Nog lange tijd veel thuis werken en studeren? Dit hebben we daarvoor nodig

We zitten voorlopig nog wel even thuis. In ons eentje, tussen de drukte, in een villa of in een hokje. Hoe houden we het vol?

Foto: Kees Rutten

‘Het geeft niet alleen een eenzaam gevoel, maar het is ook doodvermoeiend.’ Dat was halverwege de maand mei een conclusie over online onderwijs. Inmiddels zijn we zes weken verder en weten we dat we nog veel thuis zullen werken. We spreken opnieuw wat medewerkers en studenten en vragen ze wat ze daarvoor nodig hebben.

Scheid werk en privé, want als je niet oplet, wordt het één amorf stressvol geheel, schrijft  de Correspondent over thuiswerken. Een reden temeer voor Paul Go, docent social work, om twee keer per dag naar De Uithof te fietsen, twintig minuten heen en terug. Op die manier begint hij zijn werkdag en sluit hij hem weer netjes af. Bovendien voorkomt hij zo het gevreesde ‘coronabuikje.’

Ook Marije Douma, docent Spaans, wandelt en fietst om fit te blijven. Ze ziet enkele collega’s de laatste tijd op school werken. ‘Geen idee hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen, maar dat wil ik ook, minstens een dag per week.’ Haar dochter stuurt ze vanaf september een dag extra naar de opvang, ook al is haar partner beschikbaar. ‘Inmiddels ben ik er niet meer gestrest over als ze af en toe in beeld komt, maar rustig is het niet. Na het werk ga ik met haar naar buiten. Die beweging heb ik nodig, maar dat geldt voor iedereen, toch?’

Een werkplek in je huis

Een ander veelgehoord advies is: probeer een vaste werkplek te creëren in je huis. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, in een kamer van zes vierkante meter. Je hebt een bed, een kast, een stoel en een deur. De tafel? Die staat in de gezamenlijke keuken. Elias van Mourik, student social work: ‘Thuis heb ik teveel afleiding en lawaai van mijn huisgenoten. Om te slagen heb ik de bibliotheek nodig.  Daar zet ik mijn mobiel uit, zie ik boekenkasten, zit iedereen te leren en hangt de goede vibe.’

Hoi Wai Wong, studente werktuigbouwkunde, woont bij haar ouders en ziet haar zusje net zo hard studeren als zij. Thuiswerken vindt ze prettig, doordat ze niet hoeft te reizen. Maar als ze straks projecten krijgt wil ze daarvoor naar school. En de hoorcolleges zou ze op Youtube willen bekijken op een moment dat het haar schikt. ‘Dat doen ze op de universiteit wel, dus waarom niet op de hogeschool?’

Mens sana in corpore sano  

Een gezonde geest in een gezond lichaam. Vermoedelijk gaf het management met die gedachte in het achterhoofd haar werknemers elk honderd euro, voor een ergonomisch verantwoorde stoel, lamp of tafel. Medewerkers zonder vast contract vielen echter buiten de boot. ‘Ik zie mijn nieuwe collega alleen nog maar in pixels. Geef haar alsjeblieft een bureaustoel, een behoorlijk scherm en goede wifi,’ verzucht Esther Hokken, docente Duits.
Zelf kan ze het nog wel een aantal maanden opbrengen. ‘Ik voel me er gelaten onder. Misschien ben ik te positief, maar ik ga ervan uit dat we vanaf januari weer allemaal naar school gaan.’

Mark Toonder* kon daar niet op wachten. Hij kreeg na vijf weken thuiswerken last van slapeloosheid en kreeg de gedachten over werk niet van zich afgeschud. Hij probeerde lange wandelingen, legde zijn laptop na 17:00 uur weg, maar niets hielp. Nu zit hij, na aandringen bij zijn leidinggevende, weer drie dagen per week op Padualaan 101. ‘Om geen burn-out te krijgen heb ik een kantoor nodig – er was geen andere oplossing.’

Iedereen houdt van een compliment

Tinie Mars, docente Frans, gaat in januari met pensioen en kan het zich permitteren om ongehoorzaam te zijn. Haar behoefte aan een ‘echte les’ werd te groot. Ze organiseerde een werkcollege bij één van haar studenten thuis en zo zaten ze met z’n tienen van 15:00 tot 21:00 uur een vrijdag bij elkaar.  ‘Ze hadden elkaar gemist en waren ontzettend blij. We hebben hard kunnen werken dus ga ik dat komende maanden zeker nog eens doen.’

Wat Mars verder nodig heeft om het thuiswerken vol te houden? ‘Hetzelfde als wat iedereen nodig heeft. Waardering. En dan niet even een groepsmailtje, maar gewoon een persoonlijk compliment van mijn leidinggevende. Dat heb ik in al die jaren nooit gehad.’

Aandacht graag

Hoewel Samantha van der Rijst, studente Gebaren, Taal en Dovenstudies, het ontspannen vindt om minder te hoeven reizen, is ze thuis snel afgeleid. Ook ervaart ze de online lessen als eentonig en heeft ze dikwijls hinder van vastlopend beeld en geluid. ‘Ik heb de indruk dat docenten hun studenten sinds de coronacrisis minder aanspreken. Ik leer minder van de lessen dan normaal. Ze zijn voor iedereen lastig, maar de sociale controle die er normaal in een klas heerst, is nu grotendeels weggevallen. Hoe ik het volhoud? Door meer aandacht. Hou ons erbij – op wat voor manier dan ook.’

