Rechtszaak om vermeende hbo-fraude

De HU en het ministerie van onderwijs troffen elkaar gisteren in de Utrechtse rechtbank tijdens het hoger beroep over de vermeende fraude. De hogeschool betwist de rechtmatigheid van de terugvordering van 7,4 miljoen euro vanwege onterecht verkregen subsidie.

Het ministerie en de hogeschool kruisten de degens over enkele casussen waarbij voor ingeschreven studenten rijkssubsidie is verstrekt. Uit onderzoek van de commissie-Schutte zou de HU (en enkele andere hogescholen) ten onrechte subsidiegeld hebben gekregen en die is enkele jaren geleden teruggevorderd. De zaak werd bekend als ‘hbo-fraude’.
Verschillende hogescholen, waaronder de HU, huurden daarvoor het Bredase onderwijsbedrijf O&O in dat vervolgens onderwijs verzorgde aan onder meer Vlaamse studenten in België. O&O betaalde het collegegeld voor deze studenten, dat met de betalingen van de hogeschool werd verrekend.
HU-advocaat Marcel Ruygvoorn betoogde dat de hogeschool door O&O ‘op het verkeerde been is gezet’ en niet wist dat het bedrijf er bedenkelijke praktijken op nahield. Landsadvocaat Albert Boorsma signaleerde dat zijn collega de schuld probeert af te schuiven, ‘maar het is wel een zaak van de HU en daar heeft het ministerie een relatie mee.’
Een andere onderdeel dat tijdens de zitting ter discussie stond was dat de hogeschool nauwelijks onderwijs zou hebben gegeven. Voormalig afdelingsdirecteur Peter van Wijk legde uit dat de hogeschool wel feitelijk onderwijs heeft gegeven, en verder op diverse manieren betrokken is geweest bij het onderwijs aan de studenten. Dit tot verbazing van de rechter, omdat zij dit niet concreet in de stukken kon terugvinden. Het is nog niet bekend wanneer uitspraak wordt gedaan. (GR)

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...