Steeds meer (oud-)studenten stappen naar DUO voor extra geld of het kwijtschelden van hun schuld. Dat loopt altijd via de studentendecanen dus die krijgen het steeds drukker, zegt de vereniging van decanen.
Dankzij betere voorlichting, media, politiek en influencers zijn de voorzieningen van DUO steeds bekender geworden. In twee jaar tijd verdubbelde bijvoorbeeld het aantal aanvragen voor een extra jaar prestatiebeurs. In drie jaar tijd gebeurde hetzelfde met het aantal kwijtscheldingen van studieschulden.
Studenten beroepen zich op ADHD, een ongeluk, ziekte, familieomstandigheden of andere problemen die hun studie hinderen. Ze vragen DUO om bijvoorbeeld (een deel van) hun schuld kwijt te schelden. Studentendecanen moeten daar een oordeel over vormen en hebben daar veel extra werk aan, zegt Benny Rebergen, voorzitter van de vereniging voor studentendecanen van hogescholen (LOShbo).
Druk
Sommige hogescholen hadden toevallig al extra decanen aangenomen in de coronacrisis, vertelt Rebergen. Maar dan nog moet je de aanvraagstroom goed managen.
Op de Hogeschool Utrecht voelen ze ook de druk, legt studentendecaan Frans Meeuwsen uit. ‘Er is meer drukte bij de decanen. Dat komt onder andere door een boek van Francien Regelink over ADHD. Daardoor komen er meer vragen over de regeling.’
‘Extra decanen hebben we niet ingezet. We hebben ook niet iemand die zich specifiek bezighoudt met DUO-aanvragen of beleid om het ene onderwerp sneller te behandelen dan het andere. Soms zijn er acute zaken, die krijgen dan voorrang, maar er is geen aangepaste werkwijze door de toename van DUO-vragen.’
‘Wat voor ons belangrijk is, kan anders zijn dan wat voor een student belangrijk is. Studenten komen bij een decaan terecht als ze in een situatie zitten of vragen hebben waar ze zelf niet mee verder kunnen. Voor studenten is vrijwel elke vraag belangrijk.’

Benny Rebergen is zelf decaan bij Inholland: ‘We vragen voormalig studenten die een aanvraag bij ons doen, expliciet om geduld. Het kan zijn dat ze enkele maanden moeten wachten. Zeker aan het eind van het studiejaar, als we het hartstikke druk hebben met het bindend studieadvies, behandelen we hun aanvragen even niet.’
Voormalig studenten kunnen nog jaren nadat ze gestopt zijn met hun opleiding naar DUO stappen. Rebergen: ‘Ik heb een casus gehad van een oud-student die al voor het jaar 2000 gestopt was en vroeg of voor haar ook nog iets gedaan kon worden. In principe kan dat, alleen is het wel lastig. Na de wettelijke bewaartermijn hebben wij het studentdossier niet meer.’
Tijdens de studie regelen
Zo werkt het ook bij de HU. ‘Als een student zich nu meldt met persoonlijke omstandigheden die hebben geleid tot studievertraging, dan wijzen we erop dat er mogelijk voorzieningen zijn, zoals een extra jaar prestatiebeurs. Dat geldt voor studenten van wie we dit nu al weten.’ vertelt Meeuwsen.
‘Soms melden zich studenten van tien jaar geleden, en dan wordt het lastig. Vanwege privacy mogen we dossiers niet langdurig bewaren. Daarom is het belangrijk om zaken het liefst tijdens de studie te regelen en niet achteraf. Als iemand na afronding van de studie, bijvoorbeeld twee jaar later, wordt gediagnosticeerd met ADHD, is het moeilijk vast te stellen of studievertraging van drie of vier jaar geleden daardoor is veroorzaakt.’
