77 procent van de 15- tot 25-jarigen had in 2023 een baan, blijkt uit recent verschenen cijfers van het CBS. Daarmee staat Nederland qua nettoarbeidsparticipatie bovenaan de lijst met de 27 landen uit de Europese Unie. Denemarken staat op twee (57 procent) en Oostenrijk op drie (53 procent). Onderaan staan Griekenland (18 procent), Roemenië en Bulgarije ( beide 19 procent).
Nederlandse jongeren werken vooral in loondienst met een flexibel contract en vooral in deeltijd. Veel jongeren combineren hun opleiding met een baantje. Onder jongeren die een opleiding volgden, had bijna 74 procent een baan. Onder jongeren zonder opleiding was dat 85 procent.
Minder dan vijf procent van de Nederlandse jongeren is werkloos en gaat niet naar school: het laagste percentage van alle EU-landen (gemiddelde van elf procent). Roemenië heeft met twintig procent het hoogste percentage. / HOP