Nieuws

Studiebeurs als ontwikkelingshulp

De ChristenUnie bepleit een
fonds voor studenten uit ontwikkelingslanden die in Nederland willen studeren.
Want waarom zouden zij een hoger collegegeldtarief moeten betalen dan rijke
Europeanen? ‘Het lijkt de omgekeerde wereld.’

De beleidsterreinen van ontwikkelingshulp en hoger onderwijs overlappen
elkaar, vindt het Tweede Kamerlid Ed Anker van de ChristenUnie. Daarom zouden de
ministers beter met elkaar moeten samenwerken, zei hij maandag 8 december tijdens een
overleg in de Tweede Kamer.

Zijn partij vindt het bijvoorbeeld jammer dat Nederland wel een fonds
voor topstudenten heeft (het Huygens Scholarship Programme), maar geen speciaal
fonds voor studenten uit ontwikkelingslanden. ‘Het zou echt bij ons passen om
ook studenten hierheen te halen die het hard nodig hebben, uit landen die het
hard nodig hebben.’

Hij vroeg minister Plasterk het voortouw te nemen en samen met zijn
collega’s van het kabinet zo’n fonds op te richten. Want het huidige systeem van
kennisbeurzen is ‘niet van de grond gekomen’ en studenten uit arme landen kunnen
het hoge collegegeldtarief voor niet-EER-studenten niet betalen.

Minister Plasterk noemde het voorstel sympathiek, maar zag er toch weinig
in. Bijdragen aan het onderwijs in ontwikkelingslanden ‘is de primaire
verantwoordelijkheid van de minister van Ontwikkelingssamenwerking en het moet
ook met zijn budget gebeuren’.

Maar zo’n fonds draagt ook bij aan de internationalisering van het hoger
onderwijs, probeerde de ChristenUnie. En niemand kan toch tegen
internationalisering zijn? Dat moest Plasterk erkennen, ‘maar ik wil wel staande
houden dat je het met enige moeite kunt onderscheiden van
ontwikkelingssamenwerking’.