Ze maakt zich zorgen om de spits die ze straks wellicht moet gaan vermijden. ‘Ik woon ruim een uur van school vandaan en voor tentamens trek ik altijd extra tijd uit, zodat ik nooit te laat kom. Ik zal daarom toch in de spits gaan reizen, ondanks het verbod.’

Studente Lisanne Vermeer miste afgelopen maanden het contact met haar begeleider. Ze studeert af op Integrale Veiligheidskunde  en woont met tien andere studenten in een studentenflat. ‘Ik ben te snel afgeleid en kan me thuis niet tot studeren zetten. Mijn eerste afstudeerbegeleider werd ontslagen en de nieuwe raadt me aan om meer bronnen te gebruiken, terwijl de oude daar juist tegen was. Ik zou het liefst in november afstuderen. Wat ik daar voor nodig heb? Twee dagen per week naar school en eens per week contact met een vaste begeleider die bereid is mijn scriptie te lezen.’

Braafste jochie van de klas

Iedereen zoekt zijn weg deze maanden. Beweging kunnen we zelf regelen, wat aandacht, een compliment en die goede bureaustoel moet ook wel lukken. Maar sommigen van ons houden het praktisch niet vol zonder stekkie in het Utrecht Science Park.  Hoe lossen we dat op?

Is het college te gehoorzaam is aan de regels van de veiligheidsregio? Carolien Sino reageerde daar vorige week al op: ‘Je moet reëel zijn. We kunnen met onze vuist op tafel slaan en zeggen dat we meer studenten willen, maar ik vind duidelijkheid nu het belangrijkste. Het is crisis en mensen willen weten waar ze aan toe zijn.’

Saskia Jong, docent ICT, is het daar niet mee eens.’ Er zou meer gelobbyd kunnen worden om de studenten op school toe te laten. Het college van bestuur mist de realistische blik op de het studentenleven zoals het nu is, doordat ze zelf uit een tijd kwamen waar studeren gemakkelijker was. Studenten van tegenwoordig hebben haast, vanwege het leenstelsel, ze hebben er een baantje naast en voelen de druk om met nevenactiviteiten hun cv onderscheidend te maken. Als studieloopbaanbegeleider spreek ik studenten online en het lukt me moeilijk om te weten hoe het écht met ze gaat. Wat ik nodig heb is de erkenning van de bestuurders voor de noden van de student.’

Geert van Rooyen, docent Nederlands, sluit zich daarbij aan: ‘Het beleid zoals het er nu is, lijkt één op één overgenomen van het ministerie en ik mis de stem van de HU. Digitaal lesgeven was een noodoplossing, maar ik mis de lichaamstaal, de kleine anekdotes, de controle over mijn studenten. De werkvreugde in het onderwijs komt door het gevoel van samen zijn. Ik weet nu wat er niet kan, maar laat me zien wat er wél kan. Is er geïnventariseerd hoeveel studenten er met de fiets kunnen komen of wat de mogelijkheden zijn voor de gebouwen per opleiding? Geef me onderbouwing en perspectief.’

Martijn Bellaard, docent System and Network Engineering wil maar één ding: studenten naar school laten komen: ‘Ik ben studenten kwijtgeraakt. Dat zijn jongeren die eenzaam zijn, gillend gek werden van hun ouders, vluchtelingen met een taalachterstand. Een Marokkaans-Nederlandse student van me kon niet online komen omdat zijn broer nog sliep. Ze delen een kamer en de broer had de hele nacht gewerkt. De zwakkere studenten worden door het thuiswerken het hardst geraakt en nog meer digitaliseren is heel dom. Hogeschool Utrecht wil project-gestuurd werken, maar dat kan alleen op school. Het cvb gedraagt zich als het braafste jongetje van de klas. Als ik de leiding had, zou ik dit op het spits drijven, daar ben je immers bestuurder voor geworden.’

We stonden aan de start en lopen nu halverwege op weg naar de finish. Sommige van ons haken af, maar de meeste houden het vol. Fietsend, hardlopend, driftig, gelaten, eisend of mompelend.

Wat heb jij nodig? Schroom niet een reactie te plaatsen.

  • Marc Toonders echte naam is op de redactie bekend

Ook interessant: Wat vind jij van thuis werken en studeren?

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

1 reactie

  1. Inderdaad, de HU moet zonodig het braafste jongetje van de klas zijn. De maatregel om studenten niet in het OV te laten reizen in de spits is hier een treurig voorbeeld van. Een probleem wordt zonder meer afgewenteld op studenten, zonder eerst te kijken hoe groot het probleem eigenlijk is – er wordt momenteel immers maar 10 tot 15% van de gebouwen benut.
    Ook wordt er automatisch vanuit gegaan dat docenten dan wel les zullen geven op de volkomen maffe tijdstippen die overblijven nadat alle studenten het OV uit zijn gejaagd.

    Waarom wordt dit soort kul zonder meer geaccepteerd? En waarom wachten met versoepelingen tot 9 november? Waarom komt het CvB niet op voor wat ECHT belangrijk is, namelijk betekenisvolle onderwijsontmoetingen creeëren?