Formeel hebben hbo-docenten niet zoveel zeggenschap over lesstof en onderwijsmethode. Maar in de praktijk denken ze hun stempel wel te drukken, blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie.
Slechts twee op de vijf hbo-docenten zegt ‘formeel’ een beslissende stem te hebben over de inhoud van de lesstof en de didactiek: als zij tegen zijn, gaan de plannen van de managers niet door. Maar informeel hebben ze meer invloed. Volgens drie op de vijf hbo-docenten geeft hun mening uiteindelijk de doorslag.
Om het beroep aantrekkelijker te maken, wil het ministerie van Onderwijs de ‘professionele ruimte’ van docenten vergroten. Daarom wilde het weten hoeveel ‘zeggenschap’ docenten momenteel ervaren.
In het voortgezet onderwijs heeft ongeveer driekwart van de docenten het gevoel dat hun stem beslissend is, terwijl ze officieel juist minder vaak dan hun hbo-collega’s de knoop door mogen hakken.


Als ex HBO docent (burnout) had ik veel invloed op de invulling van een vak, project of onderwijsthema. Het kwam in 7 jaar tijd herhaaldelijk voor dat de studiegids helemaal vol stond met te volgen cursussen, maar de inhoud nog niet bedacht was. Op korte termijn moest de lesvorm, inhoud en tentaminering nog worden ontwikkeld. Zowel bij Inholland, HU als Han heb ik meegemaakt dat lessen zonder veel inhoud op mijn rooster stonden en dat ik alle ruimte had om het materiaal te verbeteren alleen geen tijd. Zo kon ik de kwaliteit van onderwijsmethode of materiaal zelf beinvloeden. Door het volle rooster wordt die ruimte echter zeer beperkt.
Mijn ervaring is dat docenten wel mee kunnen praten over de langdurige onderwijsvernieuwing, maar dat het uiteindelijk er doorheen gedrukt moet worden door managers omdat er teveel mensen met uiteenlopende meningen over van alles en nog wat zijn. Er is opvallend weinig kennis en ervaring van bijv. projectmanagement, waarmee je nieuwe lesstof en onderwijsmethode kunt ontwikkelen, terwijl de rest van de organisatie met de oude lesstof en methode werkt. Een vernieuwing wordt wel ruim van te voren gepland, maar door veel vertraging en soms onwil en tegenwerking komt het vaak op de laatste maanden aan om onderwijs te vernieuwen. Ontwikkeltijd is vaak het grootste probleem. Stop je er te weinig uren in dan komt er ook een minder kwalitatief onderwijspakket uit.
Meer vrijheid en zelfsturing zouden begrippen moeten zijn waar docenten warm voor lopen. In het HBO kwam ik echter zo veel fusieleed tegen, dat docenten vaak moe waren van de zoveelste verandering. Praat maar eens over de nieuwe functiewaardering met een langzittende docent die op schaal 13 zit, maar die schaal 11 werk doet.
Aandacht voor de mens (docent als kostbaar bezit dat je moet koesteren en stimuleren) zou iets hoger op de agenda mogen staan en niet alles laten beoordelen en bepalen door studenttevredenheidsonderzoeken die naar het management gaan. Een docent met de juiste competenties en goede professionele ondersteuning kan in samenwerking met zijn collega’s zorgen voor passend onderwijs. De manager wordt dan je coach en niet je roostervuller.
mvg,