Nieuws

Leenstelsel? CPB rekent anders dan HBO-raad

Mocht de basisbeurs verdwijnen, dan zullen sommige aspirant-studenten terugschrikken voor de hoge studieschuld. Maar hoeveel? Het Centraal Planbureau en de HBO-raad verschillen van inzicht.

Begin dit jaar noemde voorzitter Thom de Graaf van de HBO-raad een paar kille cijfers. Als de regering werkelijk de basisbeurs afschaft, zullen sommige jongeren helemaal niet meer durven beginnen aan het hoger onderwijs uit angst voor torenhoge studieschulden.
 
Het hele hbo zou dan vijftienduizend studenten minder tellen, zei hij met een verwijzing naar het Centraal Planbureau. Maar het CPB rekent anders en komt veel lager uit.
 
Over één technische aanname zijn ze het eens. Op grond van Amerikaans onderzoek menen ze dat elke duizend euro extra studieschuld 0,6 procent minder eerstejaars zal opleveren. Dat effect treedt pas op na de eerste duizend euro verhoging.
 
Daarna splitsen de wegen. Het CPB maakt geen onderscheid tussen studenten die nog bij hun ouders wonen (ruim duizend euro basisbeurs per jaar) en studenten die op kamers wonen (3.200 euro basisbeurs per jaar). 'Misschien blijven ze in de toekomst langer bij hun ouders of kiezen ze voor een opleiding dichter bij huis', speculeert CPB-onderzoeker Roel van Elk, die aan de berekening heeft meegewerkt. 'Maar dat heeft geen invloed op de beslissing om wel of niet te gaan studeren.'
 
Dus meent het CPB dat een studie door een leenstelsel eigenlijk maar vierduizend euro duurder wordt, waarvan bovendien maar drieduizend euro effect heeft. Daarom voorziet het CPB een vermindering van het aantal eerstejaars studenten van drie keer 0,6 procent van de totale instroom: ruim 2600 voor hogescholen en universiteiten bij elkaar.
 
Maar de HBO-raad denkt er anders over. Studenten die hun basisbeurs voor uitwonenden verliezen, gaan er volgens de hogescholen bijna dertienduizend euro op achteruit: vier jaar lang 3.200 euro. Vervolgens geven de hogescholen een eigen draai aan de CPB-berekening. Het totale aantal uitwonende studenten zou volgens hen afnemen met zeven procent (twaalf keer 0,6).
 
Bovendien hebben hbo-studenten over het algemeen minder rijke ouders, dus komt pakweg driekwart van de afhakers voor rekening van het hbo, vermoeden de hogescholen. Zo vreest de raad voor vijftienduizend studenten minder in het hbo, verspreid over alle vier de studiejaren. Oftewel zo’n vierduizend eerstejaars minder.
 
Het verschil in een notendop: de HBO-raad denkt dat sommige studenten liever afzien van een studie dan dat ze bij hun ouders blijven wonen, terwijl volgens het CPB het uitwonendendeel van de basisbeurs straffeloos geschrapt kan worden, zonder het minste gevolg voor de deelname aan het hoger onderwijs.