De verhouding tussen de studentenpartijen MUST en USVBO in de centrale medezeggenschapsraad (CMR) blijft na de tussentijdse verkiezingen gelijk. Bij twee faculteitsraden zijn wel flinke verschuivingen.
Dat blijkt uit de verkiezingsuitslag van de studentgeledingen in de CMR, drie faculteitsraden en enkele opleidingscommissies. Eind november vonden tussentijdse verkiezingen plaats omdat een deel van de studenten gaandeweg de rit is gestopt met het raadswerk. De opkomst was volgens de kiescommissie zeer laag: er werden 1811 geldige stemmen uitgebracht, dat is 2,95 procent van de totale studentenpopulatie.
De verkiezingen leiden binnen de CMR niet tot andere verhoudingen tussen de studentenpartijen. MUST behoud zes zetels, waarvan er vier zijn vernieuwd. Opmerkelijk is dat Nadiya el Hana met een relatief groot aantal van 131 stemmen een voorkeurzetel verdient Op de vier zetels van USVBO nemen twee nieuwe leden plaats.
Bij de raad van de faculteit Economie en Management heeft wel een politieke aardverschuiving plaats gevonden. De lijst MUST keldert van acht naar drie zetels. Vijf studenten zijn gestopt en er daar staat slechts één kandidaat tegenover; die is echter niet gekozen. USVBO stijgt van twee naar vijf. Daarbij heeft de nieuwe lijst Pecunia één plaats weten te bemachtigen.
Ook bij de raad van de faculteit Natuur en Techniek doet een nieuwe partij zijn intrede. De lijst Breekijzer ziet alle drie de kandidaten gekozen, waarvan twee met voorkeurstemmen. MUST handhaaft zich op zes zetels, waarvan drie plekken door nieuwe studenten worden bezet.
De raad van de faculteit Maatschappij en Recht kent een kleine verandering: MUST levert een zetel in ten gunste van de lijst Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. Opvallend is verder de hoge opkomt voor de opleidingscommissie farmakunde. Bijna vijftig procent van de studenten bracht hier een stem uit.
Deze verkiezingen bewijzen wederom dat er zeker geen ‘machtige’studenten zijn op de HU want ze hebben geen of nauwelijks legitimiteit. Een opkomstpercentage van nog geen 3 procent bij de CMR, dan moet je echt je ogen uit de kop schamen. Ongelovelijk, dit is wederom een teken aan de wand dat in elk geval centrale medezeggenschap absoluut niet leeft.
Vanuit mijn positie binnen de hogeschool heb ik geregeld te maken met de CMR. Ik kan daarom uit eerste hand mijn ervaringen met de CMR delen. De CMR neemt als medezeggenschapsorgaan zijn rol serieus. De afzondelijke leden zijn in hoge mate professioneel. Dat komt de CMR en de hogeschool als geheel ten goede.
Mijn observatie geldt zowel de personeelsgeleding als de studentgeleding binnen de CMR. Ik wil daarom op deze plek in reactie op de bijdrage van ‘anoniem’ een lans breken voor de studenten in de CMR.
De betrokkenheid van de studenten sluit allereerst aan bij die visie die de hogeschool heeft op studenten. Studenten zijn niet slechts afnemers van onderwijs. Zij maken deel uit van de kennisgemeenschap. Zij dragen actief bij aan die gemeenschap. Zij geven mede vorm aan die gemeenschap. Wij moeten daarom studenten in de medezeggenschap willen tegenkomen.
Ten tweede: De studenten uit de CMR zijn een voorhoede van de bestuurlijk actieve studenten die vanuit hun betrokkenheid en visie bijdragen aan Hogeschool Utrecht. Het feit dat studenten niet en masse warm lopen voor medezeggenschapsverkiezingen kan juist deze betrokken studenten niet worden nagedragen.
Ook wil ik opmerken dat de meerwaarde van de studenten in hun inhoudelijke bijdrage zit. Deze zit niet in de eerste plaats in hun ‘democratische legititeit’. Ultimo wil ik de bijdrage van de studenten dus aflezen aan hun bijdrage en niet aan hun ‘achterban’. En in mijn ervaring zit het met die bijdrage wel goed.
Dat neemt niet weg dat ik het ook jammer vindt dat de opkomst bij de verkiezingen niet hoger was. Desalniettemin is een verkiezing wel de beste methode om studenten te selecteren voor de CMR.
Tot slot wil ik aanhalen dat tussen macht en legitimiteit geen direct verband bestaat. Legitieme bestuurders zijn niet daarom krachtdadig. Krachtdadige bestuurders of leden van de medezeggenschap zijn dat niet vanwege hun democratische legitimering. Ik spreek daarom de hoop uit dat Hogeschool Utrecht binnen de CMR en op vele andere plaatsen gemotiveerde studenten ontmoet die actief bijdragen aan de kennisgemeenschap die we collectief vormen.
Sjoerd van Geffen