‘Mond open!’ Waarom een mondzorgcoach voor peuters echt nodig is…

Omdat er nog teveel kinderen hun tanden moeten laten trekken, met alle ellende van dien, verzon onderzoeker Peggy van Spreuwel er wat op.

Kleuter met wiebeltand. Foto: Kees Rutten

Veel kinderen hebben al gaatjes voordat ze naar de tandarts gaan. Soms hebben ouders geen idee dat ze daarin een rol spelen en consultatiebureau’s hebben weinig tijd voor de mond. Omdat er nog teveel kinderen hun tanden moeten laten trekken, met alle ellende van dien, verzon Peggy van Spreuwel er wat op. Ze vertelt over het hoe en waarom.

Peggy van Spreuwel

Van Spreuwel is mondhygiënist en gezondheidswetenschapper en sinds 2013 werkzaam als hogeschooldocent aan de opleiding Mondzorgkunde aan de Hogeschool Utrecht. Ze vertelt: ‘Het huidige advies van veel tandartsen is dat kinderen vanaf twee jaar naar de tandarts moeten. Te laat, want de eerste melktand breekt door rond de leeftijd van een half jaar. In de tussentijd krijgen ze verkeerde gewoonten aangeleerd. Limonade de hele dag door, de koektrommel non-stop beschikbaar of snoepjes na elke activiteit. Ook tandenpoetsen is op deze leeftijd vaak een strijd en veel ouders vinden het zielig om dan toch door te zetten. De meeste gaatjes zien we bij kinderen van ouders met een lagere sociale klasse of kinderen van ouders met een niet-Westerse achtergrond.’

‘Vroeger zei de tandarts: “Neem je kind bij de volgende controle maar mee.” Maar veel ouders gaan zelf niet meer, uit financiële nood. Ze weten niet dat de tandarts voor hun kind gratis is of zijn bang dat ze een eigen risico moeten betalen. Die groep ‘tandartsmijders’ is het grootste in de laagste inkomensklasse. Die kinderen zijn dus te laat bereikbaar voor preventie.’

‘Terwijl: cariës is relatief eenvoudig te voorkomen. Dat kan door dagelijks de tanden te poetsen met fluoridetandpasta en het beperken van het aantal eet- en drinkmomenten. Twee uur wachten tussen de eet- of drinkmomenten, maximaal vijf momenten per dag. Zo krijgt de mond voldoende tijd om te herstellen van de zuuraanvallen die suikers veroorzaken.’

‘Tandplak wordt pas schadelijk na 72 uur, maar het lukt je nooit om het in één keer allemaal weg te poetsen. De oude tandplak moet weg. Het moment waarop je dat doet, is ondergeschikt. Als het zo uitkomt, kan het ook vlak voor het eten.’

‘”Poetsen is een drama,” zeggen ouders vaak. Ze gooien vervolgens de handdoek in de ring. Of kinderen willen de reguliere maaltijden niet eten en krijgen ter compensatie tussendoortjes. Zelfs al zit daar geen suiker in: koolhydraten zijn ook suikers. Daarna hebben ze weer geen honger en zo blijft die vicieuze cirkel in stand.’

Water is voor honden

‘”Water lust ie echt niet”, horen we ook vaak. En de marketingteksten over limonade zonder suiker zijn misleidend. De hele dag door slokjes blijft slecht voor je tanden.  Ik woon in Tilburg, naast mijn huis staat een basisschool waar ze een jaar geleden wilden invoeren dat de kinderen alleen water mochten drinken. De ouders kwamen in verzet, SBS6 en RTL kwamen filmen. “Water is voor honden”, zeiden ze. Op Facebook zag ik al die kinderen met blikjes frisdrank op de foto’s staan.’

‘Het bewustzijn dat ouders zelf gaatjes kunnen voorkomen, ontbreekt soms volledig.  “Z’n vader had ook een slecht gebit,” hoor ik dan. Of ze denken dat hun kind een slecht gebit heeft doordat het een keer een antibioticakuur heeft gehad.’

Mondzorgcoach

‘Nou kan een beginnend gaatje nog genezen of stabiliseren met goed poetsen, eventueel extra fluoride en het beperken van de eet- en drinkmomenten. Maar als het gaatje zo diep is dat het pijn en ontstekingen veroorzaakt, moet je bij een tweejarig kind zijn kiesje gaan trekken, terwijl je hem niks kunt uitleggen. Dat is een nare eerste ervaring bij de tandarts.’

‘Heel jonge kinderen kunnen slecht aangeven waar de pijn zit. Dan slapen ze wel slechter en eten ze minder. Tegenwoordig vinden veel behandelingen onder narcose plaats  maar daar is vaak een wachtlijst voor. Bruine tandjes zijn ook slecht voor de sociale ontwikkeling en als de voortanden eruit zijn, ontstaan er spraakproblemen. Ouders voelen zich vaak schuldig, het kind mist vaker school dus al met al vormt het een belasting voor het gezin.’

‘Vaak weten ze wel hoe het moet. Maar vergelijk het met sporten. Ik heb ook elke keer een smoesje. Het regent, ik ben moe, ik heb een lange dag gehad. Voor ouders is het verleidelijk om hun kind met een snoepje en limonade voor de tv te zetten. Het heeft weinig effect om met het vingertje te wijzen. Ouders komen vaak zelf met de beste oplossingen, maar het gesprek erover is noodzakelijk.’