Soms is de aangeleverde informatie op sociale media wat kort door de bocht, legt Rebergen uit, en komen studenten toch niet in aanmerking. ‘Gelukkig wordt er online wel vaak bij gezegd: ga naar je studentendecaan. Dat is ook onze boodschap.’
Stroomschema
Om studenten op weg te helpen hebben de decanen de verschillende regelingen van DUO in een stroomschema samengevat, zodat studenten sneller kunnen zien of ze ervoor in aanmerking komen. ‘Als studenten beter voorbereid naar ons toekomen, heb je een veel constructiever gesprek’, ziet Rebergen.
Er zijn vier DUO-regelingen die studenten bij bijzondere omstandigheden kunnen gebruiken. Ze krijgen bijvoorbeeld een jaar langer basisbeurs, of extra tijd om hun diploma te behalen. En als ze om medische redenen helemaal niet kunnen afstuderen, kan DUO soms de prestatiebeurs omzetten in een gift.
Die laatste regeling is het moeilijkst, zegt Rebergen. ‘Wij moeten dan als studentendecaan vaststellen dat er geen zicht meer is op een diploma. Bijvoorbeeld omdat een student ongeneeslijk ziek is.’
Ook op de HU wordt het schema gebruikt. ‘We weten nog niet of het werkt’, vertelt Meeuwsen. ‘Studenten die het schema bekijken en besluiten toch niet te komen, zien wij niet. We houden ook niet bij of we hierdoor minder studenten spreken. Het schema is bedoeld voor studenten. Ik zeg: leg het aan studenten voor en kijk of ze het begrijpen en of ze er iets aan hebben. Het geeft inzicht in de regels, maar of het goed werkt, weet ik nog niet.’ vertelt Meeuwsen.
Geen stempelmachine
Het stroomschema dat decanen gemaakt hebben, heeft een nogal voorspelbaar einde: neem contact op met je studentendecaan. Dat lijkt misschien puur reclame, maar het staat er niet voor niets. ‘Als een student een aanvraag voor deze regelingen indient zonder onze handtekening, wijst DUO die vrijwel zeker af’, zegt Rebergen.
Soms komen studenten aanzetten met een formulier dat de decaan ‘alleen maar even hoeft te ondertekenen’. Maar decanen hebben de wettelijke taak om een verband tussen de omstandigheden en de studievertraging te onderzoeken. Ze zijn dus geen stempelmachines, benadrukt Rebergen. Er moet een gesprek plaatsvinden en de bewijslast moet gewogen worden.
Meeuwsen legt uit: ‘Als er persoonlijke omstandigheden zijn geweest, met bewijs dat deze de oorzaak waren van de studievertraging, kunnen er voorzieningen worden toegekend. Je kunt ADHD hebben met studievertraging, ADHD zonder studievertraging, of ADHD en ondertussen veel in het café zitten. DUO vraagt ons te beoordelen of ADHD daadwerkelijk de oorzaak is van de studievertraging.’
‘Hoe langer een student wacht met melden, hoe lastiger dat voor ons wordt. Als een student zich niet bij een decaan heeft gemeld, maar wel bij een studieloopbaanbegeleider, kan het soms ook. Dan moet er wel bewijs zijn van die begeleiding.’
Verschillen tussen instellingen
Vorig jaar kondigde toenmalig minister van Onderwijs Eppo Bruins een onderzoek aan naar de dienstverlening van studentendecanen. Er zijn mogelijk grote verschillen tussen instellingen, constateerde Bruins, en hij wilde uitgezocht hebben of dat een probleem is.
LOShbo is daarbij betrokken, vertelt Rebergen, maar hij kan er niet op vooruitlopen. ‘Je wil natuurlijk dat iemand die met autisme of ADHD bij drie verschillende hogescholen komt, drie keer op ongeveer dezelfde manier geholpen wordt. Maar het blijft mensenwerk. En onderwijsinstellingen hebben verschillend beleid.’ Het onderzoek zou voor de zomer klaar moeten zijn.


