeken

Hij doceerde op middelbare scholen, aan lerarenopleidingen en de universiteit. Hij is de auteur van tientallen wiskundeboeken, was curriculumontwikkelaar, adviseur en houdt sinds jaar en dag de website Gecijferdheid.nl bij. Begin 2018 trad hij in dienst bij de HU als docent/onderzoeker bij het lectoraat Didactiek van Wiskunde en Rekenen.

Dat hield zich vooral bezig met het reken- en wiskundeonderwijs op basisscholen en middelbare scholen. Met de vorming van het lectoraat Wiskunde en Analytisch Vermogen van Professionals is het onderzoeksgebied verbreed naar de vraag hoe alle werkenden gebruik maken van rekenen, wiskunde, statistiek en dergelijke. Met Kees Hoogland als lector.

Waarom zouden we allemaal goed moeten kunnen rekenen?
‘Niet iedereen is zich ervan bewust maar mensen nemen per dag honderden beslissingen op basis van getallen. Als je ’s ochtends wakker wordt en op je wekker kijkt dan is er een systeem dat vertelt hoe laat het is. Daarna ga je naar beneden om koffie te zetten en is het handig om een afgemeten hoeveelheid koffie in vergelijking met de hoeveelheid water voor gebruikt. Vervolgens stap je in de auto en denk je: hé, ik moet op de terugweg tanken.

‘Het pikante van deze getallen is dat er meer laaggecijferden zijn dan laaggeletterden’

‘Dat zijn voorbeelden van gecijferdheid, het inzetten van kennis en vaardigheden om om te gaan met de kwantitatieve kant van de wereld. Dat is iets anders dan rekenen. Dan neem je twee getallen die je bewerkt en daar komt een antwoord uit. Dat is het typisch schools rekenen. Maar het meeste rekenwerk bestaat uit gecijferdheid, het interpreteren van getallen. Zoals schattingen maken of globaal rekenen.

Als je zes dingen koopt van 1,92 euro dan ga je niet het exacte bedrag op een papiertje uitrekenen, maar schat je dat het ongeveer 12 euro is. Als je bij Bol.com boeken koop, dan stel je selectiefilters in om ervoor te zorgen dat je een beperkt aantal koopt. Dat is allemaal wiskundig denken en handelen.’

Op jouw website Gecijferdheid.nl staat dat 1.5 miljoen mensen in Nederland laaggecijferd zijn, tegenover 1.3 miljoen laaggeletterd. Zo’n 1 miljoen kampt met allebei (cijfers uit 2012). Wat zeggen die cijfers?
Lacht. ‘Toevallig ben ik nauw betrokken bij de totstandkoming van die cijfers. Zij komen uit een internationaal onderzoek waarin onder andere het niveau gemeten wordt van de gecijferdheid en geletterdheid van mensen tussen de 15 en 65 jaar. Dat geeft een beeld van hoe de beroepsbevolking ervoor staat en die is vergelijkbaar tussen de landen. Mensen die hierop laag scoren ervaren in het dagelijks leven regelmatig problemen met het omgaan met getallen en cijfers. In 2022 komt er een nieuw onderzoek zodat we ook de ontwikkeling in landen kunnen zien.

Het pikante van deze getallen is dat er meer laaggecijferden zijn dan laaggeletterden. De meeste aandacht in bijvoorbeeld de media gaat naar laaggeletterden. Ook 99,999 procent van de overheidssubsidie gaat naar taal, zoals programma’s om lezen te bevorderen. Ik vind dus dat de overheid meer geld aan het tegengaan van laaggecijferden moet steken. Ik probeer mensen bewust te maken dat juist bij de toenemende mate van digitalisering en technologisering het belangrijk is om goed om te kunnen gaan met allerlei vormen van rekenen en statistiek.’