‘Als mijn nichtjes op bezoek komen, geef ik ze een longdrinkglas met water. Ik doe er een rietje bij, wat munt en een schijfje komkommer op de rand. Dat vinden ze prachtig. Zulke eenvoudige tips kun je aan ouders geven. Drinken ze toch ranja? Kijk of je het steeds verder kunt verdunnen of doe er wat fruit in.’

Waarom er een coach bij moet, naast de consultatiearts

‘Doordat we een groep kinderen niet op tijd bereiken met preventie moeten we wat anders bedenken. Het consultatiebureau ziet 98 procent van de kinderen vanaf de geboorte tot vier jaar met grote regelmaat.’

‘Jeugdartsen en verpleegkundigen hebben dan twintig minuten de tijd. Daarin moeten ze het kind wegen, testen, opmeten en vragen beantwoorden over opvoeding, slapen en zindelijkheid. Verder dan wat basistips komen ze niet. Ze hebben nauwelijks tijd om in de mond te kijken. Bovendien: daar waar de problemen met de mond het grootste zijn, zijn de overige problemen ook groter.  Dat red je niet binnen één consult.’

‘In totaal hebben we vierhonderd kinderen in ons onderzoek. Hiervan komen er tweehonderd bij een mondzorgcoach en tweehonderd niet, ingedeeld op basis van loting. Er doen negen consultatiebureaus mee, waaraan een mondzorgcoach is gedetacheerd vanuit een mondzorgpraktijk of docenten van de opleiding Mondzorgkunde in Amsterdam of Utrecht.’

‘Onze coaches geven de ouders tips , ofwel “doe-het-zelfjes,” die ze kunnen uitproberen.  Deze methode, Gewoon Gaaf,  is effectief gebleken. Het belangrijkste daarbij is motiverende gespreksvoering. Hierbij achterhalen we op basis van het gesprek in welke fase van gedragsverandering de ouder zit. Daar stemmen we onze adviezen op af. De eerste fase is dat de ouder weet dat hij de gaatjes kan voorkomen.’

‘De mondcoaches rapporteren in patiëntenkaarten wat er besproken is, de fase van gedragsverandering en de ‘doehetzelfjes’ met antidramatips voor het tandenpoetsen. En ze staan de ouder bij in elke fase.’

‘Aan het begin van het onderzoek gingen de mondzorgcoaches op de drukste dagen in de wachtkamer zitten. Dan vroegen ze aan ouders hoe het ging met de tandjes van hun kinderen en of ze wilden meedoen aan een onderzoek. Vervolgens werden de vrijwilligers ingedeeld in twee groepen: een met coach en de controlegroep zonder begeleiding. Hoewel we aan de laatste groep zeiden dat ze gratis naar de tandarts konden en altijd naar ons toe konden met vragen, merkten we toch dat ze zich afvroegen: What’s in it for me? Vervolgens haakten vaak de lager opgeleide deelnemers af. Juist die groep die we er zo graag bij wilden hebben.’

‘Daarnaast haakten deelnemers af omdat ze een informatiebrief kregen van tien pagina’s. Heel lang, maar wel verplicht door de medisch-ethische toetsingscommissie omdat je met een kwetsbare doelgroep van jonge kinderen werkt. We probeerden om die tekst zo simpel mogelijk te maken, maar ook daarop knapten vooral deelnemers uit de lagere sociale klasse af. We hebben nog steeds een aardige groep laag opgeleiden, maar minder groot dan dat we eigenlijk bedoeld hadden.’

Blik op de toekomst – het gaat nu snel

‘Na het onderzoek zijn we overspoeld met  vragen uit het werkveld. Tandartspraktijken die ook naar het consultatiebureau wilden gaan, met ons mee wilden kijken, materialen wilden gebruiken etc.’

‘Misschien zijn de mondzorgcoaches in de toekomst niet op alle bureaus nodig maar bijvoorbeeld alleen in aandachtswijken. Het zal nog even zoeken zijn naar hoe we dit in de praktijk kunnen vormgeven. Met de vervolgsubsidie kunnen we tandartsen en JGZ begeleiden om dit samen op te pakken en duurzaam te implementeren.’

‘Ik kan op dit moment niet zeggen hoeveel het kost om coaches in te zetten. In ons onderzoek waren ze vaak overgekwalificeerd. Uiteindelijk is communicatie belangrijker dan in de mond kijken. Als je ziet hoe water drinken zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld heeft, ben ik optimistisch. Geef het nog vijftien jaar en misschien verdwijnt de peuter met het colaflesje uit het straatbeeld. En waar tandartsen zich tien jaar geleden nog afvroegen wat ze moesten met een peuter, realiseren ze zich nu dat het gesprek belangrijker is dan de opdracht “mond open”.’

Het onderzoek is in 2017 gestart en loopt nog tot eind 2022. Peggy van Spreuwel werkt vanuit het Lectoraat Innovaties in de Preventieve Zorg.

Ook interessant: Goede bloedwaarden maar geen goed gevoel. Veel schildklierpatiënten kunnen erover meepraten

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *