Prestatieafspraken over allochtone studenten

Vijf grote hogescholen, waaronder de HU, gaan het studierendement van allochtone studenten verbeteren.

Na ruim een jaar zijn ze eruit:
vijf grote hogescholen hebben met het ministerie afgesproken hoe ze het
studierendement van hun allochtone studenten denken te verbeteren. Een
hogeschool die het goed doet krijgt méér geld van het ministerie.

De kredietcrisis dreigde nog even
roet in het eten te gooien, maar binnenkort is het zover. Donderdag nemen de
partijen de laatste komma’s en punten van het akkoord nog één keer door en in
augustus zetten ze hun handtekening.

De grote lijnen lagen in mei 2008
al vast. De Hogeschool Inholland en de hogescholen van Den Haag, Rotterdam,
Utrecht en Amsterdam krijgen samen vier miljoen euro, oplopend tot zeventien
miljoen euro in 2011. Dat geld wordt verdeeld naar rato van het aantal
niet-westerse allochtone studenten. De kern van de afspraak is: wie goed
presteert, krijgt meer geld. Ter beoordeling van een auditcommissie die wordt
samengesteld door Echo, het expertisecentrum diversiteitbeleid.

De discussies met het ministerie
gingen vooral over de vraag wanneer de hogescholen werkelijk resultaat kunnen
boeken, zegt Sabine ter Steeg, projectleider talentontwikkeling van de Haagse
Hogeschool. Het ministerie wil in 2011 kijken naar de uitval van het cohort
studenten dat in september 2008 van start ging. Bovendien willen de ambtenaren
ook weten hoeveel allochtone studenten van de lichting 2007-2008 hun propedeuse
hebben gehaald.

Dat laatste is merkwaardig, omdat
het gaat over de prestaties van studenten die allang begonnen zijn. Het is
lastig hun prestaties nog te verbeteren. Maar Ter Steeg begrijpt wel dat
politici voortgang willen boeken: ‘Het houdt de druk op de ketel.’

In 2011 wordt de zeventien
miljoen euro opnieuw verdeeld. Acht miljoen euro op grond van de
instroomcijfers. De overige negen miljoen wordt – eveneens naar verhouding – in
principe in vijven gedeeld, maar de hogescholen krijgen hun deel alleen als ze
het op drie punten goed doen: de uitval, het propedeuserendement en het oordeel
van de auditcommissie.

Als ze op één van die punten miskleunen, krijgen ze nog
maar tachtig procent van hun evenredig deel. Slaan ze de plank op twee punten
mis, dan zakt het naar zeventig procent. Als ze er werkelijk niets van bakken,
wordt het zelfs zestig procent. Wat overblijft, gaat naar de hogescholen die het
op alle drie de punten goed doen.

Welke normen de hogescholen
precies moeten halen, is nog niet bekend gemaakt. De instellingen hebben
afzonderlijke afspraken gemaakt met het ministerie. De aanvankelijke verdeling
van de vier miljoen euro was vorig jaar al bekend: de Hogeschool Utrecht krijgt
dertien procent, de Haagse Hogeschool vijftien procent, Hogeschool Inholland 21,
de Hogeschool Rotterdam 22 en de Hogeschool van Amsterdam 29 procent.

 

Reageer!
Deel via...