Slecht om kunnen gaan met cijfers komt relatief veel voor bij schoonmakers en agrariërs en in de bouw en industrie. Vallen daar conclusies uit te trekken?
‘In de laagbetaalde banen komt dit vaker voor. Terwijl een zekere mate van gecijferdheid in bepaalde functies wel van belang is: voor de rekeningen in de horeca en het mengen van middelen in de schoonmaakbranche bijvoorbeeld. 

Er is dus een relatie tussen opleidingsniveau en de mate waarin je met cijfers kunt omgaan. Maar die is niet één op één. Het is niet dat laagopgeleiden per definitie laaggecijferd zijn – dat komt ook voor bij mensen met een hbo- of universitaire diploma. Hoogopgeleiden die slecht in getallen zijn, willen er ook wel eens mee koketteren: alfawetenschappers die laatdunkend doen over exacte wetenschappen bijvoorbeeld.’

Je hebt het in sommige artikelen over ‘rekenangst’: mensen klappen dicht als het om cijfers gaat. Dat wordt er al vroeg in het onderwijs ontwikkeld.
‘Rekenangst is geen leerlingkenmerk – het is niet erfelijk en komt niet van nature voor. Het is een onderwijskenmerk: het wordt door het onderwijs aangeleerd. Het rekenonderwijs in Nederland en daarbuiten is van oudsher gericht op het uitwerken van sommen. Kinderen worden daarmee geconfronteerd met oordelen: goed/fout. Kinderen die het rekenen makkelijk afgaan, krijgen een positieve stimulans. Maar degenen die onder het gemiddelde scoren krijgen voortdurend te horen: fout, fout, fout. Dat is geen goed leerklimaat; daarmee schrijf je leerlingen af.’

Wat moet er anders in het huidige rekenonderwijs?
‘Scholen zouden het rekenen moeten verbinden met de werkelijkheid van alledag. Overal zijn stapels, patronen. Het aantal stappen naar huis, de tijd dat je op de fiets zit, kranten staan vol met getallen. Het lichaam zit vol met getallen. Het gevoel van aantallen is wel aangeboren. Zelfs dieren hebben een basisinstinct als het om aantallen gaat.’

‘Nederland zakt met rekenen- en wiskundeonderwijs af van de wereldtop naar de middenmoot’

Jij stelde in een artikel dat het niet zo dramatisch gesteld is met het rekenniveau in Nederland. Kun je dat uitleggen?
‘Aan de ene kant roep ik dat het allemaal beter kan. De conclusie kan zijn dat het er allemaal slecht voor staat. In de media staan allemaal dramatische verhalen dat niemand meer kan rekenen… Maar als je het niveau van Nederland vergelijkt dan zaten wij in de jaren tachtig en negentig in de wereldtop van het reken- en wiskundeonderwijs. Inmiddels zakken we af naar de middenmoot. Maar dat is nog niet dramatisch te noemen.’

In 20 jaar van de top naar de middenmoot is…
‘…niet zo goed, nee. Dat is jammer. Maar ja, is het glas halfvol of halfleeg? En we kunnen het tij nog keren.’

Ik begrijp dat je binnen de HU een netwerk wil vormen van docenten die zich bezig houden met allerlei vormen van rekenen en wiskunde.
‘Het afgelopen half jaar hebben we ook binnen de HU gekeken hoe dit lectoraat een rol kan spelen. Binnen de hogeschool blijken verspreid over de instituten rond de tweehonderd cursussen te bestaan waar iets met rekenen, wiskunde of statistiek in voorkomt. Vaak zijn het eenlingen van docenten die zich hiermee bezighouden. Binnenkort starten we twee gesprekstafels: een over statistiek en een rond instroomniveau. Daar bespreken we of we kunnen moderniseren of verbeteren. Daar komen positieve reacties op en er is veel animo voor.’

Lees ook: Youssra gaat nog wel door met haar opleiding

Ook interessant: Deze oud-student wil Spanje aan de zonne-energie krijgen, en dat gaat met vallen en opstaan