Uithoflijn begint mogelijk met minder trams

Bij testritten blijkt dat de trams voor te veel zwerfstromen zorgen.

Foto: Evie Westland

De kans bestaat dat de Uithoflijn langzamer of met minder trams per uur moet gaan rijden. De trams beïnvloeden mogelijk gevoelige apparatuur bij de Universiteit Utrecht.

Dat bleek gisteren in een commissievergadering op het provinciehuis, schrijft het AD. Oppositiepartijen PVV en SGP vertelden tijdens de vergadering dat ze zich zorgen maken over deze elektromagnetische straling. ‘Patiënten van oncologie en bestraling in het UMC Utrecht mogen nooit hinder ervaren van een tram’, zei PVV-fractievoorzitter Henk van Deún.

Een woordvoerder van het projectbureau liet daarna weten dat het niet om ziekenhuisapparatuur gaat, maar om een laboratorium van de universiteit, waar proefmetingen worden gedaan.  In elk geval schreven gedeputeerde Dennis Straat en de Utrechtse wethouder Lot van Hooijdonk eerder dat de ‘door de zwerfstromen veroorzaakte magneetvelden nog steeds hoger zijn dan afgesproken met onze partners in het Utrecht Science Park’.

De gedeputeerde noemde de elektromagnetische straling ‘een punt van aandacht, maar geen kritiekpunt’.  Hij liet verder weten dat de organisatie er vanuit gaat dat de Uithoflijn in de zomer al kan rijden met passagiers. Maar hij liet ook doorschemeren dat de trams vanaf dat moment misschien nog niet volledig in exploitatie kunnen door de zwerfstromen.

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...
 

1 reactie

Het is niet meer mogelijk om te reageren

  1. Kennelijk waren er (ook) problemen met de assentellers van de traject-beveiliging.
    Ik weet dat assentellers nodig zijn bij treinen, om te voorkomen dat als er een deel loskoppelt en ergens blijft staan, het sein daar niet eeuwig op rood blijft staan, of erger nog, er een opvolgende trein tegenaan rijdt. Iets wat vooral speelt bij goederentreinen, vooral die van tegenwoordig met allemaal dezelfde soort wagens, waarbij je niet even kan zien of de laatste wagen ook echt de laatste had moeten zijn. Waarom assentellers nodig zijn bij trams is mij echter een raadsel; de kans dat er onderweg een stuk tram afbreekt is al niet groot, de kans dat de bestuurder (en evt passagiers) het niet opmerken nog minder. Voldoende is om te zien of er een tram passeert lijkt me. Alleen bij gekoppeld rijden (met 2 trams met één bestuurder dus) zou de laatste tram er ongemerkt (?!) af kunnen vallen. Afhankelijk van de soort detectie zou dat door de volgende tram opgemerkt moeten worden, d.m.v. een (langdurig) rood sein. De bestuurder van de gehalveerde tram zou dat op zijn instrumentenpaneel moeten kunnen zien. Het enige wat assentellers dan nog zouden kunnen meten is dat een tram-combi geen 20 maar slechts 19 assen heeft (want 1 as niet geteld). Misschien zou het helpen om die tellers de stand dan naar een even getal te laten afronden? Wie bedenkt iets beters? is dan de vraag…